Het whiskey-tango-foxtrotmoment

James Jones weet veel van Afghanistan en houdt nu kantoor naast president Obama. Jones is de nationale veiligheidsadviseur. Hij heeft niet zo’n hoog mediaprofiel als de andere invloedrijke figuur op internationaal terrein, de beroemde Hillary, maar invloedrijk is hij wel. Tot 2007 was Jones opperbevelhebber van de NAVO, die Afghanistan in 2003 van de Amerikanen heeft ‘overgenomen’. Daarna was Jones korte tijd medevoorzitter van de Atlantic Council – een klassieke denktank in Washington. Hier tekende Jones vorig jaar nog voor een rapport met de zinsnede: „Vergis je niet, de internationale gemeenschap is niet aan de winnende hand.”

Dat vindt Jones nog steeds. En dat is na zes jaar opbouwen en vechten eigenlijk een vernietigend oordeel.

Kort na diens aantreden stuurde president Obama op verzoek van de commandanten ter plekke 17.000 man extra. Nog geen maand later moesten er weer 4.000 bij, nu speciaal om het Afghaanse leger op te leiden. Het zijn er nu van Amerikaanse zijde totaal 68.000. (De overige 41 deelnemers tekenen voor 50.000 man.)

Veiligheidsadviseur Jones was net een paar dagen in Afghanistan en overlegde met de Amerikaanse commandanten ter plekke. Die vertelden hem dat ze eigenlijk een beetje krap bemand waren. Er zijn te weinig soldaten „om overal heen te gaan”, vertelden ze. Ze hadden gedacht aan zo’n 30.000 man extra.

Misschien krijgen ze alsnog hun zin, maar de reactie van Obama’s veiligheidsadviseur geeft de stemming in het Witte Huis aardig weer. Stel je eens voor dat hij, Jones, weer bij de president moest aankloppen voor extra troepen. Eerst moesten er 17.000 bij, toen weer 4.000 en nu weer duizenden. „Ik verzeker u dat de president naar alle waarschijnlijkheid een whiskey-tango-foxtrotmoment zou hebben.” WTF dus, of in goed Nederlands: What The Fuck!

Overwegend blanke mannen hebben in Afghanistan een enorme last op hun schouders genomen. Een uitgestrekt, onherbergzaam, verdeeld, onderontwikkeld, woest, corrupt land dient te worden veranderd in een zone van stabiliteit en vooruitgang. Dit wil maar niet lukken en het maakt militairen radeloos . De internationale inspanningen zijn „ongeorganiseerd, ongecoördineerd en op dit moment onvoldoende”, aldus Jones tegen een verslaggever van The Washington Post, die was meegereisd.

Maar wat dan?

Jones tegen The Washington Post: „De strategie die volgend jaar zal moeten werken, is economische ontwikkeling. Als dat niet goed wordt gedaan, dan zijn alle troepen van de wereld nog niet genoeg om succes te hebben.”

Als de veiligheidsadviseur meent wat hij zegt, dan is dit een onheilspellende mededeling. Want zo werkt economische ontwikkeling niet en zo heeft het nog nooit ergens in de wereld gewerkt.

Afghanistan is het prototype van een mislukte staat.

De academische wereld van ontwikkelingseconomen heeft de handen al vol om überhaupt te begrijpen waarom het ene ontwikkelingsland maar niet vooruitkomt en in het andere land de motor van ontwikkeling op een gegeven moment – en meestal pas na lange tijd – aanslaat. Niemand weet het precies en in ontwikkelingslanden zelf klinkt steeds vaker het geluid dat het in elk geval nuttig is wanneer donorlanden zich er niet te veel mee bemoeien. Niemand dus die het precies weet, maar onder deskundigen heerst op één onderwerp onbetwiste eensgezindheid: mislukte staten zijn in deze branche de meest ongrijpbare en lastige verschijnselen. Zelfs op een piepklein, overzichtelijk mislukt staatje als Oost-Timor is al tien jaar geen vat te krijgen, maar dat is zo klein dat het in elk geval door Australische troepen nog kan worden gecontroleerd. Met vallen en opstaan zijn de Verenigde Naties er bezig om een bruikbaar politiekorps op te leiden – het gaat om niet veel meer dan duizend man in Dili, het duurt al bijna tien jaar en zelfs dat blijkt een reusachtig ingewikkelde klus.

Maar Afghanistan?

De hele geschiedenis is er een van onvermogen. En tot overmaat van ramp is het hele ISAF-project een project van overwegend blanke, niet-islamitische landen, met beroepssoldaten en huurlingen, uitgerekend in een regio van de wereld die wordt gekenmerkt door diepe frustraties en gevoelens van vernedering jegens het Westen. China bijvoorbeeld, met zijn tachtig kilometer brede, ook onherbergzame grens met Afghanistan, zal er zijn handen niet aan branden. Rusland is er ook van genezen. India heeft goede redenen er weg te blijven. De nieuwe spelers in de wereld waar bij de financiële reconstructie zoveel van wordt verwacht, geven allemaal niet thuis. Alleen het steenrijke emiraat Dubai heeft er een paar honderd man, maar wist dat nota bene een jaar of vier geheim te houden.

Misschien dat het lukt om het tij in Afghanistan te keren, maar dan met heel veel troepen en een verblijf van tientallen jaren. Maar als vreemde troepen ergens heel lang blijven, lijkt het verdacht veel op kolonisatie, misschien zelfs bezetting. Daar doen alle bezweringen over wederopbouw niets aan af, hoe hartstochtelijk ze ook worden geuit.

Wat troepen meer, wat troepen minder – het is een onbeduidend detail aan het worden bij een probleem dat geleidelijk aan schreeuwt om een veel fundamenteler whiskey-tango-foxtrotmoment.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/knapen