Maar wat kan hij dan?

Het old boys-netwerk blijkt nog springlevend.

Maar er zitten wel grenzen aan de macht van commissarissen.

Voormalig president-directeur Jeroen van der Veer van Royal Dutch Shell stijgt dankzij commissariaten bij Philips, Unilever, ING en Shell met stip in de zakelijke Nederlandse elite. Blaast hij het old boys- netwerk waar commissariaten worden verdeeld nieuw leven in?

„Het netwerk blijft bestaan, maar dunner en zonder aristocraten”, zegt politicoloog Meindert Fennema, mede-auteur van Nieuwe netwerken, over de verschuivingen in de elite.

Hoe ongewoon is zo’n kwartet commissariaten?

„De oude Frits Fentener van Vlissingen had in zijn tijd, voor en kort na de Tweede Wereldoorlog, 43 commissariaten. Wereldwijd is de trend minder commissariaten. De code-Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur [van eind 2003, red.) volgt dat. Tabaksblat limiteert de beursgenoteerde commissariaten tot vijf per persoon. Dat legt vast wat al gebruik was. Leiders van grote ondernemingen hebben minder tijd voor commissariaten. Veel commissariaten zijn bovendien riskanter, doordat niet zeker is of je het allemaal wel kunt bijbenen.”

De code-Tabaksblat wilde het old boysnetwerk breken. Waarom lijkt het netwerk nu zo springlevend?

„Het netwerk blijft bestaan, maar in twee opzichten in een andere vorm. De aristocratische lieden doen niet meer mee in het netwerk, omdat het netwerk nu zakelijk-professioneel wordt geleid. En het netwerk telt minder leden. Het is dunner geworden. In sociaal opzicht is het netwerk opener geworden.”

Moeten wij blij zijn met het voortbestaan van de old boys?

„Kennelijk blijft in het bedrijfsleven behoefte aan mensen die de coördinatietaken op zich nemen, mensen die in staat en bereid zijn om antwoorden op maatschappelijke problemen te formuleren. Daarvoor heb je gezaghebbende mensen nodig die in gezaghebbende besturen zitting willen nemen, daar mag de samenleving blij mee zijn. Als het bestuur van het bedrijfsleven in handen komt van anderen, zo redeneren zij, van mensen die niet zo verstandig zijn als zij, of die te dom zijn of te emotioneel om deze verantwoordelijke posities in te nemen, dan is de samenleving in hun ogen nog verder van huis. Van der Veer krijgt nu minder macht, want de macht in het bedrijfsleven zit bij de bestuurders, maar hij krijgt wel meer invloed via zijn commissariaten. Daar zitten mensen die veel met elkaar gemeen hebben, zij hebben vaak iets Tefal-achtigs, het schandaal glijdt van hen af, dat zie je ook bij Wim Kok, bij Rinnooy Kan. Kijk naar de topbeloningen. Hun motto is: er zijn maar beperkte mogelijkheden om het bij te sturen.”

In uw boek heeft u lage verwachtingen van de macht van commissarissen om topbeloningen te beperken. Wordt Van der Veer een uitzondering?

„Commissarissen hebben nul invloed. Ik had gehoopt op een groter zelfreinigend vermogen bij de zakenelite, maar dat blijkt niet zo te zijn. Go with the flow. Van der Veer harkt jaarlijks 8 miljoen euro binnen, maar beseft kennelijk niet hoe maatschappelijk ontwrichtend dat werkt. Hij beseft niet dat hij het fatsoen dat hij denkt te hebben, dan niet meer uitstraalt. De meeste mensen denken dat de topmanagers binnenharkers zijn, maar zo worden zij gemáákt. Voor velen blijft hun functie belangrijker dan het geld.”

Dus van het beteugelen van topbeloningen komt voorlopig niks?

„Dat gebeurt pas als bij hen de ruiten worden ingegooid.”

Dat zie ik nog niet gebeuren.

„In het Verenigd Koninkrijk is het al gebeurd, bij de Royal Bank of Scotland. Nu is het ook rechts dat tegen de onverdiende bonussen tekeer gaat. Dat moet de topelite zeer verontrusten. Ik moet nog zien wat er gaat gebeuren als Wilders met dertig zetels straks gaat tamboereren op het grote graaien.”