Het mooiste uit de boedel plukken

Het regent faillissementen in de bouw. Tegen deze trend in beginnen drie directeuren van een bankroete bouwer samen een nieuw bedrijf. Voorlopig lijkt het te lukken.

Een dubbel gevoel bekroop Michael Sauerbier toen zijn werkgever, bouwbedrijf Van Hoogevest, begin februari bankroet ging. Sauerbier had net zijn leaseauto, laptop en telefoon ingeleverd, maar eigenlijk voelde hij vooral bevrijding. Natuurlijk vond hij het naar dat zijn werkgever failliet was, maar hij kon maar aan één ding denken: doorgaan en zelf ondernemen.

Terwijl de curatoren begin februari hun intrek namen in het hoofdkantoor van Van Hoogevest, een subtopper in de Nederlandse bouwsector, werkte Sauerbier, samen met collega-directeuren Frank van Herk en Mannes Wietsma, aan een plan om een nieuw bouwbedrijf op te zetten. Het idee om te solliciteren bij andere bouwbedrijven is bij de drie nooit serieus overwogen, zegt Sauerbier. Ze wilden vooral voor zichzelf beginnen. Tegen de trend in – de bouw staat volgens alle prognoses grote vraaguitval, faillissementen en ontslagen te wachten – lijkt het te lukken. Na vier maanden hebben ze twee grote bouwprojecten binnengehaald ter waarde van 20 miljoen euro. De klussen komen uit de orderportefeuille van Van Hoogevest, hun oude werkgever.

Van Hoogevest was een familiebedrijf. „En daardoor was het nogal hiërarchisch. Iedereen rapporteerde vrijwel direct aan de directeur-grootaandeelhouder.” Niet dat daar iets mis mee is, benadrukt Van Herk. „Het bedrijf is snel en hard gegroeid. In zes jaar is de omzet verdriedubbeld, maar de structuur is nooit aangepast, waardoor het overzicht zoek was.” Dat leverde problemen op, zegt Sauerbier.

De drie directeuren waren anderhalf jaar geleden aangenomen om binnen de bouwdivisie de werkmaatschappij Woning- en Utiliteitsbouw, die vooral huizen en kantoren bouwt, te reorganiseren. „Pas toen we erin zaten, zagen we hoe ziek de patiënt was”, zegt hij. In de vijf jaar voor de crisis zijn de productieprijzen in de bouw hard gestegen. Door speculatie en de toegenomen vraag uit China en India steeg de prijs van grondstoffen alsmaar. En door een tekort aan bouwvakkers stegen de personeelskosten. „Daar is financieel niet goed mee omgesprongen”, zegt Van Herk. Het was Heijmans in het klein, vervolgt hij. De beursgenoteerde bouwgigant sprong ook onzorgvuldig om met de marktomstandigheden en moet nu divisies verkopen, personeel ontslaan, schulden afbouwen en nieuwe aandelen uitgeven om het hoofd boven water te houden.

„Toen wij aantraden moesten wij fors ingrijpen: projecten opschonen en vestigingen reorganiseren en afbouwen”, zegt Sauerbier. De divisie ging van een omzet van ruim 90 miljoen naar 65 miljoen euro. „En net toen wij het bloeden hadden gestopt, ging het hele bedrijf failliet.” De bank bevroor de betaalrekening van het bedrijf waardoor Van Hoogevest niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen. Volgens de curatoren zit de bouwer met een schuld van meer dan 30 miljoen euro.

„Na twee jaar kon ik de projecten gewoon niet loslaten”, zegt Van Herk. Eind vorig jaar, toen de directeuren er lucht van kregen dat Van Hoogevest in een penibele situatie verkeerde, hadden ze een management buy-out van de bouwdivisie voorgesteld. „In een groot bedrijf als Van Hoogevest, maar ook bij andere bouwers, duurt het lang voordat een beslissing genomen wordt”, zegt Van Herk. „Daarna duurt het nog langer voordat die beslissing is uitgevoerd. Als we met onze werkmaatschappij zelfstandig waren geweest, hadden we sneller verandering kunnen uitvoeren.”

Maar de deal ging niet door, er was een koper in beeld die het hele bedrijf wilde overnemen. Toen ook dat plan afketste en Van Hoogevest failliet ging, kwamen de drie directeuren in actie. Via via kwamen ze in contact met Leen Visscher, een vermogende onderaannemer uit Wassenaar die wel zou willen investeren in een nieuw bouwbedrijf. Dus trokken de drie naar het kantoor van Visscher om hun plan te presenteren. „Dat was best wel arrogant”, zegt Van Herk. „Wij moesten hem overtuigen in ons bedrijf te investeren, terwijl wij juist de directie vormden van een onderdeel van de bouwdivisie van Van Hoogevest, de achilleshiel van een bankroet bedrijf.”

Visscher nam een belang van 70 procent in Visscher Amersfoort, het nieuwe bouwbedrijf. De drie directeuren werden voor 30 procent eigenaar. Nu zitten ze in een kantoortje aan de Heliumweg, een industrieterrein in het uiterste westen van Amersfoort. De muren zijn kaal, de visitekaartjes net gedrukt. Op de gevel pronkt nog de naam van de vorig bewoner van het pand, een bedrijf dat golfsimulators maakt. Alleen een klein stickertje op de piepende voordeur verraadt dat dit nu het hoofdkantoor van Visscher Amersfoort is.

„Het is inderdaad wel bijzonder dat uit het faillissement, een ingrijpende periode, een nieuw bedrijf groeit”, zegt Sauerbier. „Maar wij moeten het natuurlijk nog wel bewijzen.” De drie directeuren hebben elf bouwspecialisten, van werkvoorbereider tot calculator, van Van Hoogevest meegenomen. Ze hebben het voordeel dat ze de projecten van Van Hoogevest beter kennen dan wie dan ook.

Hoe ze er over een paar jaar precies bijstaan kunnen ze niet zeggen. Als de prognoses kloppen, gaat de bouwsector een donkere tijd tegemoet. Opdrachtgevers trekken op grote schaal opdrachten voor huizen en kantoren in. Het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid verwacht dat de bouwproductie de komende twee jaar met 15 procent daalt. Ontslagen en meer faillissementen lijken onvermijdelijk.

De twee opdrachten die al binnen zijn, een psychiatrisch centrum in Amersfoort en een winkelcentrum annex appartementengebouw in Aalsmeer, bieden genoeg werk voor dit jaar. „Het voordeel van opnieuw beginnen vergeleken met een doorstart van de werkmaatschappij is dat wij kunnen selecteren”, zegt Van Herk. De winstgevende projecten proberen ze binnen te halen, de problematische klussen laten ze liggen. „Hetzelfde geldt voor het personeel. De talenten pikken wij eruit”, stelt Sauerbier.

Een ding weten ze wel: ze willen niet te groot worden. „We hebben een lijstje met eisen en voorwaarden opgesteld”, zegt Van Herk. Het bedrijf beperkt zich tot het midden van Nederland. Geen projecten in gebieden waar ze niet bekend zijn dus. Ze sluiten opdrachtgevers uit die bekend staan als vechters. „Dat zijn partijen die alles uit de kast halen om tot de laagste prijs te komen”, verklaart Van Herk. En ze mogen maximaal 50 miljoen euro omzet per jaar draaien. „Wij gaan niet voor maximale omzetgroei”, zegt Sauerbier. „Dat gaat mis.” Hij doelt op ontspoorde bouwers als Van Hoogevest en Heijmans. „Ons bedrijf moet bestuurbaar blijven.”