Marginale burgers

Wie zich voor een huurwoning in bepaalde achterstandswijken meldt, wordt geacht met een politieonderzoek naar het eigen gedrag in te stemmen. Het is nog experimenteel beleid. Juridisch criterium is de vraag of de nieuwe huurder een gevaar voor de openbare orde kan opleveren. Huiselijker: de ‘aso-toets’ die overlast, lawaai, agressie, drugshandel, intimidatie, vervuiling zou voorspellen. Nieuwe huurders komen er alleen in als de politie een positief advies geeft. De corporatie neemt dat over. Rotterdam wil ermee beginnen. Andere steden kennen het systeem al.

Hiertegen geldt een aantal bezwaren, praktische en principiële. Dit is geen oplossing, maar een spreiding van het probleem. Ook burgers die overlast kunnen veroorzaken, moeten een woning hebben. Dient een corporatie niet zelf verantwoordelijk te blijven voor het huurdersbestand? Nu wordt de regie overgedragen aan de burgemeester met voorrang aan het openbare ordecriterium. Het maatschappelijk evenwicht was beter gediend als de corporatie het ‘recht op wonen’ ook van marginale burgers verdedigt. De verantwoordelijkheid aan de gemeente afgeven, is te makkelijk. De burgemeester komt aan bevoegdheden niet tekort.

Voor een bepaalde groep burgers wordt het recht op wonen voorwaardelijk. Afhankelijk van allerlei gegevens, hard en zacht, die de politie bij elkaar scharrelt uit justitiedatabanken, bij het Gemeentelijk Meldpunt Woonoverlast, de corporaties en zelfs de GGD. Meer macht voor de overheid dus, en minder vrijheid voor de burger. Over hen wordt een gedragsprofiel samengesteld en een ‘woonrisico-advies’. Stadsdelen sluiten zich zo voor diegenen die voor het examen ‘sociale burger’ zakken. Informatie kan echter verouderen. Burgers kunnen zich rehabiliteren. Zij moeten zich in beginsel vrij kunnen bewegen en ontplooien. Dit examen kan afschrikken, een afwijzing kan doorwerken en een ongewenste situatie bestendigen. Is ‘social engineering’ door de staat in het verleden voldoende succesvol geweest om deze weg met vertrouwen in te slaan?

Er ontstaat ook een nieuwe database: een register ‘Selectief Woningtoewijzingsbeleid’. Dit leidt tot vragen over toegang en controle die ook het elektronisch patiëntendossier, de ov-chipkaart, het vingerafdruk-pasregister en de telecomdatabase opriepen. Hoe valt misbruik te voorkomen? Dergelijke maatregelen laten zien dat de moderne overheid onder dekking van nieuwe problemen steeds nieuwe verzamelingen persoonsgegevens aanlegt. Te raadplegen voor een goed doel, dat snel door een volgend doel kan worden vervangen.

Maar het zwaarste weegt toch de macht die gemeenten verwerven om hele wijken sociaal te regisseren op basis van zachte criteria. Voor een aantal Rotterdamse wijken geldt nu al een inkomenseis. Een register van het sociale gedrag van burgers past er naadloos bij. Het kan gemeentebestuurders in de verleiding brengen hele groepen uit te sluiten. De overheid dreigt zich hier te indringend met de privésfeer van burgers te gaan bemoeien.