'Verkiezingen waren hier niets nieuws'

Voorheen ging het er ruig aan toe bij Indonesische verkiezingscampagnes. Maar daarvan is geen sprake meer. Politiek analist Anies Baswedan legt uit hoe dat komt.

Verkiezingsbeamten brachten gisteren in verband met de presidentsverkiezingen morgen stembussen per fiets naar het dorp Barombong in Zuid-Sulawesi. (Foto Reuters) Election officers load ballot boxes onto a bicycle to distribute to Barombong village in Indonesia's South Sulawesi province July 6, 2009. Indonesians will elect their president July 8 for only the second time in the country's history, a sign that the democratic process is well entrenched in Southeast Asia's biggest democracy and largest economy. REUTERS/Yusuf Ahmad (INDONESIA POLITICS ELECTIONS) REUTERS

De Indonesische democratie wordt gezien als een succesverhaal. Terecht, vindt Anies Baswedan. Tot elf jaar geleden werd het land nog autoritair bestuurd door president Soeharto. Morgen kiezen 170 miljoen stemgerechtigden na een vreedzame campagne voor de tweede maal rechtstreeks de president. Grootste kanshebber en zittend president Susilo Bambang Yudhoyono neemt het op tegen zijn vice-president Jusuf Kalla en tegen voormalig president Megawati Soekarnoputri. „Er zijn sinds 2005 meer dan 500 lokale verkiezingen gehouden, allemaal relatief vreedzaam”, zegt Baswedan (40), die rector is van de Paramadina Universiteit, politiek commentator en ‘jonge wereldleider’ van het World Economic Forum. „Die lokale besturen moesten zich vroeger verantwoorden tegenover Jakarta. Nu doen ze dat tegenover hun eigen kiezers. Het is inderdaad een fantastische prestatie dat dit in elf jaar is gelukt, met 240 miljoen inwoners, in zoveel regio’s, op zoveel eilanden. En in een land waar de meerderheid moslim is.”

Maakt dat iets uit?

„Om een of andere reden neemt men aan dat islam en democratie niet hand in hand gaan. Maar hier werkt het. We zouden als model kunnen dienen. Beter dan Turkije: dat is een seculiere staat, maar wordt gezien als vijandig tegenover religie. Vrouwen mogen niet eens een hoofddoek dragen in de publieke sfeer. Daarom heeft het woord ‘seculier’ in de moslimwereld een negatieve lading, want bij een seculiere staat denkt men niet aan Frankrijk of de Verenigde Staten, maar aan Turkije.”

Hier vertegenwoordigt geen van de presidentskandidaten een islamitische partij. Neemt de steun voor politieke islam af?

„Zo simpel is het niet. Het Westen kijkt naar onze politieke partijen als naar partijen in ontwikkelde landen: alsof ze echt van elkaar te onderscheiden zijn door verschillende verkiezingsprogramma’s. Maar politieke partijen zijn hier meer een kwestie van identiteit. Als je praat met kiezers van islamitische partijen, dan stemmen ze helemaal niet voor een islamistische agenda.

„De partij die wel een islamistische agenda heeft, de PKS [Partij van Rechtvaardigheid en Voorspoed], sprong in 2004 naar 8 procent en bleef nu stabiel. Dit percentage is een afspiegeling van de maatschappij. Als dat opeens halveerde, zou ik bang zijn dat die kiezers overstappen naar anti-democratische middelen. Als ze weg zijn bij de stembus, betekent het niet dat ze er niet meer zijn.”

Hoe valt het succes van Indonesië te verklaren?

„Toen wij in 1998 de overgang naar een democratie maakten, lag het fundament er al. Verkiezingen waren hier niets nieuws. Op dorpsniveau stemde men al voor een dorpshoofd, en als er maar één kandidaat was, moest die het opnemen tegen een lege doos. Won de doos, dan werden nieuwe verkiezingen gehouden. Onder Soeharto zijn zes keer georkestreerde parlementsverkiezingen gehouden. Ergens tussen het stemmen en het tellen ging het mis, maar de mensen gingen wel naar de stembus om een stem uit te brengen: ze waren betrokken. Er zijn niet veel voormalige autoritaire systemen die dat kunnen zeggen.” 

De vraag is of de gekozen president straks ook echt kan uitvoeren wat hij nu allemaal belooft.

„Dat komt doordat de bureaucratie nog steeds gestructureerd is als in een ondemocratische staat. Maar de autocraat is weg. De nieuwe president heeft niet de macht om de top van het ambtenarenapparaat te vervangen, zoals bijvoorbeeld in Amerika. De hervorming van de bureaucratie is hard nodig om te zorgen dat degene die gekozen is, zijn beleid kan uitvoeren. De komende ambtstermijn is het moment om dat te doen.

Het móét gebeuren. Yudhoyono kan dat het meest geloofwaardig doen. Dit wordt zijn tweede en laatste ambtstermijn, waardoor het niet zal lijken alsof hij zijn eigen macht wil vergroten.”

Megawati, Yudhoyono en zijn voormalige collega-generaals Wiranto en Prabowo die meedoen als vice-presidentskandidaat stammen allemaal uit de Soeharto-tijd.

„Soeharto gaf jonge mensen geen kans om te groeien. Alleen zijn beschermelingen konden opkomen, maar die hadden hun wortels niet in de samenleving, maar in de staat. De jonge leiders die actief waren tijdens de reformasi, zullen pas bij de verkiezingen in 2014 meedoen. Die zijn nu nog in de dertig; zelfs volgens de Grondwet moet een presidentskandidaat 40 zijn. De enige beschikbare leiders zijn dus oud of te jong: ertussen zit niets. Als Megawati verliest, zal ze in 2014 niet meer meedoen. Wiranto ook, zelfs als hij wint. Van Prabowo moeten we het nog zien. Voor Yudhoyono is dit de laatste termijn. Ik denk dat dit het einde is van een tijdperk.”

    • Elske Schouten