Nederland voortrekken deed hij beslist niet

Jaap de Hoop Scheffer werd gisteren geridderd. Hij vertrekt als secretaris-generaal bij de NAVO. Wat heeft deze topfunctie in Brussel Nederland eigenlijk opgeleverd?

Jaap de Hoop Scheffer is sinds gisteren drager van het Ridder Grootkruis. Hij ontving de bijbehorende versierselen gisteren uit handen van premier Balkenende. (Foto Roel Rozenburg) Den Haag : 6 juli 2009 Hoge Koninklijke onderscheiding voor SG-van de NAVO de Hoop Scheffer. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Er zijn lintjes en linten. De vertrekkende Nederlandse secretaris-generaal van de NAVO, Jaap de Hoop Scheffer kreeg gisteren uit handen van premier Balkenende een lint. Niet opgespeld, maar gedrapeerd, zo groot. Drager van het Ridder Grootkruis in de orde van Oranje Nassau mag De Hoop Scheffer zich nu noemen. Verdiend omdat, zoals Balkenende gisteren in de tuin van het Catshuis tot hem zei, „jouw leiderschap en grote politieke inzicht de laatste jaren van enorm belang zijn geweest voor de NAVO en voor het aanzien van Nederland in het buitenland”.

Aanzien. Was het daar dan om te doen toen De Hoop Scheffer in 2003 door Nederland naar voren werd geschoven als kandidaat secretaris-generaal van de NAVO? Wat is eigenlijk de meerwaarde van een landgenoot op de hoogste positie van het militair bondgenootschap. Maakt het verschil? Wel degelijk, zegt Dick Berlijn, tot vorig jaar als Commandant der Strijdkrachten de hoogste Nederlandse militair. „Het straalt af op je land. Er wordt net iets meer naar je geluisterd. Als Nederland hebben wij nogal wat meningen over allerlei zaken. Dus is het goed als die gehoord worden.”

Volgens minister Eimert van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) heeft De Hoop Scheffer met zijn binnen de NAVO ontplooide diplomatieke gaven Nederland „reputatiewinst’’ bezorgd. Ook hij merkt dat Nederland „gezien’’ wordt. Niet onbelangrijk voor een land dat niet vanwege zijn grootte automatisch een positie kan opeisen. Het geeft je land „meer profiel’’, zegt Bram Boxhoorn, directeur van de in Den Haag gevestigde Atlantische Commissie, de organisatie die zich bezighoudt met trans-Atlantische vraagstukken.

Er klonk in het najaar van 2003 applaus in de Tweede Kamer nadat de benoeming van De Hoop Scheffer, toen nog maar 14 maanden minister van Buitenlandse Zaken, als hoogste man van de NAVO bekend was geworden. Premier Balkenende had het over „een prestigieuze functie’’ waar Nederland „zonder enige terughoudendheid trots op mocht zijn’’. Diverse Kamerleden noemden het een „voor Nederland eervolle functie’’. Het gemor beperkte zich tot de procedure. Kon De Hoop Scheffer de resterende maanden tot zijn officiële aantreden nog wel minister blijven? Voor de rest niets dan lof.

De pijnlijke herinnering aan de vergeefse sollicitatie van ex-premier Ruud Lubbers in 1995 naar dezelfde functie bij de NAVO – de Amerikanen achtten hem ongeschikt – was vergeten. „Gefeliciteerd dat deze positie voor Nederland is verworven’’, aldus André Rouvoet, in 2003 nog fractievoorzitter voor de ChristenUnie.

Maar een positie die voor Nederland verworven dient te worden, is het nu juist niet. Dat suggereert een direct Nederlands belang. Wat een secretaris-generaal van de NAVO als vertegenwoordiger van inmiddels 28 lidstaten niet moet doen, is opkomen voor de belangen van het eigen land. Tweede Kamerlid Angelien Eijsink (PvdA) vergelijkt het met de lerares die haar eigen kind in de klas heeft. „Die zal er ook alles aan doen de indruk te vermijden dat zij dat kind voortrekt.’’ Dat was ook de houding van De Hoop Scheffer, is haar ervaring. Naar Nederland komen om voor een hoorzitting te verschijnen van de Tweede Kamer over Afghanistan? Geen sprake van. De Kamerleden kwamen maar naar Brussel, als ze hem zo nodig wilden spreken. Met grote moeite ontfutselden ze de secretaris-generaal vervolgens de toezegging dat hij in een openbare brief zou vastleggen dat de NAVO bij de troepenplanning voor Afghanistan er rekening mee zou houden dat Nederland volgend jaar uit Uruzgan vertrekt.

