Een harde bèta als dienaar van de wetenschappen

Jos Engelen is een machtig man in wetenschappelijk Nederland. De nieuwe NWO-voorzitter heeft ruim een half miljard euro voor onderzoek te verdelen. Alles voor de wetenschap.

Jos Engelen in zijn kantoor bij de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek in Den Haag. (Foto Roel Rozenburg) Den Haag : 29 juni 2009 Jos Engelen. NWO. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Het was één zinnetje. Maar voor de goede verstaander was het onmiskenbaar en scherp. „Onderzoekers in Delft en bij andere onderzoeksinstellingen kunnen nanokristallen bestuderen...”, zei Jos Engelen. Hij keek naar de lege stoel van de vorige spreker, rector magnificus Jacob Fokkema van de TU Delft, liet een stilte vallen. „Laat me deze zin opnieuw lezen. Onderzoekers van de TU Eindhoven en op andere plaatsen...”

Het plagerijtje bedacht hij ter plekke, zei hij na zijn voordracht, vorige week dinsdag, bij de Fryske Akademy in Leeuwarden. „Ik wilde Delft noemen omdat Leo Kouwenhoven daar mooi onderzoek aan die nanokristallen doet. En zo kon ik meteen Eindhoven noemen, waar veel meetapparatuur staat voor dit type werk.”

In de zaal vol wetenschappers bleef nog iets hangen: de baas van de Technische Universiteit Delft was niet blijven luisteren naar de voorzitter van NWO, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.

Het voorzitterschap, per 1 januari van dit jaar, maakt Jos Engelen een van de machtigste mannen in wetenschappelijk Nederland, al is zijn naam is bij het grote publiek niet erg bekend. NWO beheert het grootste deel van het overheidsgeld voor wetenschap. Dat geld gaat niet naar universiteiten, maar naar excellente senioronderzoekers, veelbelovende jonge onderzoekers en (nationale) onderzoeksinstituten. NWO heeft 550 miljoen euro te verdelen.

„De machtigste, op minister Plasterk na”, zegt studievriend Piet Peters, universitair hoofddocent laserfysica in Twente. „Al met al een hele carrière.” Peters ziet hem nóg binnenkomen in Nijmegen, 1967. Een slimme, schuchtere 17-jarige van het platteland die al snel zijn doel had bepaald: de fundamenten van de wetenschap.

Een universitaire studie was niet vanzelfsprekend voor Jos Engelen uit het dorpje Maasniel bij Roermond, enig kind van een vader die bij ‘het spoor’ werkte. Oudste zoon Marc, neuroloog in opleiding: „Voor mijn opa was het normaal dat mijn vader naar de mulo zou gaan om daarna te gaan werken.”

Maar Jos Engelen verzette zich, kreeg steun van het schoolhoofd, en mocht naar de HBS; uitzonderlijk in het Limburg van begin jaren zestig. Marc Engelen: „Ik vind het indrukwekkend dat mij vader op zijn elfde zelf bedacht dat hij naar de HBS wilde. Wat een ander leven zou het anders geworden zijn.”

Dan was Engelen niet gepromoveerd in de experimentele natuurkunde, niet benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, geen directeur geworden van het Nederlands instituut voor onderzoek aan de kleinste bouwstenen van de natuur, Nikhef. En dan had hij het niet geschopt tot adjunct-directeur-generaal van het Cern, het Europees Instituut voor deeltjesonderzoek in Genève. Daar werd, mede onder zijn leiding, de grootste deeltjesversneller ter wereld gebouwd en de reusachtige meetinstrumenten erbij.

Toch is zijn leven niet te vangen in een ‘van krantenjongen-tot-miljonair-verhaal’. Engelen leidt geen luxeleven en heeft geen grote auto’s of een jacht. Hij houdt van lezen en wandelen in de bergen. Hij is, zegt iedere geïnterviewde, zichzelf gebleven. Nog altijd getrouwd met jeugdliefde Marlein, uit een dorpje verderop. Makkelijk in de omgang, trouw aan vrienden, wars van poeha. Studievriend Peters: „Toen hij directeur was op het Cern, liet hij alles uit zijn handen vallen om zelf een Limburgse natuurkundeklas rond te leiden die door een misverstand geen tour kon krijgen. Zo is hij.”

Engelen zei nog iets vorige week, tijdens die voordracht bij de Fryske Akademy: „Door meten tot weten.” Zonder schroom gebruikte hij die afgekloven uitdrukking. Die past hem. Engelen gelooft in empirisch onderzoek: alleen metingen kunnen uitsluitsel geven.

