Nigeria, méér dan fraudeurs

Journaliste Femke van Zeijl werkt aan een boek over het stadsleven in Afrika.

Deze maand zit ze in Nigeria. Daar ontmoet ze de Yoruba-familie van haar neef.

Een wijnbar in Lagos, Nigeria. De dansende man is een beroemde ‘Nollywoodacteur’. Nigeria heeft na de Verenigde Staten en India de grootste filmindustrie. Foto Guy Calaf, Polaris . Dansende Nigerianen. April 4, 2009, Lagos, Nigeria: Currently, Nigerian films outsell Hollywood films in Nigeria and many other African countries. Nollywood is a nascent film industry in Nigeria, growing up within the last two decades to become the third largest film industry on the planet, behind the United States and India. Nigeria has a US$250 million movie industry, churning out some 200 videos for the home video market every month.///Nollywood Superstar Actor Victor Osuagwu dancing with a fan at a wine bar the night before the 2009 African Movie Academy Awards. Credit: Guy Calaf / Polaris Onderdeel van de serie: Nollywood (65x) Polaris

Ik had evengoed kunnen zeggen dat ik me vrijwillig aan de Italiaanse maffia ging uitleveren, zo geschokt reageerden sommige mensen thuis toen ik ze vertelde dat mijn volgende standplaats voor mijn stedenboek in Nigeria zou liggen. Het was me nog nooit zo opgevallen hoe belabberd de reputatie van dit West-Afrikaanse land is. Zeg Nigeria en mensen denken aan schurken, internetoplichters en ontvoeringen door rebellen. Het is dan heel lastig nog duidelijk te maken dat Nigeria zoveel meer is dan dat.

De komende maand ga ik wonen in Ibadan, volgens de oorspronkelijke bewoners de grootste traditionele stad van Afrika. Het ligt op zo’n 120 kilometer van metropool Lagos.

Ibadan is een stad van de Yoruba, een van de grootste etnische groepen van het land. Ze bestond al voordat de Britten het gebied koloniseerden. Omdat het vanaf Lagos op de weg het binnenland in ligt, is het een economisch knooppunt dat vele migranten trekt uit alle meer dan 200 etnische groepen. Volgens een volkstelling in 2006 wonen er ruim 1,3 miljoen mensen. De stad is daardoor een interessante mix van traditie en moderniteit, en bij uitstek de locatie voor een onderzoek naar wat urbanisering doet met traditionele gebruiken en familiewaarden.

Naast het officiële recht, kennen veel Afrikaanse landen ook de traditionele wetten. Vaak spreken die zich uit over landkwesties, erfrecht en hoe een geschil tussen buren op te lossen. Ze bestaan parallel aan het recht, zijn soms een aanvulling op, en soms in tegenspraak met de officiële landswetten, maar evengoed bepalend. Zo mogen vrouwen volgens het geschreven recht in Oost-Congo evengoed land bezitten als mannen, maar omdat de traditie anders voorschrijft, grijpen zij er vaak naast als er een stuk grond te verdelen is.

De autoriteit van ouders is in stedelijk Afrika aan erosie onderhevig. Afrikaanse ouders zijn streng. Al mijn vrienden uit dit continent klaagden erover: ze mochten vroeger niets, ze kregen klappen als ze niet luisterden en het was ondenkbaar dat kinderen hun ouders tegenspraken of zelfs maar vroegen waarom ze iets verboden. Zij waren nu eenmaal ook zo opgevoed, en pa en ma zagen geen reden om dat anders aan te pakken bij hun eigen kroost.

Maar de Afrikaanse kinderen van nu, zeker die in de stad, hebben te maken met heel andere invloeden dan de voorgaande generaties. Ze leren over de rechten van het kind en zien in westerse films hoe zoons en dochters door hun ouders als gelijkwaardig worden behandeld en hoe ze zelfs met hen in discussie gaan. De Afrikaanse jongere van nu pikt niet alles meer van zijn ouders.

