'We moeten Titanic keren voor de ijsberg'

De comeback van zijn oude ploeggenoot Armstrong boeit Jonathan Vaughters niet. De ploegleider van Garmin wil de toekomst van de wielersport redden.

Jonathan Vaughters: ,,In geen enkele sport liggen de lichamelijke prestaties zo hoog, er wordt veel geld verdiend. Dat maakt ons extra kwetsbaar voor doping.” Foto Bas Czerwinski 03-07-2009, Monaco. Jonathan Vaughters, Garmin Cycling Team. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Grijnzend wijst Jonathan Vaughters naar de muur achter de zonovergoten binnenplaats van het prachtige Château de Massillan even buiten het Franse stadje Orange. Ergens daar in de verte torent de Mont Ventoux uit boven de Provence. „Als veertienjarig jochie uit Denver ben ik in 1987 beginnen te dromen toen ik Jean-François Bernard een tijdrit op de Mont Ventoux zag winnen in de Tour de France”, mijmert de Amerikaanse ploegleider van Garmin, terwijl hij een olijf van zijn bord prikt. „Dat wilde ik ook: een tijdrit winnen op die verschrikkelijke berg. In de Dauphiné Libéré is het me in 1999 gelukt.”

Voor Vaughters is de beklimming van de Mont Ventoux op de voorlaatste dag de mooist denkbare apotheose van de Ronde van Frankrijk 2009, die vandaag in Monaco begint. „De Tour zal er beslist worden. Na drie weken zal de vermoeidheid groot zijn en eind juli is het er op z’n warmst.” Speciale gevoelens? „Natuurlijk. Nog altijd is de Provence voor mij de mooiste streek ter wereld. Ik houd van de warme, droge lucht. Als renner reed ik er mijn favoriete wedstrijden, nu komen mijn favoriete wijnen er vandaan.”

Tien jaar geleden fietste hij in een record van 56.50 minuut naar de 1.910 meter hoge top van de berg, nog altijd de derde klimtijd ooit. Maar geconfronteerd met zijn finest hour doet Vaughters plotseling terughoudend. „Ja, ja, ja.” Alleen Iban Mayo en Tyler Hamilton, beiden inmiddels gestopt na dopegebruik, waren in 2003 sneller. Zelfs zijn oud-ploeggenoot en zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong, met wie hij later gebrouilleerd raakte, kwam nooit in zijn buurt. „Ja, ja, ja. Ik was een minuutje sneller dan Lance. Maar misschien verbetert hij mijn tijd dit jaar in de Tour.” Toch weer een grijns.

Nadat hij in 2003 stopte als renner maakte Vaughters (36) snel carrière als ploegleider. Bij Slipstream, inmiddels Garmin, voerde hij een revolutionair concept door in de door doping geteisterde wielersport. Strenge controle van de eigen renners, zo groot mogelijke openheid naar de buitenwereld. Over zijn heldendaden als renner, die zich afspeelden in een tijd dat het verboden eiwithormoon epo volop werd gebruikt, praat hij sindsdien zelden. Veel liever heeft hij het over de successen van zijn ploeg, die in de Amerikaanse wielerwereld de machtspositie van Armstrong aanviel en vorig jaar met kopman Christian Vandevelde verrassend vierde werd in de Tour. Of over de toekomst van de wielersport, waarin hij sinds dit jaar voorzitter is van de vereniging van profploegen (AIGCP). „Ik ben een geboren optimist.”

Cynisme over aanhoudende dopingschandalen is aan Vaughters niet besteed. „Vijftien jaar geleden was niemand cynisch, terwijl de situatie toen veel ernstiger was. Nu is iedereen cynisch, maar het dopingprobleem is bijna opgelost. Het heeft de wielersport veel ellende en economische schade opgeleverd, maar nu kunnen we vanaf de bodem opbouwen. Alleen jammer dat de perceptie van pers en publiek achter de realiteit aanloopt.”

En de Oostenrijkse renner Bernhard Kohl, vorig jaar derde en bergkoning in de Tour maar daarna betrapt op gebruik van de epovariant cera en voor twee jaar geschorst, die zegt dat in 2008 de hele toptien dope gebruikte? „Als iemand weet dat Kohl onzin praat, ben ik het. Ik wilde hem vorig jaar naar Garmin halen. Tijdens de onderhandelingen vroeg ik naar zijn biologisch paspoort. Normaal geeft de renner dan toestemming aan de UCI (internationale wielerunie) om zijn gegevens af te staan aan de nieuwe ploeg. ‘Geen probleem’, zei Kohl. Vervolgens kreeg ik de bloedwaarden direct van zijn manager, niet van de UCI. Ik heb de gesprekken meteen beëindigd. Of het nou de echte gegevens waren of niet, voor mij hoefde het niet meer.”