„Eigenlijk heeft Jos een heel theoretische inslag”, zegt goede vriend en oud-collega Henk Tiecke. „Maar zelf wil hij experimenten doen, omdat meetresultaten de doorslag geven.” Engelen kan flink mopperen wanneer theoretici hun modellen presenteren als waarheden voordat die door metingen bevestigd zijn.

Na zijn promotieonderzoek werkte Engelen zes jaar op Cern. Het gezin keerde naar Nederland terug toen de oudste zoon naar de basisschool ging. Bij het Nikhef in Amsterdam bereidde Engelen een experiment voor bij de Duitse deeltjesversneller in Hamburg.

In die tijd, herinnert toenmalig Nikhef-directeur Karel Gaemers zich, had Engelen weinig op met bestuurlijke taken. De emeritus hoogleraar theoretische natuurkunde: „Als je aan het einde van het jaar om een lijstje vroeg van de gemaakte kosten, kon je hem echt op de kast krijgen. ‘Ik ben onderzoeker, ik ben er niet voor het maken van lijstjes’, vond hij.”

Sijbrand de Jong, de eerste promovendus van Engelen en nu hoogleraar natuurkunde in Nijmegen, zegt evenwel dat Engelen „altijd al iets bestuurlijks” had. „Hij is iemand die wel denkt te weten hoe je een en ander moet aanpakken; en die dat laat blijken.”

Jos weet hoe de hazen lopen, zegt studievriend Peters.

Maar Engelen is geen baantjesjager, zegt iedereen. Het kwam telkens op zijn pad, zegt zijn vrouw. En wetenschap is zijn drijfveer. „Het klinkt een beetje soft”, zegt Gaemers aarzelend, „maar hij vindt het een eer dat hij zijn werk mag doen. Hij was ook altijd enorm toegewijd aan zijn studenten en promovendi.”

Wat geen van de oud-collega’s zegt, is dat Engelen een bètawetenschapper is. Waarschijnlijk omdat het voor hen zo evident is. Bij NWO heeft hij ook gamma- en geesteswetenschappen onder zijn hoede. „Voor Jos is dat nieuw”, zegt Cees de Visser, algemeen directeur van NWO. „De beleidsmensen die de alfa- en gammawetenschappen vertegenwoordigen, spreken een andere taal. Dat vindt Jos soms te lang duren. Dan maan ik hem tot enig geduld.”

Mijn vader is een echte bèta, zegt oudste zoon Marc. „Als je als kind ’s avonds opmerkte hoe bijzonder de lucht eruit zag, kreeg je een hele uitleg over hoe dat zo kwam. We hadden scheikundedozen, elektrotechniekspullen, een computer... ”

Zijn broers Roel en Benne werden ingenieur, maar Marc werd, zegt hij, toch een alfa. Een alfa? „Ja, want medicijnen is echt geen harde bètastudie. Daar word ik thuis ook mee geplaagd”, zegt hij goedmoedig. De zoons hebben vaak contact met hun ouders, die drie dagen in de week kleinzoon Philip over de vloer hebben.

In 2003 – de zoons uit huis – vertrokken Marlein en Jos Engelen naar Genève. Engelen werd er adjunct-directeur-generaal van Cern, op verzoek van de Franse directeur-generaal Robert Aymar. Die koos voor de Nederlander omdat Engelen, behalve een excellent wetenschapper, ook een bon vivant is, met gevoel voor humor. Aymar: „Jos houdt van een goed glas wijn, een goed maal en hij wil zijn plezier in het leven met anderen delen. Dat werkt door in al je relaties. Humor laat zien dat je zaken met afstand kunt bekijken. Zijn humor is speciaal. Met één geestig zinnetje kan Jos iets duidelijk maken wat anderen, zelfs met heel veel woorden, niet lukt.”

Er was een moment waarop Engelen zo’n zinnetje niet paraat had. Op 19 september vorig jaar viel de machtige LHC-versneller op Cern, ter waarde van 6 miljard euro, kort na de start door kortsluiting in een magneet voor een jaar stil. „Het was een verschrikkelijke teleurstelling. Voor ons allemaal”, zegt oude vriend en Cern-collega Jim Virdee, hoogleraar aan het Imperial College in Londen.

Met zo’n tegenslag moet je overweg kunnen, zegt vriend en oud-collega Tiecke. Engelen was liever een extra jaar aangebleven om het bij zijn aantreden gestelde doel, LHC aan de praat krijgen, te halen, zegt Tiecke. Maar Cern werkt met vaste ambtstermijnen; Engelen moest weg.

