Allemaal hindernissen

‘Ik hou van dit wijde open land en ga het nu verlaten. Ik hou van de verspreid liggende eenzame boerderijen omgeven door hoge bomen, van de terpdorpjes met hun torens en molens (...) ik hou van de dijken, de polders, de kwelder en het wad in al zijn afwisseling (...) Ik hou (...) van een eenvoudige levenswijze, van alleen zijn met mijn boeken en liefhebberijen, van muziek en zang, van fietsen en tuinieren en nog veel meer (...) Maar was dit een leven waard om geleefd te worden?”, vraagt Cornelia Petronella Bos (1911-1991) zich af aan het eind van de twee wonderschone boekjes die ze in de jaren veertig en vijftig maakte over de geschiedenis van de boerderij waar ze opgroeide, Lutjebosch in Usquert (Groningen). De boekjes zijn met de hand geschreven en royaal van zorgvuldige tekeningen en aquarellen voorzien, waarop de boerderij, het landschap, de luchten, de dijken, de seizoenen en de huiselijke voorwerpen zijn afgebeeld. „Ik heb ze gemaakt omdat ik het fijn vond”, schrijft ze in 1962 in een achteraf toegevoegd woord vooraf. De boekjes zijn bedoeld als herinneringen voor haarzelf, zoals een ander fotoalbums heeft, niet om te laten zien of lezen.

Toch zijn ze nu te lezen, omdat uitgeverij Philip Elchers in Groningen (www.philipelchers.nl) er een kleine, prachtige facsimile uitgave van maakte. Behalve op die laatste bladzijde laat Cornelia Bos nooit iets los over zichzelf, ze beschrijft het leven zoals het zich vanaf de zeventiende eeuw op de boerderij Lutjebosch heeft afgespeeld, met veel namen, gronduitbreidingen, verbouwingen, nieuwe schuren en soms ook de precieze inhoud van kasten en kamers.

De tekst is droog, bijna dor, de liefde voor het land en het huis lijkt geheel en al in de tekeningen te zijn gaan zitten. Sterrenhemels boven het donkere dak, het wad tegen zonsondergang, winter op de Oude Dijk, de voorzichtige kleuren van het vroege voorjaar. Je ziet haar aan het werk, deze boerendochter uit een groot gezin, die ook heus haar taken in en om huis gehad zal hebben, maar toch steeds met een schetsboekje naar buiten moet zijn gegaan om eens precies te tekenen hoe de lucht in het najaar van 1950 eruitzag, of de volle maan op een midzomernacht.

Was het de moeite waard? Het is zo’n vraag die de mensen zich stellen op een keerpunt in hun leven. Cornelia Bos vroeg het zich af toen ze Lutjebosch ging verlaten om naar Zuidhorn te verhuizen in 1963. „Het is geen welbesteed leven”, oordeelt ze hard.

Je zou het niet zeggen als je die boekjes ziet, maar ja, we weten allemaal best dat de dagen uit zo oneindig veel meer bestaan dan zich in een paar gecomprimeerde boekjes laat vastleggen en dat een gevoel van vervulling niet per se veroorzaakt wordt door een geslaagde tekening.

Waardoor wel?

Ik las toevallig bijna tegelijkertijd een totaal ander boek, dat toch een merkwaardige verbinding aanging met dat van Cornelia Bos, namelijk Soefi’s. Rituelen in het Midden-Oosten en de Balkan van Niek Biegman, arabist en islamkenner, die jarenlang soefirituelen bijwoonde en fotografeerde in Egypte en Syrië en op de Balkan. Het boek, vol prachtige foto’s, is er vooral op gericht ons te interesseren voor juist de vredelievende en zachtaardige kant van de islam – Soefi’s ‘dansen met God’, ze zijn zelfs ‘verliefd op God’. Dat klinkt aantrekkelijk en vrolijk en ze zijn ook vriendelijk en tolerant en lijken de liefde niet alleen te prediken, maar ook in praktijk te brengen. De liefde voor God dan, en die sluit de medemens in. Op een bepaalde manier. Want de sjeik die geïnterviewd wordt over het soefisme zegt natuurlijk weer gewoon wat we van alle gelovigen gewend zijn: „Liefde voor bezittingen, vrouwen, de wereld… dat zijn allemaal hindernissen.”

Natuurlijk snap je wel wat daarmee bedoeld wordt – dat je niet op een onrustbarende manier moet hechten aan wat niet belangrijk is.

Maar wat die sjeik zegt, dat zijn toch helemaal niet zulke onbelangrijke dingen. Het leven van de mensen op Lutjebosch, het leven van iedereen alle dag, dat is juist vervuld van liefde voor vrouwen of mannen of geliefden in het algemeen, voor bezittingen waarmee je zorgvuldig omspringt, die je bewaren wilt, al is het maar in getekende en beschreven vorm, dingen die je verleden en dat van je familie uitmaken. Het is vervuld van liefde voor de wereld, het zingen van de vogels, de geur van de jasmijn, de verre luchten – „ik hou van pasgeploegde akkers en het vee in de wei (...) van warme, zomerse dagen als alles bloeit en rijpt”. Ja, zulke dingen voel je soms hevig, en niet alleen op zomerse dagen, ook op winterse, ook in regenbuien, ’s nachts als je wakker wordt en het is zo stil, op een dag in de stad als de bomen zich spiegelen in het water. Of heel gewoon: boeken, muziek, gesprekken, getob om wat mislukt, zorg om een vriendin – dat is toch het leven zelf? Waarom is dat nu weer niet genoeg?

Blijkbaar is het heel moeilijk om dat voldoende te vinden. Blijkbaar wil iets in ons meer: dansen met God, zien, zoals sjeik Zahir zegt, ,,wat zich achter de zichtbare realiteit bevindt”. Cornelia Bos wil dat uiteindelijk ook: rust vinden in God.

We zitten onszelf soms erg in de weg. Maar zulke mooie, aandachtige boekjes lijken toch een antwoord te geven op de vraag of het leven waard is geleefd te worden.

Het antwoord is: ja. Er is geen ander antwoord.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/vos (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)