Op advies zwemles van Benno

Ouders en kinderen namen gisteren afscheid van de vrijwilligers van Benno L.

Ze zijn boos dat ze niet zijn gewaarschuwd door instanties die wel geruchten kenden.

Foto Johannes van Assem foto Johannes van Assem 17-12-2008, wassenaar water in een zwembad Assem, Johannes van

De kwellende vragen blijven komen. Hadden ze kunnen weten dat iets mis was?

Het is ruim drie weken geleden dat de Bossche zwemschoolhouder Benno L. (59) werd aangehouden op verdenking van ontucht. Bij huiszoeking nam de recherche vijf computers, acht harde schijven, zestien geheugenkaarten en tien camera’s in beslag. Inhoud: tienduizenden beelden van ontuchtige handelingen met vermoedelijk 98 meisjes tussen de zes en zestien jaar.

De vermoedens van misbruik gaan ver terug. Begin jaren tachtig heeft een moeder al eens aangifte gedaan tegen de zwemleraar. Tevergeefs, omdat het zedendelict toen al verjaard was, volgens de politie. Aangifte doen was onmogelijk en Benno L. werd niet formeel verhoord.

Nu blijft Benno L. voorlopig in voorarrest omdat zijn beroep daartegen eind vorige week is afgewezen. De vrijwilligers die hem hielpen bij de zwemlessen namen gisteren afscheid van de ouders en kinderen. Enkele vrijwilligers die wilden praten, hebben nooit iets vermoed, zeiden ze tegen het NOS Journaal.

Maar zowel in het Jeroen Bosch ziekenhuis in Den Bosch als bij de Stichting MEE deden al jaren geruchten de ronde over Benno L. De instanties hebben de ouders nooit gewaarschuwd. Omdat ze geen harde bewijzen hadden, zeggen ze.

Twee families in Den Bosch, die ieder een meervoudig gehandicapte dochter op zwemles bij Benno L. hadden, kunnen er niet over uit. Artsen gaven ouders het idee dat hun kinderen in goede handen waren bij Benno L., zegt vader Richard. „Als ouders van een meervoudig gehandicapt kind kies je nooit alleen voor een zwemschool. Je hebt een team van deskundigen.”

De dochter van Richard en Julie en de dochter van Carlie en Daphne, nu beiden acht, zaten sinds november 2006 bij Benno L. op zwemles. De kinder- en revalidatiearts van het Jeroen Bosch ziekenhuis hadden gezegd dat zwemles voor de motoriek, spierontwikkeling en sociale contacten van hun dochters goed zou zijn. Daphne: „De mogelijkheden voor bijzondere zwemles met gebarentaal zijn beperkt. Via een collega van mijn man hoorden wij goede verhalen over de zwemschool van Benno.”

Ze ging naar Stichting MEE om advies in te winnen. „Daar zeiden ze: we zouden die zwemschool niet aanraden. Ik vroeg: waarom niet. Ze zeiden: daar doen we geen uitspraken over. Ik zei: als er misbruik speelt, ga ik ervan uit dat jullie het zeggen, want ik ben van plan mijn dochter daar op zwemles te doen.”

Nu Benno L. vastzit, neemt ze Stichting MEE kwalijk dat die haar niet nadrukkelijker heeft gewaarschuwd. In de krant leest ze dat MEE als gevolg van geruchten over ontucht niet meer naar Benno L. doorverwees. Haar man, Carlie: „Ik vind het achterbaks. Ze vegen hun eigen straatje schoon.”

Regiodirecteur Ellen Forbes van MEE begrijpt dat ouders vragen hebben bij het handelen van de stichting. „Ik zou hun willen zeggen dat wij niet wisten dat er sprake was van ontucht.” Nadat MEE in 2004 van cliënten negatieve verhalen hoorde over zwemschool Benno, is de stichting naar het meldpunt kindermishandeling en de politie gestapt. Onderzoek leverde niets op. Toch besloot MEE niet meer door te verwijzen naar de zwemschool van Benno L. en te wijzen op geruchten. Op de inhoud van de geruchten gingen consulenten nooit in. „Het waren vage geruchten die niet duidelijk gerelateerd waren aan ontucht. Wij hadden een raar gevoel bij deze zwemschool. Meer konden wij niet aangeven.”

De dochters van beide families kregen een half uur per week zwemles van Benno L. in het bad bij hun school voor mensen met hoor-, spraak- en taalproblemen. Hun moeders zaten in de kleedkamer te wachten. Benno gaf les. Daphne: „Hij werd daarbij altijd geholpen door een meisje van een jaar of vijftien. Die ontfermde zich over het ene kind als hij met het andere kind bezig was.”

Na een jaar zwemles zagen de vier ouders weinig progressie. Zij lieten hun dochters afzonderlijk in het Jeroen Bosch ziekenhuis testen. Daar adviseerde een deskundige vooral door te gaan met de zwemlessen van Benno L. In het ontwikkelingsrapport dat een revalidatiearts van het Jeroen Bosch ziekenhuis het afgelopen jaar over de dochter van Richard en Julie opstelde, staat letterlijk te lezen: ‘De speciale zwemles bij Benno (…) vormt naast de fysiotherapie een essentieel onderdeel van het therapieprogramma’. Richard vraagt zich kwaad af hoe het mogelijk is dat het ziekenhuis in het nieuws laat weten dat het wist van de geruchten, terwijl één van hun artsen zoiets schrijft.

Meerdere ouders richtten zich de afgelopen weken verbouwereerd of woedend tot het Jeroen Bosch ziekenhuis, laat de Raad van Bestuur weten. In een schriftelijke reactie schrijft zij dat in 2003-2004 en in 2007 in het ziekenhuis geruchten circuleerde over ongewenst gedrag van zwemleraar Benno L. Omdat deze geruchten nooit werden bevestigd en politieonderzoek niets opleverde, zijn deze geruchten niet breed verspreid onder medewerkers en artsen. Het ziekenhuis wilde Benno L. niet beschuldigen van zware misdrijven, terwijl daar geen bewijzen voor waren. De zwemleraar stond bij hen bekend als iemand die goed kon omgaan met kinderen. „Zijn wij en alle anderen die om deze ouders en kinderen heen staan voldoende oplettend geweest?”, vraagt de Raad van Bestuur zich nu af. De Werkgroep kindermishandeling van het ziekenhuis gaat de kwestie onderzoeken.

Lees een eerder verhaal over de zaak via nrcnext.nl/links

Naschrift (22 september 2016): In overleg met enkele betrokkenen zijn de achternamen van de Bossche families uit de online versie van dit artikel verwijderd. Hun volledige namen zijn wel bekend bij de redactie. [red.]