Berlijns 'erste holländische Snackbar'

Knapperige friet en bitterballen: Uwe Hübner opende de eerste Hollandse snackbar in Berlijn, en de Duitsers zijn er dol op.

Uwe Hübner voor zijn Hollandse snackbar De Molen in Berlijn (Foto Joachim Wahl) Wahl, Joachim

Berlijn, Friedrichshain. In de Neue Bahnhofstrasse, vlakbij station Ostkreuz, wappert fier een Nederlandse vlag aan de gevel. In oranje letters staat geschreven dat hier De Molen is gevestigd, de ‘erste holländische Snackbar in Berlin’. Aan een tafeltje op de stoep voor de winkel zit een klant patat te eten. Hij doet dat met overgave, alsof hij het populaire volksgerecht voor het eerst proeft.

Tot precies een jaar geleden dacht Berlijn op horecagebied alles wel te hebben. De metropool trekt een internationale keuken aan. Alleen een snackbar met echte Nederlandse snacks als frikadel, kroket en patat ontbrak kennelijk. In dat gat in de markt is Uwe Hübner gesprongen. Hij is Berlijner van geboorte, maar opgegroeid in Nederland. Na een kwart eeuw Amersfoort keerde hij jaren geleden naar zijn geboortestad terug.

Hübner (49) spreekt accentloos Nederlands. Hij vertelt dat hij, voor hij met z’n snackbar begon, lang werkloos is geweest. Hij zat ooit in de Berlijnse afvalverwerking. „Ik wilde weer aan de slag. Wat ik hier miste, waren goeie snacks. De Duitsers eten wel veel worst in hun Imbiss, maar ze hebben geen brede snackcultuur zoals in Nederland. Ik heb een businessplan gemaakt en ben ermee naar de bank gegaan. Dat was gelukkig net voor de kredietcrisis. Nu zou het moeilijker zijn om geld los te krijgen”.

Hübner kreeg z’n lening en begon in Friedrichshain snackbar De Molen. De wijk is in opkomst. Zijn winkel ligt aan een doorgaande straat, met verderop een beroepsopleiding. Er is veel doorloop van jonge mensen. De concurrentie is stevig, zo te zien. Döner, pizza, curryworst – alles is hier te koop. Hübner zit er niet mee. „Mijn snackbar is uniek”, zegt hij. „Ik doe mijn eigen ding. Ik zie ze niet als concurrenten.”

De Molen is door de lokale pers uitgeroepen tot een van de drie zaken waar de beste patat van de hoofdstad te krijgen is. In Duitsland, waar friet met Pommes wordt aangeduid, is patat vaak te vet of te slap. Het was een uitdaging, vertelt Hübner, om Berlijn van knapperige friet te voorzien. Hij verkoopt voorgebakken patat van Aviko, met uiteraard Hollandse mayo. Daarnaast heeft hij achttien verschillende snacks in de aanbieding. Kroketten, bamihappen, frikadellen, kaassoufflés – het bekende repertoire. Heel gewoon in Nederland; exotisch in Berlijn. Naast friet worden frikadellen het best verkocht.

Zijn klandizie bestaat „voor 80 procent uit Berlijners”. Maar er komen ook Hollanders. Zijn „ridderslag” kreeg hij laatst van de Nederlandse ambassade. Hübner mocht op de traditionele Koninginnedagborrel de snacks verzorgen: vlammetjes, bitterballen en patat. „We hebben honderd kilo friet in drie uur afgezet”, zegt hij trots. Uwe Hübner laat zich culinair bijstaan door de Nederlandse kok Jacques Adriaans, werkzaam in het Hilton Hotel aan de Gendarmenmarkt in Berlijn. Adriaans heeft afgelopen winter porties Hollandse snert voor hem gemaakt, en stamppot met worst. De maaltijden werden in De Molen grif verkocht.

Hübners zaak heeft een oranje interieur. Aan de muur hangt een poster van het Nederlandse EK-elftal uit 1988, een kaart van Nederland en een plattegrond van Amsterdam. Van een klant kreeg hij een stilleven met tulpen. In een vitrinekast staan potten pindakaas en pakken hagelslag voor de verkoop. Zijn personeel leert hij Nederlands. „De klanten vinden het leuk. We halen een stukje Holland naar Berlijn.”

    • Joost van der Vaart