De Hoop Scheffer moest juist extra op zijn hoede zijn als het over zijn eigen land betrof. „Ik kan me niet voorstellen dat Nederland in zijn eentje zou vertrekken uit Afghanistan. Er kan niemand weg’’, zei hij in 2007 in een vraaggesprek met deze krant toen Nederland nog middenin de discussie zat of de missie in Uruzgan vanaf augustus 2008 met nog eens twee jaar verlengd moest worden. Kabinet en parlement reageerden gepikeerd op deze ‘buitenlandse inmenging’ in nationale aangelegenheden. „Nederland maakt uiteraard een eigen afweging ongeacht wat anderen daarover denken’’, aldus premier Balkenende in de Tweede Kamer destijds.

De VVD’er Hans van Baalen, tot vorige maand voorzitter van de Tweede Kamercommissie voor Defensie en nu Europarlementariër, denkt dat De Hoop Scheffer desondanks juist in de discussie over de Nederlandse missie in Uruzgan het verschil heeft gemaakt. „Als Nederlander begreep hij toch meer hoe die rare discussie in ons land verliep en kende zodoende de do’s and dont’s.’’

Bram Boxhoorn, van de Atlantische Commissie, wijst in dit verband op de indirecte invloed. „Met een Nederlander als secretaris-generaal is het toch net iets moeilijker ‘nee zeggen’ als je als land gevraagd wordt nog twee jaar langer in Uruzgan te blijven.’’

De Hoop Scheffer gaf dit gisteren ook min of meer zelf aan, toen hij op het Catshuis het dankwoord voor zijn onderscheiding uitsprak en de „prominente rol’’ roemde die Nederland in Afghanistan speelt. „Nederland stond en staat er. Het is een belangrijk gegeven voor een secretaris-generaal dat je weet dat je eigen land ten volle meedoet.’’

Een ‘eigen’ man in Brussel. Het effect blijft moeilijk meetbaar. Bij de ontmoetingen is de warme handdruk net iets warmer, de joviale schouderklop net iets jovialer en zijn de informele inleidende opmerkingen net iets informeler. Minister Van Middelkoop: „Je merkt het als je met elkaar in zo’n grote vergaderzaal zit. Dan wissel je soms van die begrijpende blikken met elkaar’’. Het eenvoudiger in contact komen met de hoogste regionen van het bondgenootschap, deuren die gemakkelijker opengaan. Dat wordt alom beschouwd als de toegevoegde waarde van een landgenoot als secretaris-generaal van de NAVO.

Dick Berlijn heeft het in zijn jaren als opperbevelhebber gemerkt als lid van het militair comité van de NAVO, het overlegorgaan van de hoogte militairen van de aangesloten lidstaten. Komend uit hetzelfde land als dat van de secretaris-generaal, merkte hij dat het voor hem soepeler functioneren was. „We hebben als Nederland de aanpak met de drie D’s: Defense, Development en Diplomacy. Geen Nederlandse uitvinding,maar wel iets waar we actief mee aan de slag zijn gegaan. Daar was belangstelling voor. Ik denk dat we door De Hoop Scheffer ons militaire geluid versterkt hebben kunnen horen.’’

Atmosferisch is een woord dat geregeld terugkomt als naar de bepalende rol van De Hoop Scheffer voor Nederland wordt gevraagd. „Of het een Nederlander is, maakt niet uit. Of het een goede Nederlander is, dat maakt uit’’, zegt Edmund Wellenstein, die als ambtenaar in diverse internationale functies actief is geweest. Van Middelkoop draait het om: „Stel je voor dat De Hoop Scheffer het slecht had gedaan. Dat hadden we direct gemerkt.’’

    • Mark Kranenburg