Auteur rapport over Endstra-tapes boos op hof

Een persoonlijke aanval en „een aantasting in eer en goede naam”. Zo ervaart rechtspsycholoog Hans Crombag de wijze waarop het gerechtshof in Amsterdam zijn deskundigenrapportage vrijdag in de uitspraak in de zaak-Holleeder naar de prullenbak heeft verwezen.

Het gerechtshof veroordeelde Willem Holleeder tot negen jaar celstraf. Het hof acht hem schuldig aan het afpersen van de vastgoedhandelaren Endstra, Friedlander en Houtman, het lidmaatschap van een criminele organisatie en het witwassen van geld verkregen door afpersing.

Belangrijk bewijsmiddel zijn opnames van ‘achterbankgesprekken’ van Endstra met de politie in een rijdende auto. Het hof noemde een rapport over deze ‘Endstra-tapes’, gemaakt op verzoek van de verdediging door de hoogleraren en rechtspsychologen Crombag en Willem Wagenaar „tendentieus” en „speculatief”.

Volgens Crombag en Wagenaar waren de tapes onbruikbaar als betrouwbaar bewijsmiddel. Het hof heeft, evenals de rechtbank in 2007, de tapes wél als bewijs geaccepteerd. In een toelichting zegt Crombag dat zijn kritiek het hof „niet uit kwam, omdat de rechters de tapes nodig hadden voor een veroordeling”. Het hof oordeelde dat de inhoud van de tapes voldoende werden ondersteund door overig bewijs.

De Endstra-tapes zijn volgens Crombag „warrig” en de erop vastgelegde gesprekken zijn volledig geleid door Endstra. De rechercheurs waren passief. „Endstra zegt wat hij kwijt wil en dat is dat Holleeder zo lang mogelijk van de straat wordt gehaald.”

Crombag „oriënteert” zich op juridische stappen, want hij vindt dat hij actie moet ondernemen. „Je kunt van mening verschillen over een rapport, maar tendentieus wil zeggen dat het moedwillig in een bepaalde richting is geschreven. Die kwalificatie moet van tafel. Wagenaar en ik zijn onafhankelijke wetenschappers.”

Achtergronden op nrc.nl/holleeder