Rekening voor de welvarende mens

De discussie over een nieuw klimaatakkoord gaat voor een belangrijk deel over verantwoordelijkheden. Er is sprake van ‘common but differentiated responsibilities’, zoals het in het Kyoto-protocol is geformuleerd. China produceert bijvoorbeeld meer kooldioxide dan de Verenigde Staten. Dus zeggen de VS: zonder China gaat het niet. Maar per hoofd van de bevolking stelt de Chinese

Illustratie uit het artikel in de PNASIllustratie uit het artikel in de PNAS

De discussie over een nieuw klimaatakkoord gaat voor een belangrijk deel over verantwoordelijkheden. Er is sprake van ‘common but differentiated responsibilities’, zoals het in het Kyoto-protocol is geformuleerd. China produceert bijvoorbeeld meer kooldioxide dan de Verenigde Staten. Dus zeggen de VS: zonder China gaat het niet. Maar per hoofd van de bevolking stelt de Chinese uitstoot nog steeds niet veel voor. Dus zegt China: eerst de rijke landen.

In een artikel in de PNAS hebben wetenschappers van de universiteit van Princeton een methode ontwikkeld om dit probleem op te lossen. Ze proberen de ‘gezamenlijke maar verschillende verantwoordelijkheid’ te vertalen naar de manier van leven van individuen. Zelf noemen de onderzoekers hun methode ‘een mix van soberheid, rechtvaardigheid en pragmatisme’.

De auteurs proberen een beeld te krijgen van het aantal welvarende mensen in een land, omdat die volgens hen verantwoordelijk zijn voor de meeste ‘klimaatvervuiling’. Zo’n 700.000 mensen wereldwijd produceerden in 2008 ongeveer de helft van alle kooldioxide. Op basis van hun berekeningen komen de onderzoekers tot een individuele uitstoot van ongeveer 11 ton CO2 per jaar. Als je dat omslaat voor het aantal welvarende mensen in een land, krijg je de totale uitstoot per land - waarbij de verdeling in ontwikkelingslanden en rijke landen is verdwenen.

De auteurs erkennen dat ze niet alle elementen van het klimaatbeleid in hun formule vatten. Het gaat niet over de uitstoot van aerosols (roetdeeltjes), niet over import en export van goederen en ook niet over de verantwoordelijkheid voor emissies uit het verleden waarvan we nu de gevolgen ondervinden. Maar het zou een bijdrage kunnen leveren aan de impasse tussen geïndustrialiseerde landen en ontwikkelingslanden, en vooral het moment kunnen bepalen dat opkomende economieën moeten worden gedwongen hun eigen uitstoot binnen de perken te houden.