Verlept Afrika in somber daglicht

'Apartment building Avenue Kwame Nkrumah Maputo', Mozambique 2007 (Foto Guy Tillim) Tillim, Guy

Tentoonstelling Guy Tillim: Avenue Patrice Lumumba. T/m 30 aug in Foam, Keizersgracht 609, A’dam. Dag 10-18u, do/vr tot 21u. www.foam.nl. Catalogus: € 49,95 ****

De foto’s van de Zuid-Afrikaan Guy Tillim zijn gemaakt bij daglicht en in kleur. Toch zijn ze allerminst sprankelend. Integendeel. Het licht is meestal kaal en vlak, de kleuren zijn gedempt. Het is alsof er een somber floers over alles hangt. Dat effect is zo sterk dat je het al van een afstandje ziet, nog voor je zijn foto’s in Foam goed en wel hebt bekeken.

Geen wonder, denk je even later. Het is de sluier die hoort bij Afrika en het resultaat is van eeuwen koloniale en een halve eeuw postkoloniale uitbuiting, roof, verdeeldheid, verwaarlozing, armoede, honger, ziekte – de waslijst staat inmiddels synoniem voor het continent. Niets nieuws onder de zon dus, wrang maar waar.

Toch beantwoorden Tillims foto’s niet aan de clichés die vaak terug te zien zijn in de journalistieke reportages over Afrika. Zijn beelden tonen geen uitgemergelde lijven, geen dood en verderf, geen ogen vol wanhoop. Zijn benadering is juist indirect: met een combinatie van straatbeelden, architectuurfoto’s en kantoorinterieurs verbeeldt hij de hoop die ooit, nog niet eens zo lang geleden, aan al die overbekende maar hier onzichtbare ellende een eind had moeten brengen.

Avenue Patrice Lumumba heet de reeks waaraan Tillim (1962) de afgelopen drie jaar heeft gewerkt in landen als Congo, Angola, Benin en Mozambique. Lumumba, in 1960 de eerste democratisch gekozen eerste minister van het destijds zojuist onafhankelijk geworden Congo, was in de luttele maanden van zijn bewind de personificatie van het nieuwe zelfbewustzijn en de hoop op verandering. Die glorieus gedachte toekomst kreeg uiteraard ook fysiek vorm; in overheidsgebouwen, woningcomplexen, hotels en standbeelden bijvoorbeeld. Het is die inmiddels danig verlepte architectuur waarop Tillim zijn blik richt.

Nog geen 25 foto’s omvat zijn tentoonstelling. Dat is iets minder dan de helft van wat het eveneens verschenen boek te bieden heeft, maar het is voldoende voor een overtuigend verhaal. Telkens weer laat hij een verveloos en haveloos heden zien waarin zich evenwel de contouren aftekenen van het aanzien dat het ooit had.

De muren van het Grande Hotel in Beira, in Mozambique, mogen dan zwartgeblakerd zijn, de ramen dichtgespijkerd en de entree volledig kaal gesloopt, aan de fraaie brede wenteltrap is nog altijd te zien dat het ooit zijn naam met recht droeg. Dof en verlaten staat het postkantoor van Likasi (Congo) erbij, ondanks de fraaie, uit zwerfkei opgetrokken onderkant en subtiel overkapte ingang. Vastberaden kijkt Agostinho Neto – in 1975 de eerste president van de volksrepubliek Angola – vanaf zijn pedestal uit over het plein van Quibala. Maar de krans aan zijn voet is verlept en de ruïnes waarop zijn stenen blik rust vormen een bitterscherp contrast met de glimmende four wheel drives langs de stoeprand.

Tillim fotografeert het allemaal met een koele distantie die maakt dat je keer op keer nieuwe details ontdekt; prachtige ouderwetse bloemperkjes op de ene foto, her en der verstopt wasgoed op de andere, dichtgespijkerde ruiten op een derde. En gaandeweg ontdek je op iedere foto meer verbrokkeld beton en verfomfaaid steen.

Behalve die verstilde ‘architectuurfoto’s’ fotografeerde Tillim ook de interieurs van in verval geraakte overheidsgebouwen. Daarop staart een man uit het raam van een vrijwel leeg kantoor, zit een ambtenaar achter een bureaublad met een gat zo groot dat een forse stapel dossiers er met gemak voor eeuwig in kan verdwijnen. Haveloos en verveloos is het allemaal.

Alle moeite voor niets, denk je onwillekeurig, oog in oog met al die onmacht. Hopeloos. Of toch niet? In een van de kamertjes op het gemeentehuis van Lubumbashi, tweede stad van Congo en eveneens vernoemd naar de onzichtbare held van Tillims foto’s, werkt een ambtenaar. Onvergetelijk is zijn foto, want tot de rand volgestouwd met kleine symboliek; een stroomdraad zonder begin of eind, een kast vol vermolmde dossiers, een sculptuurtje in de vorm van het Afrikaans continent. Maar het allermooist is de print op zijn overhemd waarop in woord en gebaar de zoveelste verjaardag van de onafhankelijkheid wordt gevierd.

Zou het toeval zijn dat het een van de weinige foto’s is waarin kleur diepte en warmte lijkt te hebben? Alsof Tillim wil zeggen dat zolang de herinnering leeft, nog niet alles is verloren.