Oeigoeren botsen hard met China

Etnische spanningen leidden zondag tot hevig geweld in provincie Xinjiang.

Volgens deskundigen komt dat door de groeiende sociaal-economische ongelijkheid.

rijen oproerpolitie blokkeren demonstranten in Urumqi, de hoofdstad van de Chinese provincie Xinjiang (foto via Twitter). Foto’s Reuters A photograph published on the social networking website Twitter on July 6, 2009 shows what is purported to be Chinese policemen blocking protesters after a riot in Urumqi, Xinjiang Uygur Autonomous Region, July 5, 2009. China said a riot that shook the capital of the western Xinjiang region on Sunday killed 140 people and the government called the ethnic unrest a plot against its power, signalling a security crackdown. Picture taken July 5, 2009. REUTERS (POLITICS CONFLICT) NO SALES. NO ARCHIVES. FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. CHINA OUT. NO COMMERCIAL OR EDITORIAL SALES IN CHINA REUTERS

Bij het ernstigste etnisch geweld in China sinds de protesten van vorig jaar in Tibet, zijn zondag zeker 156 mensen gedood. Enkele duizenden islamitische Oeigoeren protesteerden in Urumqi, de hoofdstad van de westelijke provincie Xinjiang. Daarbij raakten meer dan achthonderd mensen gewond. Dit heeft staatspersbureau Xinhua gisteren gemeld. Het dodental zou nog oplopen.

De protesten begonnen vreedzaam, maar liepen uit de hand toen de politie de menigte uiteen begon te drijven. Meer dan 260 auto’s werden in brand gestoken en ruim 200 huizen werden beschadigd, aldus het staatspersbureau. Op de staatstelevisie waren gisteren beelden te zien van demonstranten die stenen gooiden en burgers aanvielen en mishandelden.

Lokale politieagenten arresteerden enkele honderden betogers onder wie tien sleutelfiguren die de aanstichters van de rellen zouden zijn. De politie heeft de stad afgesloten voor verkeer. Mobiele telefonie- en internetnetwerken zijn platgelegd.

De uitbarsting van geweld is de jongste en tot dusver ernstigste confrontatie tussen de Chinese overheid en Oeigoerse minderheid in het semi-autonome Xinjiang. De meesten van de 8,3 miljoen etnische Oeigoeren, een Turks volk met een aan het Turks verwante taal en islamitisch geloof, staat afwijzend tegenover de Chinese overheersing van de regio.

De rellen houden verband met een handgemeen tussen Han-Chinezen en Oeigoeren dat vorige maand plaatsvond in een speelgoedfabriek in Shaoguan in het zuiden van China. Han-Chinezen waren het oneens met de komst van Oeigoerse migrantenarbeiders en betichtten hen van diefstal. Beide groepen fabrieksarbeiders gingen elkaar met messen en stalen pijpen te lijf. Daarbij kwamen twee mensen om het leven.

De afgelopen decennia zijn miljoenen Han-Chinezen naar Xinjiang gemigreerd. Er wonen nu ongeveer acht miljoen Oeigoeren in het gebied, naast zes miljoen Chinezen. Voor de annexatie van Xinjiang in 1949 woonden er nog geen 300.000 Han-Chinezen.

De islamitische Oeigoeren voelen zich door de komst van zoveel Chinezen bedreigd in hun bestaan. Ze voelen zich economisch achtergesteld en klagen dat hun culturele en religieuze identiteit verloren gaat.

Xinjiang is een semi-autonome regio van China, heeft circa twintig miljoen inwoners en grenst aan Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Afghanistan, Pakistan en India. De regio is van groot strategisch belang. Sinds jaar en dag houdt Peking het gebied onder strikte controle door de aanwezige olie- en gasvoorraden.

De Chinese autoriteiten zijn ervan overtuigd dat de rellen zijn georganiseerd door extremistische moslimorganisaties in het buitenland. „Alles wijst erop dat het Wereld Oeigoeren Congres onder leiding van activiste Rebiya Kadeer achter de onrusten zit”, aldus Xinhua.

Kadeer, een Oeigoerse zakenvrouw die na jaren gevangenschap in ballingschap leeft in de Verenigde Staten, was niet bereikbaar voor commentaar. Andere in het buitenland gevestigde Oeigoerse groeperingen wezen de beschuldigingen van de hand. Zij schrijven de onlusten toe aan de groeiende sociaal-economische ongelijkheid in de regio en de klachten van islamitische Oeigoeren over discriminatie door Chinezen.

Extremistische Oeigoeren, diep in het zuidwesten tegen de grens met Afghanistan en Pakistan, willen het liefst van China af. Ze vechten voor een onafhankelijk Oost-Turkestan. Sommige groepen krijgen financiële steun van moslimbewegingen uit aangrenzende landen. In de jaren negentig vestigden ze de internationale aandacht op het Oeigoerse separatisme met aanslagen in Urumqi en Peking.

Twee maanden geleden executeerde China twee Oeigoeren die ter dood zijn veroordeeld voor de aanslag op het politiebureau in Kashgar vlak voor de Olympische Spelen waarbij zeventien joggende politieagenten werden gedood.

Volgens de Chinese regering ging het om een terreuraanslag tegen de Spelen die enkele dagen later zouden beginnen. Peking hoopt op internationale steun tegen het Oeigoerse terrorisme en wijst daarvoor naar Al-Qaeda in Afghanistan en Pakistan, met wie de Oeigoerse extremisten zouden samenwerken.

Hun leider Rebiya Kadeer werd door Peking uitgewezen nadat zij in 1999 was gearresteerd en tot acht jaar cel veroordeeld omdat ze openlijk de emancipatie en rechten van de Oeigoeren zou hebben opgeëist.

Volgens Kadeer heeft China na de aanslagen van 11 september 2001 in de VS de jacht op vermeende terroristen in Xinjiang geopend. De autoriteiten hebben het vooral gemunt op de Moslim Beweging van Oost-Turkestan (ETIM), die ook door de Verenigde Naties en de VS als terroristische organisatie wordt aangemerkt.

Toch zijn westerse deskundigen het erover eens dat niet de religieuze en etnische tegenstellingen, maar juist de snel groeiende sociaal-economische ongelijkheid ten grondslag liggen aan de etnische spanningen en het huidige geweld.