G8 en G5-landen moeten goed naar elkaar luisteren

De jaarlijkse G8-top zou een moment van gezamenlijke treurnis kunnen worden. De leiders van de rijke landen, die deze week in Italië bijeen zullen komen, delen veel economische problemen. Op de weg omlaag groeien – van Londen en Parijs tot Washington en Moskou – de ooit zo verschillende ‘modellen’ of economische systemen razendsnel naar elkaar toe. Het zou verleidelijk zijn om geweeklaag over reddingsoperaties voor banken, slinkende nationale inkomens en stijgende begrotingstekorten met elkaar uit te wisselen.

Maar de G8-leiders moeten meer doen. Om te beginnen zouden ze hun oor eens te luister kunnen leggen bij de leiders van China, India, Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika, die één straat verderop vergaderen. Op grond van een nieuwe traditie heeft de top van de rijke wereld de facto deze G5 van de ‘opkomende landen’ omarmd. Obama, Medvedev, Merkel, Brown en hun collega’s zullen dan te horen krijgen dat hun problemen niet kunnen worden opgelost als die van de rest van de wereld niet ook worden aangepakt.

Zij zouden ook kunnen luisteren naar de twee waarschuwingen tegen protectionisme die dit weekeinde werden geuit. Zowel Robert Zoellick, de president van de Wereldbank, als Pascal Lamy, het hoofd van de Wereldhandelsorganisatie, weet protectionisme als geen ander te ontwaren. Ze waren ooit partners en soms tegenstanders tijdens de wereldhandelsbesprekingen – toen Zoellick de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger was en Lamy de Europese commissaris voor Handel.

In hun huidige functies kijken de twee mannen vanuit een mondiaal perspectief naar de economische storm, en ze worden niet vrolijk van wat ze zien. Zoellick heeft een brief naar de leiders van de G8 gestuurd met de vraag om niet te vroeg het einde van de recessie aan te kondigen, omdat hun stimuleringspakketten in de rest van de wereld nog steeds nodig zijn. Lamy waarschuwde dat reddingsoperaties voor banken, die kredietverleners dikwijls nopen zich te reorganiseren op hun nationale territorium, een risico kunnen vormen voor de wereldhandel. Protectionisme, zo voegde hij daaraan toe, is nog steeds een zeer ernstige dreiging, en „een verschrikkelijke ramp”.

De slotverklaring van de G8 zal zoals gewoonlijk een nu verplichte zinsnede bevatten over de noodzaak om het protectionisme te bestrijden. Maar afgezien van de automatismen in de diplomatieke formules gaat het er vooral om wat de G8-leiders thuis zullen doen – of ze hun woord zullen houden als het om de handel gaat. Naarmate het allemaal zwaarder wordt, zal het moeilijker zijn de toezeggingen gestand te doen. Deze week is een goed moment om wat wederzijdse steun op te bouwen.

    • Pierre Briançon