Ze hielden zich stil en dronken ijsthee met verse citroen

De laatste paar weken zat er elke keer als ik thuiskwam iemand op de bank naar tenniswedstrijden te kijken. Die iemand is mijn vriend, van wie ik veel hou, maar toch wekt het irritatie bij mij op. Ik ben tegen overdag tv kijken, vooral als de zon schijnt. En ik vind het saai om naar sportwedstrijden te kijken. Dat maakt het moeilijk om aan te zien hoe mijn eigen vriend, in ons eigen huis, al die dingen tegelijk aan het doen is.

Hij doet dit al heel lang, elke zomer, tijdens Wimbledon. In zijn jeugd heeft hij daardoor zelfs een cruciale proefwerkweek gemist. Het helpt dus niets om, met snerpende stem, dingen te zeggen als ‘Zijn ze nou nog niet klaar met dat toernooi?’

Je kunt mensen niet veranderen, heb ik na vele harde lessen geleerd. Maar je kunt wel je eigen gedrag aanpassen. Daarom keek ik af en toe met hem mee.

Net zoals je op een reisbestemming die je tegenvalt, je gewoon moet fixeren op dat ene semi-ongerepte strandje en dat ene restaurant waar ze wél lekkere vleesspiesjes hebben, richtte ik me bij Wimbledon op dingen die mij interesseerden. Dat was niet het tennis zelf.

Wimbledon bleek te bestaan uit eeuwenoude, of in ieder geval oude, rituelen. Het eten van aardbeien met slagroom. De rituele dans van de ballenjongen die eerst een handdoek, en dan een bal, naar de tennisser gooit, angstig achteruithuppelend. En de oeroude, nergens op slaande termen, zoals ‘deuce’.

Wat me ook beviel, was het gedrag van de toeschouwers. Ze hielden zich stil en dronken ijsthee met verse citroen. Ook waren ze aantrekkelijk. In ieder geval de vriendin van Andy Murray, op wie alsmaar werd ingezoomd.

Als een speler had gewonnen, deed hij nooit een rare, aanstootgevende dans. Hij knikte naar de toeschouwers, pakte dan zijn tas en vertrok naar de kleedkamer.

Dat vond ik chic. ‘Ik heb vet gewonnen, maar ik doe daar verder niet hysterisch over.’

En gisteren, op de laatste dag, kwam er nog een chique element bij. Woody Allen zat ineens op de tribune, met zijn vrouw Soon-Yi. Af en toe zag je ze stilletjes praten met elkaar. Woody Allen – een grotere anti-supporter, een fellere tegenstander van zoiets ordinairs als sport kun je je niet voorstellen.

Zo begon ik me te verbeelden dat tennis kijken misschien ook iets voor mij zou zijn. Maar toen was het alweer afgelopen.

Lees oude columns van Aaf op www.nrcnext.nl/aaf