Wij praten geen angst aan, wij waarschuwen

Het artikel van Trudy Dehue en Kees van Grootheest over de mogelijke relatie tussen antidepressiva en agressie, riep veel reacties op. De auteurs reageren.

In de bijlage Opinie & Debat van 20 juni probeerden wij de discussie op gang te brengen over de mogelijkheid dat antidepressiva een rol spelen bij het optreden van onverwachte agressie. De directe aanleiding was de publiciteit rond enkele recente zaken, waarbij die relatie is gelegd. In Opinie & Debat van 27 juni verschenen enkele reacties op ons artikel, waarin ons gebrek aan verantwoordelijkheidszin verweten werd.

Alle briefschrijvers zijn betrokkenen bij de behandeling van ernstig depressieve patiënten. Zij spraken er schande van dat wij deze mensen hun medicijn zouden willen ontzeggen. Maar wij benadrukten juist dat vooral deze groep patiënten baat kan hebben bij het gebruik van antidepressiva. Ongeveer 80 procent van de antidepressiva wordt echter door huisartsen voorgeschreven. Gaat het daarbij altijd om ernstige depressies of worden te veel klachten onder de noemer depressie gebracht en zijn antidepressiva misschien niet altijd de beste therapie? Ongeveer één miljoen Nederlanders krijgen deze middelen een of meerdere keren per jaar voorgeschreven. Wij wilden een discussie op gang brengen over de mogelijkheid dat het gebruik van antidepressiva een rol speelt bij het optreden van agressie tegen de achtergrond van het onwaarschijnlijk hoge aantal gebruikers.

Briefschrijvers Aly van Geleuken en ook Marc Blom en collegae verwijten ons dat wij het belang van patiënten niet voor ogen hebben gehad. Wij menen echter uitermate zorgvuldig te zijn geweest en waarschuwden bijvoorbeeld voor het zo maar stoppen van antidepressiva door gebruikers. Belangen van patiënten zijn meervoudig en soms onderling strijdig.

Volgens psychiater Paul Bouvy schreven wij dat het ‘vaststaat’ dat er een directe relatie is tussen antidepressiva en geweld. Wij hebben juist zorgvuldig de argumenten gewogen en gezegd dat er aanwijzingen zijn voor die relatie. De door hem genoemde statistische argumenten zijn niet relevant en zelfs riskant als ze een belemmering zijn voor een open mind. We weten niet hoe groot het probleem is en er zijn veel meer vormen van agressie dan alleen suïcide en moord. Agressie zou weleens meer kunnen voorkomen dan nu wordt gedacht. Onder andere de spontane meldingen die het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb van zowel behandelaars als patiënten kreeg (www.lareb.nl) doen dat vermoeden.

De briefschrijvers in de bijdrage reageerden allen vanuit het perspectief van de behandelend psychiater, maar wij krijgen door de aard van ons werk veel berichten van mensen die ernstige narigheid van antidepressiva ondervinden. We achten het onze plicht om ook daar bekendheid aan te geven, vooral omdat men er vaak bij vertelt niet voor de mogelijkheid van ernstige bijwerkingen te zijn gewaarschuwd.

Het argument van klinisch psycholoog Willem van der Does dat het aantal zelfmoorden onder adolescenten in de VS toenam nadat het voorschrijven van antidepressiva afnam, is gebaseerd op omstreden onderzoek. In Engeland neemt dat cijfer al langer af, ook nadat deze medicijnen voor jongeren verboden werden. Wij verwerpen tevens de suggestie dat een onderwerp als dit alleen een onderwerp mag zijn van professionals onderling. We haalden de gedegen PloS-publicaties van Healy, Herxheimer en Menkes aan, onder andere omdat die voor iedereen toegankelijk is en ook de meldingen bij Lareb zijn voor iedereen te zien. De gebruikers moeten betrokken zijn bij het debat over de plaats van antidepressiva. Het besluit deze geneesmiddelen te gaan slikken moet een gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn van arts en patiënt, wat overigens ook de therapietrouw bevordert.

Ten slotte: ook wij denken niet dat iemand een moord pleegt alleen door een medicijn. Andere factoren zoals karakter, sociale omstandigheden, onderliggende ziekten spelen daarbij een rol. Wel beoogden wij met ons artikel alle betrokkenen bij de behandeling met antidepressiva te wijzen op het belang van een open oog voor mogelijke negatieve aspecten van antidepressiva.

Trudy Dehue is hoogleraar wetenschapstheorie en wetenschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van ‘De depressie-epidemie’ (Augustus 2008). Kees van Grootheest is hoogleraar geneesmiddelenbewaking en geneesmiddelenveiligheid aan de Rijksuniversiteit Groningen en directeur van Lareb.

Lees het oorspronkelijke stuk van Dehue en Van Grootheest plus de reacties op nrc.nl/opinie

    • Trudy Dehue
    • Kees van Grootheest