'Bezorgde burgers vluchten in besparingen'

De banken zijn gered, maar tegen een hoge prijs. Overheidstekorten die oplopen ondermijnen het vertrouwen waardoor het economische herstel langer op zich kan laten wachten.

Jean Dermine. (Foto Roger Cremers) Nederland, Amsterdam, 24-06-2009 Jean Dermine is Professor of Banking and Finance at INSEAD, Fontainebleau PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Even zwijgt Jean Dermine. De vraag was of het dieptepunt van de crisis voorbij is. Dan zegt hij bedachtzaam: „Ik zie twee mogelijkheden. Het vertrouwen komt terug en de consumptie in Amerika trekt aan, waarbij de economieën van China, India en Brazilië voortrekkers zullen zijn. Of we krijgen een lange periode van weinig economische groei, waarbij de hard opgelopen overheidstekorten ons zullen opbreken.”

De dynamiek zal in ieder geval niet van Europa komen, zegt Dermine (55), een van oorsprong Belgische hoogleraar economie aan de Franse business school INSEAD in Fontainbleau. Dermine, onlangs voor een kort bezoek in Nederland om een college te geven voor de Duisenberg school of finance in Amsterdam, geldt als specialist op het gebied van het internationale, in het bijzonder het Europese bankwezen. Hij werkte bij de Europese Centrale Bank, de Bank voor Internationale Betalingen en adviseerde de Europese Commissie over de integratie van de Europese bankenmarkt.

De Amerikaanse en Europese overheden hebben de fouten uit de Grote Depressie, toen vele banken failliet gingen, vermeden, zegt hij. „De banken in Amerika en Europa zijn gered, maar tegen een bijzonder hoge prijs.”

Hoe hoog is die prijs?

„Er zijn honderden miljarden in de banken gestoken en er zijn nog eens forse bedragen uitgetrokken om de economie uit het slop te halen. Over die schuldenlast zal rente betaald moeten worden. Dat legt een zware hypotheek op de economie.”

Zijn er dan geen stimuleringsmaatregelen nodig om in Amerika en Europa uit de diepe recessie te komen?

„Zeker. Maar tegelijkertijd moeten regeringen met middellangetermijnplannen duidelijk maken hoe ze hun schulden onder controle denken te krijgen. Bijvoorbeeld over een periode van vijf jaar. Er bestaat grote onzekerheid onder de bevolking over de toekomst van de overheidsfinanciën. Dat zie je ook aan toenemende besparingen in landen als Frankrijk, België, Duitsland en ook Nederland. Jean-Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank, waarschuwt er al enige tijd voor. Zodra overheden kampen met groeiende tekorten, zie je dat burgers daarop anticiperen door te gaan sparen omdat ze een stijging van de belastingen vrezen. Hoge besparingen zijn slecht voor de consumptie.”

Is dat de enige oorzaak van de hoge besparingen?

„Burgers zijn ook bezorgd over hun pensioenen. Dat was voor het uitbreken van de financiële crisis al zo, zeker in landen als Frankrijk en België die een omslagstelsel kennen en het staatspensioen uit de lopende belastingen betalen. Uit zorg over het toekomstig pensioen werd er al meer gespaard. Door de vergrijzing zullen de kosten voor pensioenen en de gezondheidszorg verder stijgen. Burgers vragen zich bezorgd af hoe deze kosten gefinancierd zullen worden. Dat is ook een belangrijke oorzaak voor de stijgende besparingen door burgers.”

Tussen Frankrijk en Duitsland bestaat onenigheid over de koers.

„Die houding levert ook onzekerheid op bij de burgers. De Franse president Sarkozy vindt het midden in de crisis helemaal niet nodig om je druk te maken om het begrotingstekort. Duitsland is op een andere manier weer rigide. Het heeft in de grondwet laten vastleggen dat het tekort vanaf 2011 wordt verminderd, tot nul in 2016. Als de Duitse economie straks niet aantrekt, is de Duitse regering met handen en voeten gebonden om toch te bezuinigen. Maar bezuinigingen tijdens een krimp werken averechts op herstel van de economie.”

Is meer regie in Europa vereist?

„Er is een middenweg nodig, waarbij zowel de Franse als de Duitse regering duidelijk maakt hoe ze de weg naar herstel willen bereiken. Dat zou in Europa vertrouwen wekken.

„De verschillen zijn te groot voor een pan-Europese aanpak. Landen hebben met specifieke problemen te maken. In Spanje is de crisis veroorzaakt door de exploderende onroerendgoedprijzen. Duitsland wordt als grootste exporteur ter wereld harder getroffen door de kelderende wereldhandel dan Frankrijk. Dat land heeft weer een grotere staatssector met meer ambtenaren dan Duitsland. In de praktijk moet ieder land zijn problemen zelf aanpakken.

„Tegelijkertijd is belangrijk dat landen andere belemmeringen wegnemen die het herstel van de economie in de weg staan. De OESO waarschuwt voor een hoge structurele werkloosheid. In veel Europese landen is de arbeidsmarkt nog uitzonderlijk rigide. Niet in Nederland, wel in Frankrijk, België, Italië. Al vóór de crisis schommelde de jeugdwerkloosheid in deze landen rond de 20 tot 25 procent. Werkgevers zijn in deze landen terughoudend om jonge mensen aan te nemen, omdat ze nauwelijks ontslagen kunnen worden. Daarnaast verminderen allerlei sociale uitkeringen de prikkels om een baan te accepteren. Ik vind het schokkend dat deze landen zo’n hoge jeugdwerkloosheid accepteren. Het aantal jongeren zonder baan zal de komende tijd fors hoger worden.”

Sarkozy blijft zeggen dat hervormingen nodig zijn.

„Veranderingen in Frankrijk gaan extreem langzaam. De Fransen gaan meteen de straat op. Zelfs met een meerderheid in het parlement lukt het Sarkozy amper om veranderingen door te voeren. Er komen onmiddellijk acties en stakingen. Niet dat er zoveel mensen via de bonden georganiseerd zijn. Het gaat vaak om heftige, spontane acties. Frankrijk zou in de dienstensector zo een miljoen banen kunnen creëren. Hier ligt een enorm potentieel voor het scheppen van banen dat onbenut blijft.”

De Bank voor Internationale Betalingen, de koepel van centrale banken, ziet bij banken nog grote risico’s bestaan.

„De giftige beleggingen op de balansen van banken in Europa vormen inderdaad een risico voor herstel van de economie. Als die balansen niet gesaneerd worden, kunnen stimuleringsmaatregelen minder effectief zijn. Ook daarom is het aannemelijk dat er na een eerste lichte opleving een nieuwe terugval van de economie komt.”

    • Michèle de Waard