Technocraat die oorlog cijferend benaderde

Necrologie Roberto McNamara bleef als minister van Defensie in de Vietnamoorlog geloven. Gisteren overleed hij.

McNamara als minister met president Johnson, in 1963. (Foto AP) FILE - In a November 23, 1963 file photo, President Lyndon B. Johnson confers with Secretary of Defense Robert McNamara. Former Defense Secretary Robert S. McNamara died Monday, July 6, 2009, according to his wife. He was 93. (AP Photo/ File) AP

Robert S. McNamara, die gisteren op 93-jarige leeftijd overleed in zijn woonplaats Washington, was in de jaren 60 het gezicht van de oorlog in Vietnam, het grootste trauma van het naoorlogse Amerika.

Hij was een technocraat van Republikeinse huize. Pas ruim veertig jaar nadat de Amerikanen Vietnam binnenvielen, in 1995, betuigde hij spijt voor de catastrofe waarbij 58.000 Amerikaanse soldaten overleden. „Het was fout, vreselijk fout”, zei de oud-minister in zijn memoires In Retrospect: The Tragedy and Lessons of Vietnam.

McNamara, zoon van een schoenenhandelaar, had nauwelijks defensie-ervaring toen de Democraat John F. Kennedy hem in 1961 vroeg het Pentagon te leiden. Hij was toen tweede man van het autoconcern Ford. In 1939 was hij op Harvard klaargestoomd voor een topfunctie in het bedrijfsleven. Een man voor wie de werkelijkheid bestond uit cijfers.

Zo benaderde hij ook oorlog. Dat was voor hem geen kwestie van veroveren en slachtoffers. Oorlog was voor hem cijferen. „Elke kwantitatieve maatstaf toont aan dat wij deze oorlog aan het winnen zijn’’, zei hij in 1962 na een bezoek aan Vietnam.

Het liet zien dat McNamara „een gevangene van zijn achtergrond” was, schreef een van zijn felste critici, David Halberstamm later in zijn beroemde boek The Best and The Brightest. Elke realistische analyse zou volgens hem het failliet van de oorlog al vroeg hebben blootgelegd. McNamara’s cijfers zouden nog jaren dienen als „legitimatie van een hopeloze leugen”.

Pas in de tweede helft van de jaren zestig – de vermoorde Kennedy was opgevolgd door Lyndon B. Johnson – liet McNamara zich door de CIA overtuigen dat de VS een fatale vergissing hadden begaan. Het aantal demonstraties (‘Johnson moordenaar’) groeide. Maar toen McNamara in 1967 de president probeerde te overtuigen, zorgde Johnson er gauw voor dat McNamara werd overgeplaatst naar de Wereldbank. Het zou nog zeven jaar duren voordat de VS zich uit Vietnam terugtrokken.

McNamara zorgde er daarna als directeur van de Wereldbank voor dat de westerse wereld de hulp aan de allerarmsten vergrootte. Hij bleef bij de bank tot 1981, waarna hij praktisch tot aan zijn dood werkte als adviseur en consultant. Zo was hij onder anderen commissaris van Shell.

McNamara deed er in het openbaar het zwijgen toe over de oorlog, totdat hij in 1995 in zijn memoires beschreef hoe de tragedie tot stand kwam. De late bekentenis leverde hem opnieuw forse kritiek op. Maar kenners legden uit dat het bij zijn afstandelijke natuur paste: hij wilde alle puzzelstukjes bestuderen om tot een definitief oordeel te komen.

Feit is dat de VS het trauma van Vietnam toen alweer achter zich hadden gelaten. De zege in de Golfoorlog van 1991, toen de VS de Iraakse bezetting van oliestaat Koeweit ongedaan maakten, gaf Amerika het zelfvertrouwen in de krijgsmacht terug. Het legde, achteraf, de basis onder de volgende Golfoorlog, in 2003.

McNamara waarschuwde dat jaar tegen een unilaterale invasie van Irak, en trok een parallel met het begin van de oorlog in Vietnam, toen de VS de meeste bondgenoten ook niet wisten te overtuigen. Er werd niet meer naar hem geluisterd.

Fotoserie van Robert McNamara op nrc.nl/foto