De moedigen die kozen voor de kunst

De examenexposities van de kunstacademies zijn deze en volgende week te bezichtigen.

Zit er een nieuwe Victor en Rolf tussen? nrc.next sprak drie jonge afgestudeerden.

Sybren de Boer: Zonder titel (2009, diverse materialen) Stoel Boer, Sybren de

Kunstenaars zijn dom, moedig of idealistisch. Dat moet wel als je na het halen van je havo- of atheneumdiploma aan een opleiding begint met een erg kleine kans op een carrière. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft vorig jaar uitgerekend dat een gemiddelde kunstenaar tussen de 10.000 en de 30.000 euro per jaar verdient. En 30 procent haalt die 10.000 nog niet eens.

Toch stromen de elf grote Nederlandse kunstacademies ieder jaar weer vol met nieuwe mensen die de kunst wel even een stapje verder zullen helpen. Er vallen tijdens vier jaar opleiding heel wat mensen af, maar per academie is er toch een groep van 70 tot meer dan 200 mensen die het, diploma op zak, gaan proberen. Hun werk is deze en volgende week te zien op de exposities van de eindexamenklassen van de academies. Wie tijdens de diploma-uitreiking om zich heen kijkt, weet dat de meeste klasgenoten het niet zullen halen.

Maar dat zijn natuurlijk de anderen. Ieder jaar komen er van de academies mensen die wel zullen doorbreken. Twee jongens genaamd Viktor Horsting en Rolf Snoeren keken na hun examen in Arnhem in 1992 nog wat onwennig om zich heen. Nu werken ze vanuit een grachtenpand in Amsterdam en verkopen hun kleding en parfum over de hele wereld.

Succesverhalen zijn er wel meer in de Nederlandse kunst. Mensen als Marcel Wanders, Michael Raedecker, Joep van Lieshout en René Daniëls studeerden allemaal heel gewoontjes tussen hun klasgenoten af. Nu horen ze bij de beste kunstenaars ter wereld.

Ook dat maakt rondlopen op examenexposities elk jaar weer spannend. De academielokalen waar de afstudeerders hun presentaties inrichten zien er meestal wat shabby uit. Alleen de Rotterdamse academie huurt een echte expositiezaal, maar daarmee gaat veel sfeer verloren.

Op de andere academies is het steeds weer een feest om in al die lokalen zoveel verschillende mensen in zo veel verschillende stijlen te zien demonstreren waar ze vier jaar aan gewerkt hebben. Of hun kunst nu goed of slecht is, of het nu origineel is of plagiaat van een internationale topper, klasgenoot of leraar, allemaal verdienen ze respect voor de moedige keuze voor een loopbaan in de kunst.

Wat de studenten laten zien op hun exposities is niet zo veel anders dan tien jaar geleden. De neiging om werk te tonen in een tentje of zelf getimmerd hutje in het klaslokaal is gelukkig wat geluwd. Het aantal mensen dat alleen maar video’s presenteert neemt af. De video’s zijn nu meestal onderdeel van een installatie. Schilders zijn er nog steeds in forse aantallen, elke school heeft er minstens tien. Beeldhouwers zijn zeldzaam, behalve in Enschede, keramisten en edelsmeden schaars.

Wat de afgelopen jaren wel sterk veranderd is, is het besef dat er van de examenpresentatie iets afhangt. Bijna iedere student heeft nu een stapeltje visitekaartjes – vaak erg mooie – in zijn lokaal liggen. Er zijn zelfs al afgestudeerden die een persbericht aan de media sturen. Driekwart heeft een website vol foto’s en informatie.

Verstandig, want examenshows zijn als de voetbalveldjes van de jeugdafdelingen. Galeriehouders en musea komen er scouten naar nieuw talent voor hun team. En dan kun je maar beter je kaartje en praatje paraat hebben. Voor jou tientallen anderen, tenzij je natuurlijk dat ene onvermijdbare talent bent dat ook in 2009 weer ergens op een van de elf kunstacademies tussen 1.521 medestudenten zal opstaan en waarvan iedereen in Nederland, en ver daarbuiten, nog heel veel zal horen.