Kan afkicken verslavend zijn - en hoe kick je dan af?

Ard Wildenburg uit Hoorn heeft geen noemenswaardige verslavingen, zegt hij, buiten vlagen van workaholisme. Wel houdt hij ervan om taalkundige hersenkrakers op te werpen. Zoals: kun je verslaafd raken aan afkicken? „En zo ja, hoe kick je daar dan vanaf?”

Kicken op afkicken. Je zou het bijna gaan geloven door de Pete Doherty’s van deze wereld met een doorlopend abonnement op the rehab.

Maar voor wie het nooit heeft geprobeerd: afkicken is geen pretje. „Vergelijk het met de ergste griep en vermenigvuldig dat met 25”, zegt ervaringsdeskundige Keith Bakker. Na een jarenlange alcohol- en drugsverslaving heeft hij nu een particuliere afkickkliniek. „Afkicken heeft ook geen finish line. Ik had nog anderhalf jaar pijn in mijn been.”

Afkicken is een beetje alsof je op volle snelheid vol op de rem gaat staan, vergelijkt Ben van de Wetering, geneesheer-directeur van verslavingszorginstantie Bouman GGZ. „Dan ga je slippen, schiet je alle kanten op. Nou, dat doet je lichaam ook als je afkickt. Drugs en alcohol stimuleren het beloningssysteem in de hersenen, waardoor je je goed voelt. Stop je ineens, dan slaan je hersenen als het ware op hol. Met allerlei lichamelijke ongemakken als gevolg. Mensen die stoppen met heroïne, krijgen bijvoorbeeld geweldig diarree.”

Het afkickmiddel methadon is wel verslavend, net als de kalmerende middelen (benzodiazepinen) die afkickende verslaafden krijgen.

Wat voor sommigen ook verslavend werkt, is de therapie, zegt psycholoog Jean-Paul Grund van het Centrum voor Verslavingsonderzoek in Utrecht. „Zeker voor mensen met weinig sociale contacten. In zelfhulpgroepen, zoals Alcoholics Anonymous, heb je aanspraak, ben jij even het middelpunt. Voor sommige mensen is dat heel fijn. Die blijven shoppen in zelfhulpgroepen.”

„Therapy-ized”, noemt Keith Bakker dat. „Therapie is een warm badje. Ik ken verhalen van mensen die doen alsóf ze alcoholist zijn.”

En hoe kom je van je therapieverslaving af? Bakker: „Uiteindelijk heeft iedere verslaafde gewoon een flinke schop onder zijn kont nodig.”

    • Eppo König