Politieke opportuniteit

Minister Hirsch Ballin heeft zijn politieke hachje in de Eerste Kamer gered door nog zes maanden bewaarplicht voor internetgegevens in zee te gooien. Politieke ballast.

Hieronder schreef ik al dat de steun van zijn bevriende CDA-fractie cruciaal was om het wetsontwerop bewaarplicht telecomgegevens aangenomen te krijgen.

CDA-woordvoerder Hans Franken, Leids hoogleraar informatierecht, verklaarde gisteren zijn draai zonder talmen. Een te gaaf voorbeeld om niet even letterlijk te citeren.

De kritiek die wij hebben op de dataretentie richt zich voor wat betreft de inhoud op het werk
van de collega’s in het Europees Parlement, die onder politieke druk naar aanleiding van de
bomaanslagen in Madrid in 2004 en Londen in 2005 een richtlijn hebben aanvaard, die gebrekkige uitleg geeft in de overwegingen en een brede marge aanhoudt voor de toepassing van met name de bewaartermijn. Op deze inhoudelijke kritiek, die mijn fractie nog steeds heeft, wil ik eerst -- zij het kort -- ingaan en constateren, dat ik het eens ben met de manifesten die mijn vakbroeders en - zusters respectievelijk in NRC Handelsblad van 2 april 2008 en in Trouw van 26 juni 2009 hebben gepubliceerd. Het zou voor een wetenschappelijk debat aardiger zijn geweest wanneer ik het niet eens was met mijn naaste collega’s, maar -- en daarmee kom ik op mijn tweede punt -- we moeten hier vandaag een politieke beslissing nemen en dan kiest mijn fractie -- onder een aantal hieronder te noemen voorwaarden -- voor een standpunt, waarin politieke opportuniteit zwaarder weegt dan wetenschappelijke rationaliteit.

Het door Franken onderschreven stuk in Trouw, dat spreekt van ‘Europese opslaghysterie’, dateert van anderhalve week geleden. Als het nu alleen maar een wetenschappelijk probleem was dat hier voor de politieke opportuniteit wordt ingewisseld..

Voor de voorstanders van een bewaarplicht, zie dit stuk in NRC Handelsblad.