Rara, wie zijn dit? Dit zijn witte mensen

Ze houden van vintage T-shirts, van biologisch eten, van koffie en van brunchen. Ze houden niet van multinationals die de wereld dreigen over te nemen, van commerciële tv-programma’s, van hun jeugd, hun ouders en de godsdienst van hun ouders.

Rara, wie zijn dit? Dit zijn witte mensen. Volgens Christian Lander, de schrijver van Leuke dingen voor witte mensen, een boek vol met dingen die witte mensen leuk vinden. Hij heeft ook een site, stuffwhitepeoplelike.com.

Het was voor mij, wit mens, en volgens mijzelf behept met een redelijk unieke smaak en voorkeur, confronterend om zijn boek te lezen. Kijk, dat witte mensen houden van buitenlandse reizen, thee en yoga, is één ding. Dat is makkelijk. Dat wist ik al. Maar Christian Lander kwam ook met nogal particuliere voorliefdes van mij op de proppen in zijn boek, waar ik redelijk alleen in dacht te staan: flanel, het werk van de schrijver David Sedaris, het wonen in een wijk-in-opkomst en zelfs verontschuldigen. Als lievelingsactiviteit.

Christian Lander wist ook dat ik, en blijkbaar elk stereotype wit mens, rood haar mooi vind. En de videoclips van Michel Gondry. En dat ik heel graag een keer naar Japan zou willen gaan.

Gelukkig stonden er in het boek ook een paar dingen die ik helemaal niet leuk vind, namelijk Che Guevara, marathons en boten zonder hulpmotor. (Al moet ik toegeven dat ik marathons en boten zonder hulpmotor vooral vanuit fysiek oogpunt niet leuk vind.) En een paar dingen waar ik niets bijzonders mee heb – gebotteld water, modern meubilair en Aziatische meisjes. (Dat laatste misschien vooral omdat ik geen witte man ben.)

Ik heb de test in het boek gedaan, en bleek voor 53 procent wit te zijn. Wat ik dan voor de rest ben, weet ik niet. Ik hoop iets intrigerenders. Geel. Of zwart. Of desnoods een halfbloedje.

Overigens heb ik nog wat specifieke suggesties voor de Nederlandse vertaling – het boek verscheen oorspronkelijk in Amerika. Nederlandse witten hebben ook zo hun dingetjes. Bakfietsen, bijvoorbeeld, en Freitagtassen. En een NS-kortingskaart. En een plastic kapje met olijke stippels voor over hun fietszadel.

En nog een kanttekening, van dit witte mens dat net iets te veel met haar eigen eenheidsworsterigheid geconfronteerd is (Japan... ik dacht dat ik de enige was): dit boek gaat natuurlijk vooral over welgestelde, hoogopgeleide mensen tussen de twintig en de vijfenveertig.

Maar dat maakt het allemaal toch niet minder deprimerend.