VEB wil uitspraak over wanbeleid bij Landis

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) heeft een volgende stap gezet om wanbeleid te laten vaststellen bij het failliete ICT-bedrijf Landis. Vrijdag diende zij hiertoe een verzoekschrift in bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.

De beleggersvereniging leidt hiermee de tweede fase in van het onderzoek naar de manier waarop Landis in april 2002 ten onder ging. „Hopelijk kan de procedure nog voor het einde van het jaar worden afgerond”, aldus VEB jurist Paul Coenen.

Eerder had de Ondernemingskamer twee onderzoekers gevraagd te rapporteren over de gang van zaken die leidde tot het faillissement van het beursgenoteerde automatiseringsbedrijf. In mei presenteerden zij hun enquêterapport. Daaruit bleek onder meer dat Landis „bewust risicovol” heeft geopereerd, dat overnames werden gedaan zonder deugdelijk boekenonderzoek en dat in de jaarrekeningen een „fraaier beeld van de prestaties” werd getoond dan realistisch was.

Dit rapport vormt voor de VEB aanleiding om terug te gaan naar de Ondernemingskamer met het verzoek wanbeleid vast te stellen.

Ook wil de VEB een civiele procedure aanspannen tegen de bestuurders en commissarissen van Landis, onder wie ex-topman Paul Kuiken en president-commissaris Cees de la Haye.

„We overwegen nog of we dit gelijktijdig met de procedure van de Ondernemingskamer zullen doen of na afloop. In ieder geval biedt het enquêterapport genoeg aanknopingspunten om hen ook civielrechtelijk aansprakelijk te stellen”, aldus Coenen.

De VEB sluit een procedure tegen de voormalige accountant van Landis, Ernst & Young, niet uit.