Het zoveelste zelfhulpboek

Geluk ligt binnen handbereik, volgens de zelfhulpboeken.

Actief aan de slag, niet zeuren maar poetsen en positief blijven denken.

Geluk voor dummies, W. Doyle Gentry. Uitgeverij Pearson, 281 pagina’s.

Van geven word je zelf gelukkig, is een van de lessen die uitgebreid beschreven worden in het boek Geluk voor dummies.

Aan bedelaars geef ik in principe zo weinig mogelijk. Ik zie mijzelf ogenblikkelijk vanuit de ogen van bedelaars en voorbijgangers: iemand die zijn schuldgevoel tegenover de armen afkoopt met wat muntgeld, dat ook nog eens vanonder een lading bonnetjes en papiertjes uit de portemonnee vandaan moet komen, waardoor de toch al genante operatie nog langer duurt. Er zit altijd iets vernederends in het geven. Een bedelaar heeft daar vast weinig boodschap aan, maar ik vind het ongemakkelijk. Ik wil bedelaars bovendien niet aanmoedigen om hun leven bedelend voort te zetten, want ik geloof niet dat daar iemand bij gebaat is. Ik geloof meer in structurele hulp.

Maar met zo’n principe mis ik dus een kans om zelf gelukkiger te worden. Ik loop daarover na te denken van mijn tochtje van de supermarkt naar huis, waar ik die vervelende daklozenkrantverkoper bij de Albert Heijn alweer niks heb gegeven, als een man mij aanspreekt, in gebrekkig Nederlands.

Hij hinkt en ziet er onrustig uit. Hij steekt mij een briefje van 5 euro toe en vraagt of ik het kan wisselen voor de parkeermeter. Ik moet naar de eerste hulp, zegt hij, en ik heb geen chipknip. Hij is lichtelijk in paniek.

Wisselen kan ik niet. Ik heb wel een euro zeventig en geef hem dat, maar het is niet genoeg. De eerste hulp, dat kan inderdaad wel even duren, zeg ik meelevend en ik weet verder ook niet wat te doen. Intussen hinkt hij op andere voorbijgangers af, die hem allemaal niet kunnen helpen. Ik ben alweer doorgelopen, omdat ik toch niets kan betekenen, tot ik, als ik bijna thuis ben, opeens bedenk dat mijn chipknip wel opgeladen is. Op een holletje ga ik terug, help de man met de meter, waar ik een gestrest bedankje voor krijg. En verrek, ik voel me gelukkig.

Maar had ik daar dat hele boek voor moeten lezen?

Voor zelfhulpboeken is een markt, ook in tijden van crisis, moeten ze gedacht hebben bij uitgeverij Pearson, want dit voorjaar verschenen er maar liefst drie tegelijk: Veranderen doe je zelf, Geluk voor dummies en Persoonlijke groei voor dummies. In totaal 1.280 pagina’s uitleg, tips en voorbeelden om jezelf te verbeteren. Boodschap van alle drie: gun jezelf het beste, leef het leven dat je wilt leven en begin daar nu maar meteen mee. Jij moet het doen. Waarom zou je wachten?

De auteur van Geluk voor dummies, dr. W. Doyle Gentry, een Amerikaanse klinisch psycholoog, schreef het boek voor de we-gaan-ervoorgeneratie. Deze generatie bestaat uit actieve gelukszoekers, zo schrijft hij in de inleiding. Hij kan onmogelijk hebben gemeend dat een zelfhulpboek voor geluk nog niet bestond. Sterker nog, aan het eind somt hij drie pagina’s titels van zijn favoriete boeken over dit onderwerp op. Voor als je nog meer wilt weten.

Over zijn eigenlijke motivatie om dit boek te schrijven, lees ik op pagina 100 dat hij altijd al schrijver had willen worden: „Nu ik Geluk voor Dummies schrijf, kan ik eerlijk zeggen dat ik een gelukkig mens ben. Ik heb alleen spijt dat ik er 55 jaar over gedaan heb om die sprong te wagen.” De les voor de lezer volgt meteen: Als er iets is wat je altijd al hebt willen doen, dan is het er nu de tijd voor! Je bent nooit te oud. Ik ben het levende bewijs!

En dat is wat je krijgt als je Geluk voor dummies koopt: de levenslessen van een man op leeftijd. Een conservatieve man bovendien, wiens vrouw zijn carrière ondersteunt en die in elk hoofdstuk adviseert om rust in een kerk te zoeken of om net als hij te gaan golfen. Zijn ouders, zijn tantes, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn vrienden, zijn patiënten, ze komen allemaal voorbij en je kunt uit elk van hun levens lering trekken. Van tante Lillian, die ondanks haar ellendige leven nooit klaagde, kun je leren dat optimisme je kan redden, van zijn moeder dat je tevreden kunt leven van een kleine bijstandsuitkering en van Tom dat je van een uitdaging het voordeel moet proberen in te zien.

Is het dus een waardeloos boek? Ik moet eerlijk bekennen dat ik er geen spijt van heb het gelezen te hebben en dat mijn geluksquotiënt – geef jezelf een cijfer tussen de een en de tien en deel het getal door tien (ja ja, het is een boek voor dummies) – inderdaad is opgekrikt. Naast de standaardadviezen als gezond eten en genoeg bewegen zijn hieronder enkele praktische tips op een rij gezet.

    • Franca Treur