Om te zeggen dat het onderhandelingsgezin al een feit is in Afrika, zou veel te ver gaan. Maar ik zag al eens een meisje van een jaar of achttien haar vader terugslaan toen hij haar voor het oog van haar vriendinnen een klap verkocht, omdat ze rondliep met gelakte nagels en een strakke broek. Het broeit tussen ouders en kinderen, en dat betekent dat ook aloude familiewaarden veranderen.

Ik ga wonen op de campus van de Universiteit van Ibadan. Dat heeft verschillende redenen. Ten eerste is het er veilig en betaalbaar, en dat zijn voor mijn lowbudgetreizen altijd de enige twee eisen die ik stel aan een dak boven mijn hoofd. Ten tweede is de universiteit voor veel jongeren de eerste keer dat ze de vrijheid proeven. Na hun jeugdjaren onder hun ouders’ vleugels breken ze uit, en sommigen gaan daarbij helemaal los. Aan de Makerere-universiteit in Kampala zag ik hoe zeer beschermd opgevoede meisjes volledig uit hun plaat gingen, iedere nacht de stad in en het ene vriendje na het andere.

Daarom vind ik het interessant in Ibadan het campusleven mee te maken en te praten met studenten over hun ouderlijk huis, de positieve en negatieve dingen, en over hoe ze zelf denken hun kinderen te gaan opvoeden.

Een persoonlijke reden om voor deze stad te kiezen en voor dit onderwerp, is dat ik er zelf familie heb wonen. Zeker in Afrikaanse zin. Een van de neven met wie ik ben opgegroeid, is getrouwd met een Yoruba-vrouw die oorspronkelijk uit Ibadan komt. De Yoruba kennen geen woord voor ‘neef’ of ‘nicht’, omdat je oom dezelfde rol heeft als je vader: hij is even verantwoordelijk voor jou, als voor zijn eigen kinderen. Neven zijn in de Yoruba-cultuur dus net zo goed broers, en nichten zussen.

De vrouw van mijn neef is in Yoruba-ogen dus mijn schoonzus en ik wilde graag de stad ontdekken waar haar wortels liggen. Dat ze me tijdens mijn verblijf met het hele gezin in Ibadan komt opzoeken, maakt het helemaal bijzonder.

Ibadan is de eerste stad die ik bezoek, waarover ik stapels boeken kan lezen die precies het thema uitspitten dat ik in gedachten heb. Dat academische werk is bovendien geschreven door Nigerianen zelf, en niet door blanke wetenschappers op bezoek. In vergelijking met een stad in Oost-Congo, waar ik zelfs een slag moest slaan naar het inwonertal bij gebrek aan betrouwbare data, ben ik tijdens de voorbereidingen voor mijn tijd in Ibadan bedolven onder de informatie. Het wetenschappelijk niveau in Nigeria is in vergelijking met veel landen in Zuidelijk- en Centraal-Afrika onvergelijkbaar hoog.

Ik las nota bene een boek met de titel Ibadan, geschreven door een Nobelprijswinnaar. Wole Soyinka, Afrika’s eerste Nobelprijswinnaar, ging in Ibadan naar de universiteit en schreef daarover in zijn memoires. De grootste en bekendste schrijvers van het Afrikaanse continent komen uit Nigeria. Het is sneu voor de Nigerianen dat dit soort feiten zo onbekend zijn, terwijl iedereen wel heeft gehoord van de 419-scams, de veelal Nigeriaanse internetfraudeurs die geld lospeuteren van goedgelovige westerlingen.

Nigeria is qua bewonersaantal het grootste land van Afrika. Als iemand me weer eens verwilderd aanstaarde in reactie op mijn melding dat ik naar Nigeria zou gaan, hield ik hem altijd dat voor. Eén op de zeven Afrikanen is Nigeriaan. Als je al een Afrikaanse schurk tegen het lijf loopt, is de kans dat het een Nigeriaan is allicht groter dan de kans op een Burkinabé of Namibiër. Maar dat wil nog niet zeggen dat de hele immense bevolking bestaat uit boeven.