Taxi: een markt zonder meester

In Amsterdam bestaat de taxi eigenlijk al jaren niet meer als serieus vervoermiddel. ‘Liberalisering taximarkt vooralsnog mislukt’, was de kop boven een bericht in Nu.nl. Uit 2003. Die berichten zijn blijven verschijnen.

Na de doodslag door een chauffeur op het Leidseplein en de eindeloze stroom intimidatieberichten van de laatste maanden, is duidelijk dat de zogenaamde vrijmaking van de taxisector in 2000 niet het gewenste resultaat heeft gehad. Om het beleefd te zeggen.

Een taxichauffeur vindt het zielig voor zowel de dader als het slachtoffer. Het verschil is dat de passagier dood is. En de dader een kickboxer is, die zijn eigen kracht zou moeten kennen.

De collega noemt het de schuld van de gemeente. Dat gaat ongeveer 100% te ver. De dader is de dader. Maar je vraagt je af wat de gemeente zou doen als zij wel aan de knoppen zat, zoals men wil.

Vooralsnog is dit voortslepende drama een schoolvoorbeeld van veel privatiseringen in Nederland. Aardig idee. Gewoon doen. En te weinig nagedacht over de voorwaarden waaronder een open, eerlijke markt  kan bestaan. Zie de econoom Bas Jacobs.

Vervolgens worden de ervaringen met zo’n ‘vrije’ markt onvoldoende beoordeeld. Consequenties eraan verbinden is al helemaal lastig. Voorlopig kunt u als moedige gebruiker zo nodig terecht bij taxiklacht.nl.

Oorspronkelijk dacht men dat een transparante taximarkt genoeg was om goed, betaalbaar openbaar taxivervoer te laten ontstaan. Dat bleek een vergissing, zoals Eric van Damme schreef in het economenblad ESB (Taximarkt: transparantie of tranendal?, 19.10.07).

De kern wordt over het hoofd gezien. Al in het Kabinets- standpunt uit 1996 werd gesteld dat een essentiële voorwaarde voor goede marktwerking is dat de consument een voldoende sterke positie kan innemen. Dit vereist kennis van regels, product en prijs. Prijsdetails zijn aangepast, maar op de eerste twee dimensies is weinig verbeterd. Het gevolg is voorspelbaar.