Hondurese coups

Nagenoeg alle clichés over Latijns-Amerika staan op hun kop. De gebeurtenissen in de archetypische ‘bananenrepubliek’ Honduras voltrekken zich niet meer langs de wetmatigheden van vroeger. President Zelaya, die tien dagen geleden met een militaire staatsgreep werd afgezet, is vandaag in Washington om steun te zoeken bij de Verenigde Staten.

Zelaya wil dat het land, dat hij tijdens zijn presidentschap als „imperialistisch” afschilderde, hem weer in het zadel helpt. De VS zijn niet eens ongenegen om te helpen. In een toespraak vanmorgen tot studenten op de Russische Economische Hogeschool in Moskou, een instelling die zich spiegelt aan Harvard of de London School of Economics, zei president Obama op de laatste dag van zijn staatsbezoek aan Rusland: „Dat doen we niet omdat we het met hem eens zijn, maar omdat we het universele principe respecteren dat volken hun eigen leiders moeten kunnen kiezen.”

Hiermee verkeert Obama in hetzelfde kamp als onder anderen president Chávez van Venezuela. Die eensgezindheid heeft ertoe geleid dat de Organisatie van Amerikaanse Staten het lidmaatschap van Honduras heeft opgeschort. Door dit isolement wordt de interim-regering onder leiding van parlementsvoorzitter Micheletti in het nauw gedreven. Dat kan de coupplegers duur komen te staan, aangezien met name de armere lagen van de Hondurese bevolking in verzet zijn gekomen tegen de putsch. De eerste dode is al gevallen.

Ook die aanhankelijkheid jegens Zelaya is overigens een omkering van oude en vertrouwde beelden. President Zelaya is niet louter een slachtoffer en kan zich politiek niet afficheren als een soort hedendaagse Allende, de Chileense socialist die in 1973 door generaal Pinochet werd afgezet. Zelaya is pas vrij recent een bondgenoot van de lagere klassen geworden. De vermogende zakenman werd eind 2005 gekozen als kandidaat van de Liberale Partij. Pas in de loop van zijn presidentschap wendde hij de steven en ging hij het volkse en linkse voorbeeld van Chávez volgen, bijvoorbeeld in zijn verzet tegen vrijhandel. Zijn partijgenoten braken met hem wegens dit kiezersbedrog. Waarna Zelaya probeerde zijn presidentschap te redden en te rekken à la Chávez via een referendum, dat hij op ongrondwettige wijze en tegen de wil van het Congres trachtte door te drukken. Om Zelaya te stoppen hebben volksvertegenwoordiging en krijgsmacht hem tien dagen geleden, even onconstitutioneel, afgezet.

Beide partijen hebben zich dus gedragen zoals het vroeger in een bananenrepubliek zou hebben betaamd: het doel van de macht heiligt alle middelen. Het verschil is dat er nu geen machtige patroon in het buitenland is die zich achter de een of de ander schaart. Dat is vooruitgang, maar het lost de crisis in Honduras niet op. De formele eenheid binnen OAS kan dat wellicht wel: zoveel druk zetten dat er snel verkiezingen worden uitgeschreven (die dit najaar toch zouden hebben moeten plaatsvinden). Dat lijkt de beste manier om de impasse te doorbreken, die is ontstaan door de putschpoging per plebisciet van Zelaya en de militaire coup van Micheletti.