'We stelden mijn vader teleur'

Sien Thio (1941) kwam na de oorlog naar Nederland. Hij integreerde, maar werd geen dokter of notaris, zoals zijn vader wilde.

Sien Thio

‘Vijf zonen, vernoemd naar de vijf deugden van Confucius: menselijkheid, rechtschapenheid, harmonie, wijsheid en eerlijkheid. Zo wilde mijn vader het, en zo gebeurde het. Tussen 1934 en 1941 beviel mijn moeder van vijf jongens. Ik was nummer vijf. Na mij kwamen er nog drie. Omdat de confucianistische deugden toen al vergeven waren, zijn mijn jongere broers vernoemd naar respectievelijk literatuur en verfijning, kracht, en synthese. Zo was de cirkel rond.

„De vader van mijn vader had zich als Chinese immigrant in Indonesië opgewerkt tot eigenaar van een toko en een suikerfabriekje. Mijn vader zette die opwaartse lijn voort door zijn onderwijsaktes te halen, en zijn opleiding te voltooien met een studie pedagogie in Amsterdam. Daar ontmoette hij mijn moeder, enig kind uit een socialistisch nest. Ze ging met mijn vader mee terug naar Indonesië, waar ze noch bij de Chinezen, noch bij de Hollanders aansluiting vond. Ze had er een geïsoleerd bestaan.

„Vlak na mijn geboorte was de Japanse aanval op Pearl Harbor. Wij moesten vluchten voor de Japanse troepen en gingen vanuit Palembang naar Salatiga, Midden-Java, waar mijn vaders familie woonde. Toen ik twee was, werd mijn moeder opgeroepen voor het Japanse kamp. Ze was zwanger van mijn broertje Boen. Later bleek dat ze als vrouw van een Chinees officieel niet eens hoefde, maar ze heeft twee jaar in Ambarawa gezeten. Tijdens haar afwezigheid bestierde mijn vader ons mannenhuishouden. Het was geen slechte tijd: we hadden genoeg te eten, en mijn broers en ik voedden elkaar op. Toen er op een dag een uitgemergelde, in vodden gehulde vrouw voor ons huis stond, schrok ik me dood, en rende naar mijn vader om te zeggen dat ik een bedelares gezien had. Dat was mijn moeder. Ik had haar niet echt gemist.

„Na de oorlog heeft mijn vader ons uit Salatiga naar Batavia geloodst – een gevaarlijke tocht. Vandaar zijn we naar Nederland gegaan. Deze foto is van een paar maanden na onze aankomst in Amsterdam, in juli 1947. Er moesten toen nog twee jongens geboren worden. We konden intrekken bij de moeder van mijn moeder. Het was klein, en tussen mijn vader en mijn oma boterde het niet. Mijn moeder kwam tussen hen in te staan.

„Uit Indonesië herinner ik me mijn vader als een vriendelijke, zorgzame man, maar in Nederland is hij veranderd. Hij heeft zijn draai hier nooit gevonden. Mijn moeder werd onderwijzeres op een lagere school in de Jordaan, maar mijn vader kon geen orde houden in een Nederlandse klas, hij vond de kinderen brutaal en lawaaiig. Hij is nog vijf jaar in Indonesië gaan werken, en toen hij weer bij ons kwam was hij totaal van ons vervreemd. Hij werd heel autoritair. Hij terroriseerde het gezin verbaal. Na een paar jaar is hij vertrokken en op kamers gaan wonen. Hij kreeg een tropenpensioen. In het begin bezocht ik hem nog, samen met een van mijn broers, maar uiteindelijk heeft mijn vader met al zijn kinderen het contact verbroken. Hij leefde in onmin met iedereen. Het is tragisch dat iemand zo moet eindigen.

„Mijn broers en ik zijn volledig geïntegreerd in Nederland, dat is nooit een probleem geweest. De acculturatie was dat wel. Mijn vader prentte ons in dat de Chinese cultuur superieur was aan de westerse; onze beschaving was duizenden jaren ouder. Om dat te gelde te maken, moesten we maatschappelijk presteren. Uitblinken. Vooruitkomen. Mijn broers en ik hebben het allemaal gedaan, en toch stelden we mijn vader teleur. We zijn geen van allen dokter, tandarts of notaris geworden, zoals hij graag gezien had. En Chinees leren was er ook nauwelijks bij.”

Hij vertelt zijn verhaal als een wetenschapper: feitelijk, chronologisch, zonder waarneembare emoties. Alles wat hij zegt moet kloppen. Zijn Britse echtgenote werkt intussen in hun weelderige tuin. Ze vindt het fijn wonen, in dit herenhuis aan een vierkant pleintje. Vanavond neemt ze hem mee naar de film.

Heeft u een suggestie voor een familiefoto met verhaal?

Mail naar weekblad@nrc.nl