Eurocommissaris acht 'whereabouts' te streng

Dopingcontroleregels, waaronder het betwiste whereabouts-systeem, moeten van Brussel worden aangepast. Ze zouden strijdig zijn met Europese privacywetgeving.

De eurocommissaris voor Sport, de Slowaak Ján Figel (Foto Reuters) European Education Commissioner Jan Figel (R) and International Olympic Committee (IOC) President Jacques Rogge address a joint news conference after their meeting at the EU Commission headquarters in Brussels, June 8, 2009. REUTERS/Francois Lenoir (BELGIUM POLITICS SPORT OLYMPICS) REUTERS

Topsporters die menen dat de huidige dopingcontroles een buitensporige inbreuk vormen op hun privéleven, hebben er een belangrijke bondgenoot bij. Op grond van Europese privacywetgeving eist de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, dat het wereldantidopingbureau WADA een aantal antidopingregels aanpast.

Deze eis geldt ook voor het controversiële whereabouts-systeem, de plicht vooraf voor een periode van drie maanden een verblijfplaats op te geven. Zwemster Marleen Veldhuis moest als gevolg daarvan in december 2007 halsoverkop het Sportgala verlaten, omdat er een dopingcontroleur thuis voor de deur stond. Tennisser Rafael Nadal noemde het systeem „een heksenjacht”.

Terwijl WADA de op 1 januari aangescherpte regels nodig acht voor de strijd tegen doping, maakten de gezamenlijke instanties voor privacybescherming uit de lidstaten van de Europese Unie dit voorjaar een aantal fundamentele bezwaren bekend in een toetsing van WADA’s dopingcode. Tijdens een gesprek in Brussel zegt de eurocommissaris voor Sport, de Slowaak Ján Figel, dat hij het uiterst kritische rapport volledig steunt. Figel: „De conclusies van het rapport vormen onze positie.”

Een van de voornaamste bezwaren van de instanties voor privacybescherming, waaronder het Nederlandse College Bescherming Persoonsgegevens, is dat WADA de persoonlijke en medische gegevens van sporters eigenlijk helemaal niet mag verzamelen en verwerken, omdat de rechtsgrond van de regel ontbreekt. WADA baseert zich daarvoor op de vrijwillige medewerking van sporters. Volgens het rapport is daar geen sprake van, omdat sporters worden uitgesloten van internationale competities als zij niet meewerken.

De instanties betwijfelen in het rapport ook of de plicht om voor drie maanden verblijfplaatsen op te geven wel in verhouding staat tot de inbreuk die gemaakt wordt op het privéleven van sporters. Het uitwisselen van privacygevoelige informatie en medische gegevens met landen en dopingautoriteiten buiten de Europese Unie, en de publicatie van sancties op internet vormen de laatste grote bezwaren.

Hoewel de eurocommissaris verscheidene keren benadrukt dat de gesprekken met WADA over de aanpassing of verduidelijking van de betwiste regels constructief verlopen, is de werkelijkheid weerbarstiger. Figel noemt in zijn kantoor in Brussel de hoofdpunten uit het privacyrapport nog steeds „behoorlijk verontrustend”. „Dit zijn de resterende bezwaren, die substantiëler en gevoeliger zijn dan de punten waar WADA al aan tegemoet is gekomen. Deze zaken grijpen direct in op de rechten van individuen, van burgers.’’

Figel prijst de vernieuwingen die WADA heeft doorgevoerd. Zo hebben de sancties in de code nu meer flexibiliteit. Ook worden sporters in categorieën ingedeeld, waardoor toppers vaker worden gecontroleerd dan andere sporters. De eurocommissaris laat er echter geen misverstand over bestaan dat het wereldantidopingbureau zich uiteindelijk heeft te schikken naar alle bezwaren. „Ik wil benadrukken dat Europees recht altijd de overhand heeft.”

Maar zoveel gestrengheid wil Figel vooralsnog niet toepassen in de gesprekken met WADA. De eurocommissaris verkiest onderhandelingen, „in tegenstelling tot het op afstand uitspreken van je zorgen”. Hij constateert dat de sfeer tijdens de gesprekken sterk is verbeterd. Toen de privacyinstanties vorige zomer een eerste rapport publiceerden zette WADA nog een ramkoers in. „Ik denk dat de wijzigingen van WADA, hoewel niet het complete, het juiste antwoord waren.”

Complicerende factor in de onderhandelingen met WADA is dat de gewijzigde antidopingcode al op 1 januari van dit jaar van kracht is geworden. „Als iemand vindt dat er een concrete schending is van Europees recht, dan kan er altijd om een oordeel van een rechter worden gevraagd.” Het zou dan aan de Commissie zijn om dit oordeel te handhaven. In de praktijk deinzen sporters vrijwel altijd terug voor een jaren durende juridische procedure, en vrezen zij verstoten te worden uit de sportwereld.

Maar ook de Europese Commissie heeft de bevoegdheid om een zaak bij het Hof aan te spannen. Dat sluit Figel niet uit. „Als verdere juridische stappen nodig zijn, dan denk ik dat die zullen worden genomen. Dat zal niet op korte termijn zijn, en evenmin een vaststaand gegeven, maar als een regel overduidelijk het Europees recht schendt, dan behoort een rechtszaak tot de mogelijkheden.”

De Europese Commissie ziet het belang van de strijd tegen doping, zegt Figel. „Het doel is de geloofwaardigheid van sport en sportcompetities en de fysieke en morele integriteit van sporters te bewaken. Maar de manier waarop moet proportioneel blijven.”

Dit is het vijfde deel in een serie over doping. De eerdere afleveringen zijn te lezen op nrc.nl/sport