Hoe de Hondurese president zichzelf al buitenspel zette

Al voordat president Zelaya van Honduras bij een legercoup verdreven werd, raakte hij in grote politieke problemen.

In de stad kom je op met graffiti bespoten muren soms zijn naam tegen. Dan wordt hij uitgemaakt voor verrader. Ramón Custodio López (79), hoofd van de Nationale Mensenrechtencommissie in Honduras, is even niet zo geliefd bij aanhangers van de afgezette president Manuel Zelaya.

Toch is Custodio geen ideologische tegenstander van Zelaya, die gisteren een mislukte poging ondernam terug te keren naar zijn land. Wel heeft hij voortdurend openlijk kritiek geleverd op diens ongrondwettige acties, ook toen hij nog aan de macht was. Het is typerend voor Custodio, die sinds 1981 mensenrechtenactivist is. Geen enkele regering heeft hem de mond kunnen snoeren.

Dezer dagen ontvangt hij doodsbedreigingen, na de staatsgreep van 28 juni, toen militairen de president van zijn bed lichtten en op een vliegtuig naar Costa Rica zetten. Op de tafel in zijn kantoor ligt een boekje met de grondwet van Honduras. „Zelaya ging steeds de confrontatie aan met de wetgevende en de rechterlijke macht. Hij probeerde buiten deze instituties om zaken te regelen, de macht naar zich toe te trekken. Hij leidde aan grootheidswaanzin.”

Het begon er mee dat Zelaya vorig jaar september geen begroting voor het jaar 2009 opstelde, zoals de wet vereist, en die naar het parlement ter goedkeuring stuurde. „Deze begroting was belangrijk vanwege de verkiezingen [en daarmee samenhangende kosten] die dit jaar worden gehouden. Zonder budget kan je niets doen”, zegt Custodio.

Maar het grote struikelblok zou Zelaya’s plan worden om een referendum te organiseren. Aanvankelijk alleen om te peilen of er animo was voor nog een volksraadpleging over het opstellen van een nieuwe grondwet, waaronder de staat een grotere rol in de economie zou krijgen.

Vervolg Honduras: pagina 5

‘Zelaya overspeelde zijn hand’

In Honduras kan een volksraadpleging op drie manieren tot stand komen: op voorstel van 6 procent van de kiesgerechtigde burgers, op initiatief van het parlement, of voorgesteld door de president en zijn regering. De laatste optie vereist dan wel goedkeuring van de volksvertegenwoordiging.

Maar het Congres (één kamer) wees het plan af. Het Openbaar Ministerie deed vervolgens onderzoek naar de rechtmatigheid van Zelaya’s volksraadpleging, legde het voor aan de rechter en uiteindelijk concludeerde het hooggerechtshof dat het voorstel ongrondwettig was. Maar Zelaya bleef vasthouden aan zijn plan.

De hoogste militair van het land weigerde vervolgens mee te werken bij de organisatie van het referendum. Zelaya ontsloeg deze generaal Romeo Vásquez, maar zijn congé werd later teruggedraaid omdat het in strijd was met de wet. Custodio: „Zelaya had duidelijk zijn hand overspeeld.”

Het verhaal van Custodio wordt bevestigd door Vilma Morales, tot eind januari van dit jaar voorzitter van het Hooggerechtshof. Morales stond bekend als de ijzeren dame, een onafhankelijke rechter die niet bang was voor het nemen van moeilijke besluiten.

Zij zegt: „Tijdens mijn periode heeft Zelaya verschillende keren geprobeerd decreten er door heen te jagen, het parlement daarbij negerend, terwijl dat duidelijk in strijd was met de wet.”

Na zijn botsing met het leger liet Zelaya op vrijdag 26 juni in de staatscourant een decreet publiceren waarin het referendum werd aangekondigd. Uit de tekst blijkt dat het niet langer om een niet-bindende peiling ging over een later te houden, tweede plebisciet over een nieuwe grondwet.

Morales laat het decreet zien en zegt: „Er wordt aan het volk gevraagd of het instemt met het installeren van een grondwetgevende assemblee.” Als de meerderheid ‘ja’ had gezegd dan had Zelaya, zegt ze, de assemblee zelf samengesteld, zonder hiervoor verkiezingen te houden; het parlement ontbonden en de volledige macht gegrepen. „De nieuwe constitutie zou bovendien de mogelijkheid van een extra termijn voor de president behelzen”, zegt Morales.

Ondanks deze misstappen, blijft bij de buitenwereld het beeld hangen dat Zelaya is verwijderd door een conservatieve politieke elite. Uit angst voor een socialistische revolutie in het land, naar Venezolaans model. Want Zelaya mocht dan afkomstig zijn uit de rechtse Liberale Partij, gedurende zijn bewind maakte hij een ruk naar links. Hij verhoogde bijvoorbeeld het minimumsalaris met 60 procent, een stap die goed viel bij het grote deel van de bevolking dat in armoede leeft. Hugo Chávez beschouwt hij als een goede vriend.

Maar volgens Olban Valladares, congreslid namens de sociaal-democratische partij PINU, was niet alleen rechts voor een coup. „Het gehele congres, ook de linkse partijen, op de communistische na, steunde de ingreep. Het moest om de democratie te beschermen. Hij had de grondwet overtreden.”

Hoewel de redenen voor het afzetten van Zelaya legitiem lijken, leidde de wijze waarop dit gebeurde tot verontwaardiging in de regio en de rest van de wereld.

In Latijns-Amerika roept het beeld van een president die in zijn pyjama op het vliegtuig wordt gezet door militairen, herinneringen op aan een zwart, recent verleden. De felle reacties op de coup en de onvoorwaardelijke steun die Zelaya kreeg in de regio zijn hieruit te verklaren. Niemand wil er terug naar de tijd van staatsgrepen.

Desondanks verdedigt Marthe Lorena de Casco, interim-onderminister van Buitenlandse Zaken, de aanpak. „Het was zelfverdediging. Om te voorkomen dat de president de democratie zou gebruiken om tot een nieuwe staatsdictatuur te komen zoals in Venezuela. Hij is naar het buitenland gestuurd om geweld te vermijden.”

Volgens Lorena stimuleerde Zelaya in zijn nadagen burgerlijke ongehoorzaamheid, probeerde hij een crisissituatie te forceren. Als voorbeeld noemt zij zijn optreden de zaterdag voor het geplande referendum, de dag voor zijn arrestatie. Toen ging hij met een menigte naar het vliegveld. Daar stond een Venezolaans vliegtuig, met aan boord al het stemmateriaal, afkomstig uit Caracas. Het OM had er beslag op laten leggen. Door zelf naar vliegveld te komen, met burgers, hoopte Zelaya dat de bewakers alsnog de inhoud van het toestel zouden vrijgeven.

Onderminister Lorena zegt: „De situatie liep uit de hand. Als we hem hier hadden gehouden, had dat tot bloedvergieten kunnen leiden.” Het is volgens haar dan ook geen coup die plaatsvond. „De militairen hebben Zelaya opgepakt in opdracht van de rechtelijke macht. Hij had de grondwet overtreden. De meerderheid van de regering is in tact gebleven. Er is verder niets veranderd in het land.”

    • Philip de Wit