Treinen gaan niet trager rijden

Marc Maartens schreef vrijdag op deze pagina’s dat met de in zijn ogen ruimere definitie van treinvertragingen van 3 naar 5 minuten aansluitingen moeilijker gehaald zullen worden. Dit is een onjuiste conclusie. Allereerst publiceert de NS ieder kwartaal klanttevredenheidscijfers en prestaties op haar website. Daarbij rapporteren we al sinds vele jaren over het percentage treinen dat op tijd rijdt met zowel 3 als 5 minuten als norm. De daarbij behaalde jaarscores schommelen steeds rond de 87, respectievelijk 93 procent. De 5-minuten-norm is dus alles behalve nieuw.

Ten tweede is in de spoorwegwereld de 5-minuten-grens vrijwel overal de maatstaf om gerealiseerde prestaties objectief te meten en te vergelijken. De NS wil netjes in de pas lopen met wat Europees gangbaar is. Daarom is in 2008 met de overheid afgesproken dat de NS voortaan wordt afgerekend op het percentage treinen dat binnen 5 minuten vanaf de geplande tijd aankomt. Het percentage treinen dat binnen deze nieuwe norm op tijd moet rijden wordt in 2010 verhoogd van 87 naar 93. De definitie van op tijd rijden wordt hiermee anders, maar zeker niet ruimer. De lat blijft dus hoog liggen. Daarom mist de door Maartens voorspelde daling van het aantal gehaalde aansluitingen grond: bij de punctualiteitscijfers van de afgelopen jaren hoort een score van circa 92 procent gehaalde overstappen.

Nederland kan zich, met het drukst bereden spoorwegnet van Europa, voor wat betreft het op tijd rijden van treinen samen met de Zwitserse spoorwegen rekenen tot de top van Europa.

Ten derde geldt dat de NS jaarlijks met de overheid meerdere ‘prestatieafspraken’ maakt in het ‘vervoerplan’. De NS moet deze afspraken nakomen anders kan de overheid sancties opleggen.

In de sturing van onze processen en in de manier waarop machinisten en conducteurs werken gaat het niet om 3 of 5 minuten treinvertraging als resultaat, maar om het werken tot op de seconde om te zorgen dat zo veel mogelijk reizigers op tijd aankomen.

Uiteindelijk is de punctualiteit slechts één element in de kwaliteit van de totale dienstverlening aan de treinreizigers. De NS wordt door de overheid via het vervoerplan ook afgerekend op het algemeen oordeel van onze klanten over de kwaliteit die wij leveren. En dat klantoordeel is de afgelopen jaren sterk gestegen. Over 2008 gaf 76 procent van de NS-klanten ons het rapportcijfer 7 of hoger. Dat betekent niet dat het niet nòg beter kan, maar wel dat we op de goede weg zijn. En die zetten we ook in 2010 voort.

    • John Krijgsman