Machiel

We hebben het over Machiel, eindelijk. Te lang hebben we het niet over hem gehad. Hoe komt dat toch, vraag ik aan zijn moeder, tevens mijn schoonzus, en haar man. Ze zuchten. Daar vraag ik wat.

Ik weet dat ze hem nooit vergeten hebben, ook al spreken ze zelden over hem. Tegen mijn vrouw zei mijn schoonzus eens: „Altijd als ik op 24 december de kerkklokken hoor luiden, denk ik aan hem. Dan vraag ik me af wat voor man hij zou zijn geworden.”

Machiel werd op de avond van 24 december 1968 geboren. Kerstavond, kan het romantischer? Mijn schoonzus herinnert zich de extreme rommeligheid van die avond nog goed. Buiten beierden de klokken, de dokter had haast want hij wilde de nachtmis nog halen, en de bevalling was een stuk zwaarder dan de vorige twee. Ja, het kan veel romantischer.

Machiel huilde vanaf het prille begin uitzonderlijk veel, soms wel een hele dag lang. Dat waren ze van hun eerste twee kinderen niet gewend geweest. Hij sliep ook altijd zo gespannen, met een hoofdje dat hij steeds tegen de spijlen van zijn bedje had opgeduwd. Ook als je hem eruit haalde, voelde je de spanning in zijn lijfje.

Ze vonden het vreemd en ze spraken erover met huisarts en wijkverpleging. Die konden niets afwijkends vinden. Het kwam allemaal wel goed met hem.

Bijna vier maanden later, 15 april 1969, zaten ze aan tafel voor het avondeten. Machiel zou voor het eerst een fruithapje krijgen. Hij had ook die dag weer veel gehuild. Zijn vader ging hem boven halen.

Hij kwam met zoveel geraas terug dat het klonk alsof hij van de trap was gevallen. Zijn gezicht grauw van schrik. Hij hield Machiel in een deken gewikkeld. Het was mis, zei hij, hij voelde geen leven meer, ze moesten onmiddellijk naar de dokter.

Ze raceten er in hun auto heen, maar de dokter kon al niets meer doen en verwees hen naar het ziekenhuis.

Het woord ‘dood’ nam hij niet in de mond, dat kregen ze kort daarna in het ziekenhuis te horen. Doodsoorzaak? Tja, hartstilstand. En verder? Verder niks. Ook geen autopsie. Het begrip ‘wiegedood’ moest nog aan zijn internationale opmars beginnen.

Tegenwoordig mag je het stoffelijk overschot naar huis laten overbrengen, maar Machiel moest in het ziekenhuis blijven. De volgende dag zagen ze hem voor het laatst, hij lag in een vrieskist, alleen een hempje aan. Vooral dat beeld is onuitwisbaar. Toen ze thuiskwamen, had de familie zijn kamertje al leeggeruimd. Anders bleef je maar aan hem denken.

Zo is het daarna steeds gegaan. Er bestond nog niet de uitvoerige rouwbeleving die nu zo gangbaar is. Dood was dood, en je ging over tot de orde van de dag. Goed bedoeld, maar erg kil.

Zo snel mogelijk begraven, vond de pastoor. Nee, beter geen ‘steentje’. De moeders bij de peuterschool begonnen er ook maar niet over. Hoe eerder je het vergeet, hoe beter.

Ze zijn nooit meer naar de begraafplaats teruggegaan. Het verdriet leek er goed weggestopt. Maar verdriet is als onkruid, het komt weer op, vooral als je ouder wordt. Ook al hebben ze nooit officieel bericht gekregen, ze nemen aan dat het graf al lang geleden geruimd moet zijn.

Nu zouden ze het anders doen, ze zouden zich niets meer laten aanpraten. De mens wordt droeviger en wijzer en dan gaat hij zelf dood.