De drugsbestrijders zijn het echte probleem

In Nederland worden weinig drugs gebruikt. Toch vindt het kabinet gedogen maar niks. Dát is het echte probleem met het drugsbeleid, vindt Frank Kuitenbrouwer.

Het Paard van Troje is de naam van een Haags jongerencentrum waar in de jaren zeventig het dealen in marihuana werd toegelaten. De reden was even eenvoudig als verstandig: harm reduction, het voorkomen dat jongeren via softdrugs aan harddrugs raakten, met bijbehorende criminaliteit. Het Nederlandse gedoogbeleid was geboren. Is dit nu op zijn beurt een Paard van Troje geworden, een vehikel voor de georganiseerde misdaad?

Het jeugdhonk van weleer is harde business geworden waaraan niets meer soft is, zoals een commentaar het noemt (NRC Handelsblad, 2 juli). Maar de doelstelling om op consumentenniveau de markten te scheiden is nog steeds „succesvol” (zij het niet absoluut), zoals blijkt uit een evaluatie ten behoeve van de commissie-Van de Donk, die vorige week met aanbevelingen kwam. Op het gebied van volksgezondheid worden de doelstellingen van het drugsbeleid redelijk gehaald. Nederland zit internationaal „onder het midden” (behalve met ecstacy). Toch zegt Van de Donk dat de effecten van het gedoogbeleid „gierend uit de hand zijn gelopen”. De conclusie kan slechts zijn dat de teugels moeten worden aangetrokken.

Het drugsbeleid is echter al sinds meer dan tien jaar steeds repressiever geworden. Dat begon als een nuttige inhaalslag, want er was in de loop der tijd een zekere bestuurlijke luiheid ingeslopen. Maar zeker de laatste jaren valt moeilijk te klagen over gebrek aan aandacht. Justitie zit wiettelers en drugsbaronnen op de huid, gemeenten dringen de coffeeshops terug, tot aan een ‘nulbeleid’ toe. Het is eerder de vraag of het kind niet met het badwater wordt weggegooid.

Hetzelfde geldt voor het voorstel om een einde te maken aan het onderscheid tussen soft- en harddrugs. De reden is dat het thc-gehalte van cannabisproducten (de werkzame stof) sterk is toegenomen. Het onderscheid is echter niet alleen een kwestie van een chemisch stofje, maar ook van sociale aard. Het zal vast wel zo zijn dat de crimineel geen onderscheid maakt tussen wiet en cocaïne, maar dat is juist een reden om eraan vast te houden. Overigens relativeerde de minister van Volksgezondheid vijf jaar geleden nog de impact van het toegenomen thc-gehalte.

Coffeeshops zijn op zichzelf al lastig genoeg voor de overheid. ‘Je kunt niet met, maar ook niet zonder’, zoals de Provinciale Zeeuwse Courant kopte. Maar het eigenlijke probleem zit dieper: gedogen. „Gedogen is geen handhaving”, zegt het regeerakkoord. Het moet dus worden „geëlimineerd of teruggedrongen”. Een duidelijke hint voor de adviescommissie, maar wel een rare, want volledige handhaving is niet alleen ondoenlijk, maar ook onwenselijk.

Er moeten altijd keuzes worden gemaakt. En daar komen ook heel andere dingen bij kijken. De traditionele stammenstrijd tussen Justitie en Volksgezondheid bijvoorbeeld. Of tussen centrale directieven en lokaal beleid. De meeste burgemeesters van gemeenten met een coffeeshop hebben geen problemen met het huidige gedoogbeleid, bleek vorig jaar uit een enquête van deze krant.

Gedogen kan alleen functioneren in overgangssituaties, heet het, en het coffeeshopbeleid duurt al dertig jaar. En dan is er de inconsistentie tussen voor- en achterdeur van de coffeeshop: de klant wordt getolereerd, maar de leverancier bestreden. Inconsistentie is niet typisch voor het Nederlandse drugsbeleid, bracht het vorige kabinet fijntjes in herinnering: het bestaat in elk land waar het gebruik van cannabis in meer of mindere mate ongemoeid wordt gelaten, terwijl tegen de verkoop wordt opgetreden.

Wij zijn met andere woorden bepaald niet de enigen. Niet alleen Nederland, maar heel Europa zit in een lange overgangsfase. Legalisering is wellicht een principieel doel, maar niet erg realistisch vanwege internationale verdragen. Maar zo eenduidig zijn deze nu ook weer niet. Neem het drugstoerisme, een vervelend probleem. Er bestaat een Europese plicht om grensoverschrijdende kwesties aan te pakken, maar er is ook zoiets als een beginsel van gelijke toegang van burgers ongeacht nationaliteit. Het is de vraag of je daar met besloten clubs uitkomt, verdragen plegen niet voor niets enige wriggle room te laten. Het Nederlandse drugsbeleid is een internationaal feit. Gedogen is wel degelijk een handhavingsstrategie.

„Cannabis is slecht voor de hersenen”, zei iemand vorig jaar op BBC Newsnight, „van politici”.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.