Absurd eerbetoon aan het niets

Megane. Regie: Naoko Ogigami. Met: Satomi Kobayashi, Mikako Ichikawa, Ken Mitsuishi, Masako Motai. In: 6 bioscopen.***

Als Alex van Warmerdam zenboeddhist zou zijn geworden, dan zou hij Megane gemaakt kunnen hebben: een absurd, raadselachtig en strak gekaderd antivakantieverhaal. Tot zover niets vreemds. Maar Megane heeft in al zijn onderkoeld-ongerijmd minimalisme ook nog iets wat je een meditatieve insteek zou kunnen noemen.

De nieuwste film van de Japanse regisseuse Naoko Ogigami (1972) is een en al eerbetoon aan het grote niets. Het begint allemaal in de lente. Met de komst van de mysterieuze strandtenthoudster annex kamermeisje annex gymnastieklerares Sakura gaat het vakantieseizoen van start. Al is de overspannen universiteitsprofessor Taeko voorlopig de enige gast in het verlaten Hamada-hotel. Niet dat het de hoteleigenaar veel kan schelen. Hij heeft het niet zo op gasten. Daarom tekent hij onbegrijpelijke plattegrondjes voor ze, die uit niet meer dan een rechte lijn bestaan en aanwijzingen als: „Net als je denkt dat je de weg kwijt bent moet je na tachtig meter linksaf.”

Er is niet veel te beleven op het Japanse eilandje Yoron, vlakbij Okinawa, bekend van de slag om Okinawa aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Het enige waar de eilandbewoners goed in zijn is ‘schemeren’. Inderdaad: een beetje naar de zonsondergang staren. Verder hebben zij zo hun kleine rariteiten en rituelen die in kleine gemeenschappen het bestaan in balans houden. Taeko staat erbij en kijkt ernaar en capituleert. Volkomen onthaast.

Megane is een flinterdunne versnapering, ongeveer als het schaafijs dat Sakura verkoopt. Heb je er eenmaal van geproefd, dan wil je niets anders dan daar op het strand bij die maffe brildragers (de internationale titel van de film is Glasses) je reizen wel eindigen.