De moeders van Urumqi zijn woedend

Urumqi, waar zondag etnische rellen uitbraken, is ook vandaag een stad van geweld. Oeigoeren vechten met de politie, Han-Chinezen nemen wraak.

Nalida, een vrouw in een zwart-wit gestreepte boerka, slaat haar handen voor haar gezicht. „De politie heeft mijn man vermoord. Honderen politiemannen drongen onze huizen binnen. Ze sloegen met stokken en buizen en namen onze mannen en zonen mee.” Ze balt haar vuisten en krijst het uit, terwijl honderden Oeigoerse vrouwen uitzinnig huilend richting Dawananlu lopen, de straat waar zondagmiddag honderden Oeigoeren slaags raakten met de politie.

„Het is nu oorlog. We hebben te lang gezwegen. De Chinezen respecteren onze manier van leven en ons geloof niet”, zegt Guli, een vrouw met een groene boerka. „Onze mannen, we weten niet waar ze zijn. Zelfs naakte kinderen hebben ze in trucks geladen.”

Ze zijn woest, de Oeigoerse vrouwen van Urumqi, de hoofdstad van de provincie Xinjiang in het westen van China. Daar kwam het zondag tot een uitbarsting van geweld, waarbij inmiddels 165 mensen zijn gedood en meer dan 1.000 gewond raakten. De voornamelijk traditioneel geklede vrouwen betoogden vanmorgen voor de vrijlating van hun mannen en zonen en zoeken contact met een groep journalisten, die onder strikte begeleiding van de Chinese autoriteiten de stad bezoeken. Opnieuw komt het tot confrontaties met de politie. Terwijl sirenes loeien en politieagenten de menigte terugdringen met traangas, dragen Oeigoerse mannen enkele vrouwen weg die zijn flauwgevallen. Wanhopig vragen ze om een ambulance. Die laat lang op zich wachten. „Zie je wel, onze levens doen er niet toe. Ze laten ons volk zoals altijd weer barsten”, zegt een Oeigoerse vrouw.

„Mijn man is meegenomen en we weten niet waarom. De politie heeft geen reden opgegeven”, zegt Hadida, een vrouw met twee vlechten die met een kind op haar arm in de huilende menigte staat.

Ali, een smoezelig geklede Oeigoer, zwaait dreigend met een stok in de richting van de politie. Hij zegt dat twee van zijn broers zijn meegenomen. „We hebben niets met de rellen te maken. Maar de politie maakt geen onderscheid. Dat komt doordat ze ons al jarenlang discrimineren.”

Urumqi is ook vandaag een stad van geweld. Niet alleen de Oeigoeren vechten met de politie, ook de Han-Chinezen laten zich gelden. Terwijl de journalisten door de stad worden geleid, melden internationale persbureaus wraakacties van honderden Han-Chinezen. Zij zouden met metalen pijpen en knuppels winkels van Oeigoeren vernielen.

Vervolg Oeigoeren: pagina 4

Openheid is zorgvuldig geregisseerd

In de Danwananlu staan tientallen politieauto’s, pantserwagens en ambulances geparkeerd. Grote delen van de stad zijn afgegrendeld en gebarricadeerd door troepen van de mobiele eenheid. Mobiele telefoon- en internet verbindingen zijn platgelegd en de overheid heeft officieel de staat van beleg afgekondigd.

Alleen in het Haidehotel waar het ministerie van Buitenlandse Zaken alle journalisten heeft ondergebracht, worden in een perszaaltje enkele internetlijnen geopend. Gezien de ernst van de situatie is het opmerkelijk dat de Chinese overheid buitenlandse journalisten toestemming gaf om verslag te doen van de rellen.

Tijdens de Tibetaanse opstanden in Lhasa in maart vorig jaar werd journalisten de toegang tot de Tibetaanse gebieden nog ontzegd. „Het is daar te gevaarlijk, we willen journalisten tegen het geweld beschermen”, was de officiële reden die de autoriteiten destijds opgaven voor hun geslotenheid.

De Olympische Spelen en de aardbeving in Sicuan hebben geleid tot een schijnbaar grotere openheid. Maar de nieuwe openheid is zorgvuldig geregisseerd. In Danwananlu staan Han-Chinezen en gematigde Oeigoeren klaar om hun verhaal te doen. Zij hebben een ander verhaal dan de opstandige Oeigoerse vrouwen.

Han Haiti, een Han-Chinese eigenaar staat voor zijn volledige uitgebrande autogarage. „Ik kan het niet bevatten. Het is vreselijk. Ik heb er zeven jaar over gedaan om mijn zaak op te bouwen. Nu is alles kapot.” In Danwananlu wonen Han-Chinezen en Oeigoeren al jarenlang vreedzaam naast elkaar zegt hij.

Ook een modern geklede Oeigoerse vrouw die zich Halida noemt toont zich verbaasd. „In onze straat zijn er nooit schermutselingen tussen Oeigoeren en Chinezen.

De rellen kwamen voor de inwoners van Dawanlu volslagen onverwacht. Bewoners van Dawanlu verklaren dat rond twee uur zondagmiddag honderden schreeuwende Oeigoeren de straat in renden. „Ze gooiden stenen, staken auto’s in de brand en gingen Han-Chinezen te lijf”, aldus Halida.

Garagehouder Han: „Aan de overkant van de weg zag ik tientallen lijken. Of het Oeigoeren of Chinezen waren, kon ik vanaf hier niet zien.”

Een partijbaas van de Communistische Partij in Xinjiang, Wang Le Qquan, liet gisteren weten dat de situatie onder controle was maar voegde er aan toe dat de „conflicten zijn nog lang niet opgelost.”

Fotoserie demonstratie van vandaag op nrc.nl/foto