Waterpolosters moeten nog meer op krokodillen gaan lijken

Een sterk verjongde ploeg waterpolosters gaat naar de WK als olympisch kampioen.

Een medaille is niet reëel, zo blijkt in de korte aanloop.

De nieuwe bondscoach van de Nederlandse waterpolovrouwen, de Italiaan Mauro Maugeri, kan het wel waarderen dat een olympisch kampioen gewoon contributie betaalt om te mogen spelen. En als ze dan een ‘transfer’ verdienen, zoals Mieke Cabout bij de Cronulla Sharks in Australië, krijgen ze alleen de onkosten vergoed. „Ze zijn in elk geval gemotiveerd”, zegt de Italiaan.

Bijna elf maanden na ‘Peking’ voelt de status van olympisch kampioen nog altijd onwennig in Nederland, zo bleek afgelopen weekeinde tijdens het toernooi om de Dutch Waterpolo Trophy in Eindhoven. Niet alleen kwam de Nederlandse ploeg voor het eerst sinds dat indrukwekkende succes weer in het water voor een officiële interland, zaterdag stond zelfs de replay van olympische finale op het programma: Nederland tegen de Verenigde Staten. Al waren de tribunes van het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion aardig gevuld, van een ‘run’ op de kaarten was geen enkele sprake. „Voor mijn gevoel zat het heel vol”, zei topschutter Iefke van Belkum. „Voor het eerst komen er mensen kijken die géén familieleden van de speelsters zijn.”

Maar is er ook leven na Peking, was de grote vraag, of was de lange reis van toenmalig bondscoach Robin van Galen en zijn ontketende team uniek, eenmalig?

Maandenlang bleef het doodstil rond de ploeg. Van Galen zelf hield woord, schreef een boek en stapte over naar het clubwaterpolo. Vijf belangrijke speelsters stopten, onder wie de routiniers Daniëlle de Bruijn, Marieke van den Ham en Gillian van den Berg. De groep die overbleef waaierde uit, pikte een studieboek op of koos voor een post olympisch avontuur in Griekenland of Italië.

Pas zes weken geleden pakte de nieuwe, sterk verjongde selectie de draad weer op en begonnen de dagelijkse trainingen in het vertrouwde zwembad op het KNVB-centrum in de bossen bij Zeist. Het is weer even wennen, zegt Mieke Cabout (23). „We hebben een nieuwe ploeg met veel jonge speelsters en een nieuwe coach. We moeten nog wennen aan elkaar. We waren wereldtop. Dat gevoel is een beetje weggeëbd. Maar in het waterpolo moet je in cycli van vier jaar denken.”

Ook voor bondscoach Mauro Maugeri (50), in Peking nog coach van de Italiaanse vrouwen die na strafworpen door Nederland werden uitgeschakeld, is het voorlopig aftasten en opbouwen. Na het gouden olympische jaar moet hij van de verjongde selectie een ploeg maken die stabiel in de wereldtop speelt. „Ik zal geen revolutie uitroepen, ik probeer wel nieuwe systemen te spelen met dit team. Maar dat kost veel tijd. Een maand is niks. Maar er is heel veel talent in Nederland.”

Van Belkum (22) is enthousiast over Maugeri. „Het is goed dat er een frisse wind waait. Van nieuwe culturen word je een betere speelster. Mauro heeft ongelooflijk veel kennis van systemen.”

Maar hij is ook Italiaan, zegt Cabout. „Mauro heeft hele andere ideeën over aanvallen en verdedigen. Anders, niet beter of slechter. Hij is voorzichtiger dan Robin. Hij wil voorkomen dat we elkaar verrassen. Lange aanvallen, niet onverwacht schieten. De afgelopen vier jaar was onvoorspelbaarheid juist onze kracht. Maar we krijgen nu weinig aanvallen tegen, de verdediging zit goed dicht.”

En wat niemand de ploeg afneemt, is de olympische titel. De onverwachte triomf in het bassin van het Yingdong Natatorium in Peking werkt op verschillende manieren door. Van Belkum: „We hebben als groep meer zelfvertrouwen gekregen.” En volgens teammanager Arno Havenga helpt de titel zelfs de jeugd. „We hebben nu speelsters van 16 en 17 jaar bij de selectie, die ook hebben gezien dat niets onbereikbaar is. Zij zullen alles opzij willen zetten om hetzelfde te doen.”

Maugeri kijkt vanaf de badrand tevreden toe, ook al verliest zijn ploeg krap de ‘olympische replay’ tegen favoriet Amerika, met 8-7. De ploeg oog wat onwennig, de bal gaat lang niet zo makkelijk rond als bij de Amerikaanse ploeg. En de ‘man-meersituaties’ lopen tot drie keer toe in het honderd.

Maar één conclusie heeft de Italiaanse waterpoloprofessor in Eindhoven al getrokken: „We worden door niemand weggespeeld. We hebben hier goed gespeeld tegen de beste ploeg van de wereld. Amerika is na de Spelen slechts één speelster kwijtgeraakt. We kunnen straks in Rome van de hele wereldtop winnen. Maar we kunnen ook verliezen. De verschillen zijn klein in de top.”

Hij heeft genoeg om aan te werken. Agressie bijvoorbeeld. „Mijn speelsters zijn nog te lief. In het water moeten ze meer krokodil worden. Ze mogen best wat gemener worden.”

Maar het blijft onrealistisch om later deze maand in Rome goud te verwachten, of zelfs maar een medaille, zegt teammanager Arno Havenga. „Als we bij de eerste zes komen hebben we het goed gedaan. Een jonge ploeg als deze zal in het begin best wisselvallig zijn.”

    • Rob Schoof