Hof maakt ruzie met rechtspsychologen

Komt het tussen de rechterlijke macht en de twee belangrijkste rechtspsychologen van Nederland nog goed? Na het arrest van het Hof Amsterdam in de Holleeder-zaak zijn de verhoudingen verder verslechterd.


Vorige week vrijdag barstte de bom toen president J.M.J. Chorus bij het voorlezen van het arrest de termen tendentieus en speculatief gebruikte om het rapport van de rechtspsychologen Crombag en W.A. Wagenaar te kwalificeren. Het was te zien op Nova en wel hier. In het persbericht van het Hof stond dit te lezen: ,,Het hof constateert dat de rapporteurs [...] oordelen hebben uitgesproken die niet zijn gebaseerd op hun specifieke deskundigheid en op een gebied waar het oordeel niet aan hen toekomt”

Dat leek verdacht veel op de kritiek die  Wagenaar c.s. te horen kregen op hun boek ‘De slapende rechter’. Strafrechthoogleraar en tegenwoordig raadsheer in de Hoge Raad Marc Loth schreef een scherp weerwoord op dit boek. Eerder hier op dit blog behandeld. Ook toen was de kritiek dat Wagenaar c.s. te weinig van strafrecht, in het bijzonder van strafvordering wisten. En aangezien de strekking van het boek was dat rechters te weinig van psychologie weten, begon het debat al aardig het karakter van een ruzie tussen doven te krijgen.

Van een zakelijk debat wordt het nu nog meer een persoonlijke twist. Crombag liet in Nova weten zich te zullen orienteren op juridische stappen tegen de kwalificaties die Chorus hem toevoegde. Hij zei de kritiek persoonlijk op te vatten en zich in zijn eer en goede naam aangetast te achten. Lees hier het bericht erover op deze site.

Het maakt des te nieuwsgieriger naar wat het Hof Amsterdam werkelijk heeft gezegd over Crombag en Wagenaar. Sinds maandagmiddag staat het verkorte arrest in de zaak Holleeder online en wel hier. Wie door scrolt naar het tussenkopje De bewijswaarde van de achterbankgesprekken of de zoekterm tendentieus gebruikt, valt er middenin. De heren zijn letterlijk hun deskundigheid te buiten gegaan, meent het Hof. Zij hebben oordelen uitgesproken die niet zijn gebaseerd op hun specifieke deskundigheid en waarvoor in het strafproces geen plaats is. Met hun conclusies dat de achterbankgesprekken praktisch op geen enkel punt voldoen aan de criteria die in de strafrechtspraktijk gelden voor getuigenverhoren en als bron van aanvullend bewijs (…) vrijwel waardeloos schijnen, hebben de rapporteurs dan ook een oordeel gegeven op een gebied waar het oordeel niet aan de rapporteurs toekomt. …. Voorts hebben de rapporteurs zich oordelen aangematigd over de strafvorderlijke status van [....], terwijl niet is gebleken dat zij over deskundigheid ter zake van het strafprocesrecht beschikken noch dat deze kwesties aan hun oordeel zijn onderworpen. (cursief is citaat Hof)

Oftewel, wilt u zich alstublieft voortaan van een oordeel over de criteria voor getuigenverhoren in de strafrechtspraktijk verre houden. Daar hebt u niet voor geleerd. En wij wel. Daarmee is het dus een competentiekwestie geworden. Hetgeen haarfijn werd aangevoeld door Crombag die zei dat het recht ,,van ons allemaal” is en niet alleen van juristen.

Hoort deze afrekening met Crombag en Wagenaar overigens wel thuis in een arrest dat helemaal gaat over een zekere Holleeder? Over hem moesten zij een oordeel vellen, niet over Crombag en Wagenaar, wier observaties het Hof ook veel minzamer terzijde had kunnen leggen. Hoe het ook zij, iedere strafadvocaat in Nederland weet dat een deskundigenrapport door Crombag of Wagenaar ter ontlasting van de client voorlopig vooral irritatie bij de rechter zal wekken.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Alleen onder vermelding van de volledige naam

    • Folkert Jensma