Bocht naar rechts

Lang geleden reed Theo Sijthoff in het peloton. Hij was een Rotterdamse wielrenner. Hij maakte grappen en slikte volop amfetamine. Veel won hij niet. Later werd hij couturier, pas toen kreeg hij een bijnaam: de Modekoning van Rotterdam. Sijthoff (1937-2006) werd ooit tiende in de Acht van Chaam, in 1964, het jaar dat Jo de Roo won. Dat verraadt veel van zijn klasse.

Ik heb Sijthoff nooit zien fietsen. Als wielrenner ken ik hem alleen van foto’s en sterke verhalen. Zo bestaat de anekdote dat hij tijdens de Ronde van Katendrecht bij elke bocht zijn hand uitstak. Dat had ik graag een keer gezien. Denderen over die klinkers en dan je rechterhand vlak voor het gezicht van je collega’s houden. „Naar rechts!”

Tegenwoordig maak je je totaal belachelijk als je als stadsfietser je hand uitsteekt. Je ziet het af en toe nog bij ouderen. Al honderd meter voor de bocht gaat de rechterhand omhoog, de fiets begint vervaarlijk te zwabberen, zo erg, dat je ze vanuit de auto zou willen bezweren de handen juist áán het stuur te houden.

Het rijden in een peloton is een hachelijke onderneming. Je kunt nog zo geconcentreerd fietsen, wanneer de renner vóór je een stuurfout maakt, kun je geen kant meer op.

Gisteren reed het peloton af op de finish in Brignoles. Van boven kon je zien hoe dicht iedereen op elkaar zat. Regelmatig raakten schouders van renners elkaar. Soms gebruikte iemand zijn hand om een collega van zich af te houden of zwiepte er een fiets naar links of rechts.

Zaterdagavond zat ik tijdens een literaire Touravond in Nijmegen aan tafel met Henk Lubberding. De oud-renner was in formidabele vorm en nog altijd afgetraind. Lubberding vertelde over hoe secuur hij vroeger reed: „Het ouderwetse schakelen, dat luisterde heel nauw. Als je het niet goed deed, vloog je ketting eraf. Dan kon je een valpartij veroorzaken. Je bent met elkaar verantwoordelijk voor het wel en wee van het peloton. Daarom luisterde ik de hele dag naar het geluid van het schakelen om me heen.”

In de eerste etappe zag ik gistermiddag een goed voorbeeld van wat Lubberding bedoelde. In de laatste kilometers wees een renner op naderend onheil. Hij maakte een armgebaar. Er kwam een gemene vluchtheuvel aan. Het gealarmeerde peloton schoot er links en rechts rakelings langs. Een paar kilometer later ging het alsnog mis. Een coureur van Euskaltel reed ongeveer op de tiende plek. Om hem heen zwermden renners. Er kwam een bocht naar rechts. Iedereen wist het, iedereen zag het. Behalve de Spanjaard. Hij reed rechtdoor. Hij kwam ten val. Massasprint in de soep.

Misschien moet de nuchtere stem van boerenzoon Lubberding ingevoerd worden in de computertjes op het stuur van de renners. In de laatste kilometers moet het volume verplicht keihard worden gezet. Zo krijgen ze afgemeten de gevaren op de route aangegeven. „Heren coureurs, attentie, vluchtheuvel!”

In juli 2010 start de Tour in Rotterdam. Burgemeester Aboutaleb kan een bijzondere wet uitvaardigen waarmee de renners verplicht worden bij elke bocht hun hand uit te steken. Veilig en vernieuwend, en daarmee aansluitend bij het gewilde imago van de stad. En wie weet toevallig ook nog passend bij de politieke koers van volgend jaar.

Om met wijlen Theo Sijthoff te spreken: „We gaan hier naar rechts!”

    • Wilfried de Jong