Oeigoeren en overheid China botsen hard

Bij de rellen vielen zeker 800 gewonden; A video grab from CCTV shows an injured man in Urumqi, Xinjiang Autonomous Region, China July 6, 2009. Locals took to the streets of Xinjiang's regional capital, Urumqi, burning and smashing vehicles and confronting security forces, following a protest there to denounce government handling of a clash between Han Chinese and Uighur factory workers in far southern China in late June, when two Uighurs died. China has called a riot that shook the capital of restive western Xinjiang region on Sunday a plot by exiled members of the Uighur people, after at least three people died in the latest eruption of ethnic unrest there. REUTERS/CCTV via Reuters TV (CHINA POLITICS CONFLICT) NO SALES. NO ARCHIVES. FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. CHINA OUT. NO COMMERCIAL OR EDITORIAL SALES IN CHINA REUTERS

Bij het ernstigste etnisch geweld in China sinds de protesten van vorig jaar in Tibet, zijn gisteren zeker 140 mensen gedood. Enkele duizenden islamitische Oeigoeren protesteerden in Urumqi, de hoofdstad van de westelijke provincie Xinjiang. Daarbij raakten ook meer dan achthonderd mensen gewond. Dit heeft staatspersbureau Xinhua vanmorgen gemeld.

De protesten begonnen vreedzaam maar liepen uit de hand toen de politie de menigte uiteen begon te drijven. Meer dan 260 auto’s werden in de brand gestoken en ruim 200 huizen werden beschadigd, aldus het staatspersbureau. Op de staatstelevisie waren vanochtend beelden te zien van demonstranten die stenen gooiden en burgers aanvielen en mishandelden.

Het persbureau Xinhua meldt dat het dodental nog steeds oploopt. Lokale politieagenten arresteerden enkele honderden betogers onder wie tien sleutelfiguren die de aanstichters van de rellen zouden zijn. De politie heeft de stad afgesloten voor verkeer. Mobiele-telefonie- en internetnetwerken zijn platgelegd.

De uitbarsting van geweld is de jongste en tot dusverre ernstigste confrontatie tussen de Chinese overheid en Oeigoerse minderheid in het semi-autonome Xinjiang. De meesten van de 8,3 miljoen etnische Oeigoeren, een Turks volk met een aan het Turks verwante taal en islamitisch geloof, staat afwijzend tegenover de Chinese overheersing van de regio.

De rellen houden verband met een handgemeen tussen Han-Chinezen en Oeigoeren dat vorige maand plaatsvond in een speelgoedfabriek in Shaoguan in het zuiden van China.

Han-Chinezen waren het oneens met de komst van Oeigoerse migrantenarbeiders en betichtten hen van diefstal. Beide groepen fabrieksarbeiders gingen elkaar met messen en stalen pijpen te lijf. Daarbij kwamen twee mensen om het leven.

In de afgelopen decennia zijn miljoenen Han-Chinezen naar Xinjiang gemigreerd. Er wonen nu ongeveer acht miljoen Oeigoeren in het gebied, tegenover zes miljoen Chinezen. Voor de annexatie van Xinjiang in 1949 woonden er nog geen 300.000 Han-Chinezen.

De islamitische Oeigoeren voelen zich door de komst van zoveel Chinezen bedreigd in hun bestaan. Ze voelen zich economisch achtergesteld en klagen dat hun culturele en religieuze identiteit verloren gaat.

De regio is van groot strategisch belang. Al sinds jaar en dag houdt Peking het gebied onder strikte controle door de aanwezige olie- en gasvoorraden.

Vervolg China: pagina 4

Oeigoeren voelen zich achtergesteld

Xinjiang is een semi-autonome regio van China, heeft circa 20 miljoen inwoners en grenst aan Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Afghanistan, Pakistan en India.

De Chinese autoriteiten zijn ervan overtuigd dat de rellen zijn georganiseerd door extremistische moslimorganisaties in het buitenland. „Alles wijst erop dat het Wereld Oeigoeren Congres onder leiding van activiste Rebiya Kadeer achter de onrusten zit”, aldus Xinhua.

Kadeer, een Oeigoerse zakenvrouw die na jaren gevangenschap in ballingschap leeft in de Verenigde Staten, was niet bereikbaar voor commentaar. Andere in het buitenland gevestigde Oeigoerse groeperingen wezen de beschuldigingen van de hand. Zij schrijven de onlusten toe aan de groeiende sociaal-economische ongelijkheid in de regio en de klachten van islamitische Oeigoeren over discriminatie door Chinezen.

De Turks sprekende Oeigoeren zijn sinds de negende eeuw in het huidige Xinjiang gevestigd. De Chinese aanwezigheid dateert uit de achttiende eeuw toen het gebied werd veroverd door de toenmalige keizer. In 1933 riep Xinjiang met steun van de Sovjet-Unie de onafhankelijkheid uit. In 1949 lijfden de communisten Xinjiang weer in. Onder Mao Zedong werd Xinjiang in 1955 uitgeroepen tot autonome provincie van China.

Extremistische Oeigoeren, diep in het zuidwesten tegen de grens met Afghanistan en Pakistan, willen het liefst van China af. Ze vechten voor een onafhankelijk Oost-Turkestan. Sommige groepen krijgen financiële steun van moslimbewegingen uit aangrenzende landen.

In de jaren negentig vestigden ze de internationale aandacht op het Oeigoerse separatisme met bomaanslagen in Urumqi en Peking.

Twee maanden geleden executeerde China twee Oeigoeren die ter dood zijn veroordeeld voor de aanslag op het politiebureau in Kashgar vlak voor de Olympische Spelen waarbij zeventien joggende politieagenten werden gedood.

Volgens de Chinese regering ging het om een terreuraanslag tegen de Spelen die enkele dagen later zouden beginnen. Peking hoopt op internationale steun tegen het Oeigoerse terrorisme en wijst daarvoor naar Al-Qaeda in Afghanistan en Pakistan, met wie de Oeigoerse extremisten zouden samenwerken.

Hun leider Rebiya Kadeer werd door Peking uitgewezen nadat zij in 1999 was gearresteerd en tot acht jaar cel veroordeeld omdat ze openlijk de emancipatie en rechten van de Oeigoeren zou hebben opgeëist.

Volgens Kadeer heeft China na de aanslagen van 11 september 2001 in de VS de jacht op de vermeende terroristen in Xinjiang geopend. De autoriteiten hebben het vooral gemunt op de Moslim Beweging van Oost-Turkistan (ETIM , East Turkestan Islamitic Movement). Deze beweging wordt ook door de Verenigde Naties en de VS als een terroristische organisatie aangemerkt.

Toch zijn westerse deskundigen het er over eens dat niet de religieuze en etnische tegenstellingen maar juist de snel groeiende sociaal-economische ongelijkheid ten grondslag liggen aan de etnische spanningen en het huidige geweld.

Meer nieuws over rellen op nrc.nl/buitenland

    • Bettine Vriesekoop