Beentjes

Ik zei: „Stef heeft een paar klassieke poten. Mooie poten. Volbloed marmer.” Er kwam geen reactie. Ik keek opzij. R. sliep. Zijn hoofd lag iets naar links geknikt. We zaten naast elkaar achter een cafétafeltje. Het bankje dat met een rood skaikussen was bekleed had een negentiggradenarchitectuur. Alsof het ontworpen was om slapende mensen te weren. Een enorme ventilator wentelde als een uitgeputte helikopter tegen het plafond.

Stef Clement, in de hitte van de kopgroep, hoorde ongetwijfeld via zijn ‘oortje’ dat de voorsprong drastisch aan het slinken was. Op het tv-scherm herkende ik de weg naar Draguignan. Een bijzonder slechtlopend stuk. Ik wist wat Clement en zijn kompanen op dit moment in hun benen voelden.

R. en ik hadden in Monaco de trein genomen. Op de kolossale jachten in de haven ben je ook een keer uitgekeken. In Nice was vast een etablissement te vinden met een tv. Konden we mooi de rechtstreekse reportage bekijken van de eerste rit. De vlucht naar Amsterdam vertrok pas laat in de avond.

Tweehonderd meter van het station stapten we een café binnen. De tv stond niet ingeschakeld. Was het mogelijk de Tour de France te volgen? Een man achter een glas rosé protesteerde. „De Wimbledonfinale begint zo!” Zijn gezicht was paars. Ongetwijfeld had hij hier al een paar uur gezeten. De uitbaatster sloeg geen acht op hem. „Welk kanaal”, vroeg ze. „Antenne deux.” Zo, die slag was makkelijk gewonnen. We bestelden koffie.

Ondanks de ventilator was het binnen net zo heet als buiten. Op skai begint de broek al snel te plakken. Dit was een ideale locatie. R. had een dag eerder verteld dat hij bij het wielrennen altijd in slaap viel. Het gaf hem een gevoel „thuis” te zijn. Ik heb dat ook. Er is niets zo lekker dan de ogen te sluiten en je te concentreren op de stemmen van de commentatoren. Tot die vervagen in een geroezemoes. Als je de ogen weer opent blijkt de koers 25 kilometer opgeschoten. In Nice was R. me voor.

In het peloton werd het tempo aardig opgeschroefd. Cancellara in zijn gele truitje werd door de cameraman even apart genomen. Wat een poten heeft die man. Bij de start in Monaco was ik er door overweldigd geraakt. Van heel dichtbij zijn de hamstrings nog malser en omvangrijker dan op een televisiebeeld. De beentjes van Andy Schleck zijn in het echt dan weer angstwekkend iel. Onvoorstelbaar dat zulke beentjes het drie weken kunnen volhouden.

Met de beentjes van Andy Schleck in mijn hoofd viel ook ik in slaap. Niet langer dan een paar seconden, gelukkig. Het risico om bij het openen van de ogen opeens naar Roger Federer te zitten kijken was immers levensgroot.