Had Dekker toch lekker laten fietsen

Laten we er niet omheen draaien: doping en sport liggen in elkaars verlengde. Zolang het dopinggebruik medisch verantwoord is, is er niets aan de hand, aldus Marcel Zuijderland.

Zaterdag ging de Tour de France van start. Zonder Thomas Dekker. Een urinemonster van de renner uit 2007 bleek sporen van een epovariant te bevatten. Dekker hangt een schorsing van twee jaar boven het hoofd. Vrijdag werd bekend dat de Duitse schaatsster Claudia Pechstein bij het WK allround in februari bloeddoping had gebruikt. Ze is voor twee jaar geschorst.

Harde sancties, maar zal het ook helpen de topsport ooit schoon te krijgen? Waarschijnlijk niet. Sport draait om het optimaliseren van de prestatie. Sporters zijn altijd geïnteresseerd in technologieën die hun prestatie bevorderen. Daar vallen allerlei geavanceerde trainings-, voedings- en materiaaltechnieken onder, maar ook chemische en biologische prestatieverhogende middelen.

Doping en sport liggen in elkaars verlengde. De bekende wielerploegleider Peter Post zei in 1965 (toen hij nog renner was) breeduit lachend op de televisie: „Natuurlijk gebruik ik af en toe doping. Als ik zeg dat ik nooit doping gebruik, dan zegt iedereen dat ik een komediant ben.” Het getuigt van realiteitsbesef dit te onderkennen, en op zoek te gaan naar een manier om de individuele keuzes en de gezondheid van de sporter te respecteren.

De huidige strijd tegen doping is verworden tot een vruchteloos kat-en-muisspel. Telkens worden nieuwe middelen ontwikkeld die de detectiemethoden te slim af zijn. De lijst van verboden middelen wordt almaar langer, de detectiemethoden navenant kostbaarder. En de controle van sporters vertoont totalitaire trekken. Ze moeten hun verblijfplaats ieder uur van de dag kunnen verantwoorden en zich elke willekeurige controle laten welgevallen. Ook met het oog op de toekomst wordt het moeilijk om het verbod op doping nog langer te rechtvaardigen. Veel medici en biologen gaan er vanuit dat gentherapie standaard zal worden. Het internationale antidopingagentschap WADA heeft vast een voorschot genomen op deze ‘genetische revolutie’ en gendoping op zijn verboden lijst gezet.

Als een sporter dus in de toekomst gentherapie krijgt om zeg een spierblessure te behandelen, dan luiden de prestatieverhogende bijeffecten ervan meteen het einde van zijn sportieve loopbaan in. Dat is ethisch niet te verantwoorden. Voor veel andere middelen op de verboden lijst, zoals epo en anabolen, geldt nu al dat ze een therapeutisch doel kunnen dienen, bijvoorbeeld bij herstel na zware inspanning. Door ze te verbieden ondermijnt WADA de gezondheid van de sporter.

Vanwege de onvermijdelijkheid van doping in de sport en de enorme gezondheidsrisico’s die aan de illegaliteit kleven, pleit Klasien Horstman, hoogleraar filosofie en ethiek van bio-engineering, voor vrij gebruik. Ze stelt een intensieve samenwerking voor tussen de atleet en de arts, waarbij het uitgangspunt prestatieverbetering is, maar niet ten koste van de gezondheid. Wil dat werken, dan is het noodzaak dat sportartsen zich als onafhankelijke beroepsgroep vestigen. De groep moet check and balances kennen, protocollen, zelfkritiek en professionele integriteit.

Maar moet sport niet juist een krachtmeting tussen gelijken zijn? En moeten we doping daarom niet zoveel mogelijk bestrijden? Nee, sport is juist op zoek naar het verschil. Het verschil dat wordt uitgemaakt door betere genen, trainers, faciliteiten en technologieën. Zo verscheen olympisch kampioen, zwemmer Maarten van der Weijden, aan de start met een hoge hematrocietwaarde in zijn bloed omdat hij maandenlang in een hoogte-tentje had gebivakkeerd. Dat is niet verboden, maar het chemisch opschroeven van die waarde is dat gek genoeg wél.

Doorslaggevend moet niet de illusie van fair play zijn, maar het beschikkingsrecht van het individu over zijn eigen lichaam. Dat recht behoort niet in handen van de dopingautoriteiten te liggen. De sporter bepaalt hoe ver hij gaat.

Dekker en Pechstein zijn gepakt. Waren ze gecontroleerd op medisch verantwoord gebruik van doping, dan was er niks aan de hand geweest. Nu kunnen we Dekker pas weer over twee jaar in de Tour zien fietsen. De 37-jarige Pechstein zullen we waarschijnlijk nooit meer zien schaatsen. Jammer en nergens voor nodig.

Marcel Zuijderland is filosoof en publicist. Hij heeft bijgedragen aan het boek ‘Supergenen en turbosporters: een nieuwe kijk op doping’, van Sietse van der Hoek en Toine Pieters.

    • Marcel Zuijderland