Hij laat zich intussen wel op de hoogte houden en stuurt nog altijd e-mails naar de Brit Lyn Evans, verantwoordelijk voor de bouw van LHC. „In Genève spraken we elkaar bijna dagelijks. Als we niet gestoord wilden worden, gingen we naar mijn golfclub.” Golfclub? Evans: „Natuurlijk heeft Jos een hekel aan golf, maar hij vond het fijn om er rustig met een biertje het werk en de wereld te bespreken.”

Het dramatische incident met de versneller zien betrokkenen als „pech” van een directie die het complexe project verder uitstekend geleid heeft. Engelen treft geen blaam, zeggen ze, ook al omdat hij met name verantwoordelijk was voor de bouw van de reusachtige meetinstrumenten rondom de LHC. Al is in kleine kring bekend dat er binnen de directie ook wrijvingen waren.

Oud-promovendus Sijbrand de Jong, die lid was van de LHC-commissie: „Jos leverde de feitelijke informatie aan en Aymar [afkomstig uit een ander vakgebied] trad naar buiten. Meerdere malen heb ik gezien hoe Jos zich zat te verbijten als zijn informatie weer verhaspeld werd. Ergernis kan hij niet goed verbergen, zelfs aan zijn rug kon ik het zien.”

Engelen wilde na het ongeluk ook veel sneller openheid van zaken geven dan Aymar die vrijwel niets naar buiten bracht, zeggen ingewijden.

Hoe doet Engelen het als voorzitter van NWO? Directeur Cees de Visser: „We zochten een uitmuntend wetenschapper, een goed bestuurder en iemand met internationale ervaring. Jos Engelen is dat allemaal. En hij draagt bovendien een hoed, net als Plasterk.”

Engelen zelf wil dat NWO hét gezicht van het Nederlandse onderzoek wordt. Hij gelooft in nationale onderzoeksinstituten, zoals ‘zijn’ Nikhef. Instituten waarin meer universiteiten samenwerken, waar studenten elkaar ontmoeten, die een vooruitstrevende onderzoeksomgeving bieden en deelnemen aan Europese onderzoeksprojecten.

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen denkt over die instituten net zo, zegt KNAW-president Robbert Dijkgraaf – die voor het grote publiek ‘de wetenschap’ representeert. Waar NWO het geld verdeelt, geeft de KNAW advies. „We spreken elkaar geregeld om onze strategie af te stemmen”, zegt Dijkgraaf. „Jos is er heel goed in om lange lijnen uit te zetten, en die vast te houden, denk ik. En hij neemt enorm veel ervaring mee uit de microkosmos van de wetenschap die Cern is, met alles wat daarbij komt kijken aan communicatie, contacten met het bedrijfsleven et cetera.”

Gaemers: „Een ding is me altijd opgevallen. Jos houdt zijn kaarten dichtbij de borst. Zelfs naaste collega’s wisten nooit of hij een nieuwe post wel of niet ambieerde. Maar bij NWO dacht ik: als hij wordt gevraagd, doet hij het.” Engelen wil immers de belangen van de wetenschap behartigen.

Gaemers: „Met politieke spelletjes kan hij wel overweg. Die negeert hij. Hij brengt de zaak naar voren en draagt, rechttoe rechtaan, een helder beeld uit. Hij staat voor zijn zaak, maar altijd rustig, onderkoeld.”

„Jos is niet alleen maar informeel”, zegt oud-promovendus De Jong. „Hij kan ook ontzettend formeel zijn. Als de zaken op de spits worden gedreven, kan de sfeer ijzig worden. Dat gebruikt hij om de situatie naar zijn hand te zetten. Ook daarin is hij niet veranderd.”

Minister Plasterk (Wetenschap, PvdA) hevelde vorig jaar 100 miljoen van de universiteiten over naar NWO. Hij wil de kwaliteit van het onderzoek verhogen door onderzoekers via NWO te laten concurreren voor geld. Veel universiteiten voelden zich daardoor benadeeld. Het gaf bovendien veel discussie over de selectieprocedures.

Engelen legt zo mogelijk nog meer dan zijn voorganger Peter Nijkamp de nadruk op competitie, zodat alleen de besten geld krijgen. „Competitie, excellentie, Jos stelt hoge eisen”, zegt NWO-directeur De Visser. „Ook aan zichzelf.”