Het dilemma: wel geruchten, geen bewijzen

Artsen gaven ouders het idee dat hun kinderen bij Benno L. in goede handen waren, zegt een vader. Er waren alleen geruchten over de van ontucht verdachte zwemleraar.

De vragen blijven komen, vragen die hen kwellen. Hadden ze kunnen weten dat er iets fundamenteel mis was?

Het is een maand geleden dat de Bossche zwemschoolhouder Benno L. werd aangehouden op verdenking van ontucht. De politie vond tienduizenden beelden van ontuchtige handelingen met vermoedelijk 98 meisjes tussen de zes en zestien jaar. Bij de families Oussoren en Janssen in Den Bosch, die allebei een meervoudig gehandicapte dochter op zwemles hadden bij Benno, is de onrust niet geluwd.

De ergernis over betrokken instanties die hun handen in onschuld wassen blijft groeien. Zowel in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch als bij de Stichting MEE deden al jaren geruchten de ronde over Benno L. Maar ze hebben de ouders nooit gewaarschuwd. Omdat ze geen harde bewijzen hadden, zeggen ze. Artsen gaven ouders het idee dat hun kinderen in goede handen waren bij Benno L., zegt vader Richard Oussoren. „Als ouders van een zwaar gehandicapt kind kies je nooit alleen voor een zwemschool. Je hebt een team van deskundigen.”

De dochter van Richard en Julie Oussoren en de dochter van Carlie en Daphne Janssen, nu beiden acht, zaten sinds november 2006 bij Benno L. op zwemles. De kinder- en revalidatiearts van het Jeroen Bosch Ziekenhuis hadden gezegd dat zwemles voor de motoriek, spierontwikkeling en sociale contacten van hun dochters goed zou zijn. Daphne Janssen: „Via een collega van mijn man hoorden wij goede verhalen over Benno.”

Ze ging naar Stichting MEE om advies in te winnen. „Daar zeiden ze: ‘we zouden die zwemschool niet aanraden’. Ik vroeg: waarom niet. Ze zeiden: daar doen we geen uitspraken over. Ik zei: als er misbruik speelt, ga ik er van uit dat jullie het zeggen, ik wil mijn dochter daar op zwemles doen.”

Nu Benno L. vastzit, neemt ze Stichting MEE kwalijk dat die haar niet nadrukkelijker heeft gewaarschuwd. In de krant leest ze dat MEE als gevolg van geruchten over ontucht niet meer naar Benno L. doorverwees. Haar man, Carlie Janssen: „Achterbaks. Ze vegen hun eigen straatje schoon.”

Regiodirecteur Ellen Forbes van MEE begrijpt dat ouders vragen hebben. „Ik zou hun willen zeggen dat wij niet wisten dat er sprake was van ontucht.” Nadat MEE in 2004 van cliënten negatieve verhalen hoorde over de zwemschool, is de stichting naar het meldpunt kindermishandeling en de politie gestapt. Onderzoek leverde niets op. Toch besloot MEE niet meer door te verwijzen naar de school van Benno L. en te wijzen op geruchten. Op de inhoud van de geruchten gingen consulenten nooit in. „Het waren vage geruchten, niet duidelijk gerelateerd aan ontucht. Wij hadden een raar gevoel bij deze zwemschool. Meer konden wij niet aangeven.”

De dochters van Carlie en Daphne Janssen en Richard en Julie Oussoren volgen allebei speciaal onderwijs bij Viataal, een organisatie voor mensen met hoor-, spraak- en taalproblemen. Samen gingen zij elke week een half uur naar de zwemles in het bad dat Benno L. huurde bij de school. Hun moeders zaten in de kleedkamer te wachten. Benno gaf les. Daphne Janssen: „Hij werd altijd geholpen door een meisje van een jaar of vijftien. Die ontfermde zich over het ene kind als hij met het andere kind bezig was.”

Na een jaar zagen de ouders weinig progressie. Zij lieten hun dochters afzonderlijk in het Jeroen Bosch-ziekenhuis testen. Daar adviseerde een deskundige vooral door te gaan met de zwemlessen van Benno L. In het ontwikkelingsrapport dat een revalidatiearts van het Jeroen Bosch Ziekenhuis het afgelopen jaar over de dochter van Richard en Julie Oussoren opstelde, staat letterlijk te lezen: ‘De speciale zwemles bij Benno (...) vormt naast de fysiotherapie een essentieel onderdeel van het therapieprogramma’. Richard Oussoren vraagt zich kwaad af hoe het mogelijk is dat het ziekenhuis in het nieuws laat weten dat het wist van de geruchten, terwijl één van zijn artsen zoiets schrijft.

Meerdere ouders richtten zich verbouwereerd of woedend tot het Jeroen Bosch Ziekenhuis, laat de raad van bestuur weten. In een schriftelijke reactie schrijft zij dat in 2003-2004 en in 2007 in het ziekenhuis geruchten circuleerde over ongewenst gedrag van zwemleraar Benno L. Omdat deze geruchten nooit werden bevestigd en politieonderzoek niets opleverde, zijn deze geruchten niet breed verspreid. Het ziekenhuis wilde Benno L. niet beschuldigen van zware misdrijven, terwijl daar geen bewijzen voor waren. De zwemleraar stond bij hen bekend als iemand die goed kon omgaan met kinderen en goede resultaten bereikte. „Zijn wij en alle anderen die om deze ouders en kinderen heen staan voldoende oplettend geweest?”, vraagt de raad van bestuur zich nu af. Een werkgroep gaat het onderzoeken.

Nooit vermoedden de ouderparen dat er iets niet klopte. Eens in de maand was er een kijkles. Julie Oussoren: „Dan knuffelde hij met de meiden. Dat vond ik heel aardig. Hij liet hen soms door zijn benen zwemmen.” Daphne Janssen: „Een keer zei hij dat hij mijn dochter met hem onder de douche had genomen omdat ze niet met haar vriendin wilde douchen.” Ze zocht er niets achter. Ze vond Benno een vriendelijke opa. Daphne Janssen: „Ik vertrouwde hem volkomen.”

Altijd liep Benno L. te sjouwen met camera’s. Julie Oussoren: „Hij liet beelden aan de meiden zien. Dat had een stimulerende werking.” Richard Oussoren: „Hij zette beelden op zijn site. Dan konden we onze kinderen onder water zien zwemmen. Dat vonden wij bijzonder en leuk.” Maar alles wat toen positief leek, komt nu in een negatief daglicht te staan.

Net als honderden andere bezorgde ouders bezochten de ouderparen twee weken geleden met kloppend hart een informatiebijeenkomst, waar de politie, het OM en de burgemeester hun zo goed mogelijk informeerden over de verdenkingen tegen Benno L. en het onderzoek dat zou volgen. Ze beschreven de zwemkleding van hun dochters gedetailleerd aan de politie. Soms stellen ze hun dochter vragen. Maar dat is lastig als je kind moeite heeft met praten. Daphne Janssen: „Laatst kuste ik haar en vroeg toen: wie kust jou nog meer wel eens? Papa? Ze zei: ja. Opa? Ja. Benno? Nee. Hij hoeft haar ook niet gekust te hebben.”

Richard en Julie Oussoren begrijpen dat het onderzoek een half jaar kan duren. Intussen blijven de vragen maar komen.

    • Esther Wittenberg