Ook al heeft Kohl ongelijk, hij bevestigt een negatief beeld. „Ik ben er van overtuigd dat Carlos Sastre vorig jaar clean de Tour heeft gewonnen. Noem mij het eerste bewijs van het tegendeel. Ik weet zeker dat Vandevelde clean was. Wij hebben zijn bloedwaarden afgestaan aan de Wall Street Journal, een kritische journalist als [de Ierse oud-renner] Paul Kimmage mocht ons team de hele Tour van binnenuit volgen. Het is schadelijk dat veel media Kohl alle gelegenheid geven om zijn beschuldigingen te uiten, zonder weerwoord of context.”

Vaughters is niet onder de indruk van de kritiek van Kohl op het biologisch paspoort, het meest recente middel waarmee de UCI bloeddoping wil tegengaan. „Hoe kan iemand zeggen dat het niet werkt, terwijl hij zelf op een foute manier zijn gegevens geeft? Ik zou graag het echte bloedpaspoort van Bernhard Kohl zien, dan zou juist duidelijk worden dat het wel werkt. Ik geloof in het biologisch paspoort, al was er tijd nodig om betrouwbare gegevens te verzamelen. Je ziet nu vijf positieve gevallen op 840 geteste renners. (Eerder deze week werd ook Thomas Dekker betrapt op epogebruik, red.) Het laatste onkruid.”

Verslijt hem niet voor naïef. „Biotechnologie in combinatie met de aard van de mens, dat veroorzaakt dit probleem. Zeker in een duursport als wielrennen zal elk nieuw middel om de zuurstof-factor te verhogen aantrekkelijk blijven, sommige sporters zullen het risico blijven nemen. Maar onze antidopingstrijd is nu de limiet van het wetenschappelijk mogelijke. Het net sluit zeer dicht. Zelfs als iemand bloeddoping toepast, kan hij nu nooit meer genoeg doen om het beeld van de wedstrijd geheel te veranderen. Een hoogtestage heeft meer effect.”

Nee, dit is niet het zoveelste gladde pr-verhaal, verzekert Vaughters. En moralisme is hem vreemd. „Het is de enige weg. In geen enkele sport liggen de lichamelijke prestaties zo hoog, er wordt veel geld verdiend. Dat maakt ons extra kwetsbaar voor doping. Kijk naar de technische snufjes in de autosport, in feite competitievervalsing maar door iedereen geaccepteerd als onderdeel van de sport. Of naar American football, waar spelers en clubs zo machtig zijn dat er niet eens dopingcontroles plaatsvinden. Het publiek weet dat er dope wordt gebruikt, toch vinden ze het prachtig. Maar wielrennen is een olympische sport, en moet daarom voldoen aan het ethos van puurheid.”

„Belangrijker is onze natuurlijke uitstraling van gezonde sport. Lekker met familie een stukje fietsen door een mooi landschap, goed voor je. American football is als het roken van een sigaret. Je vindt het lekker en accepteert dat je er kanker van kunt krijgen. Maar wielrennen is een frisse, groene salade. Daar hoort niet bij dat de toppers in de Tour gezondheidsrisico’s lopen door medicatie. Wielrennen moet accepteren dat het publiek puurheid wil. Daar moeten wij aan voldoen, een andere keuze is er niet. Anders zal de sport financieel verder uitgehold raken.”

De toekomstvisie van Vaughters wordt bij de Tourstart volledig overschaduwd door de terugkeer van een groot kampioen uit het verleden, zijn vroegere ploeggenoot Armstrong. „Ja, ja, ja. A guy from the past pakt driekwart van alle publiciteit.” Ineens weer terughoudendheid. „De mensen vinden het een interessant verhaal, een oude recordwinnaar van de Tour die terugkomt. Dat snap ik, maar mij boeit het niet. Op de lange termijn zal het ook geen grote invloed hebben op de geschiedenis van deze sport.”

In 2006 meldden Amerikaanse media de letterlijke inhoud van een telefoongesprek tussen Vaughters en Frankie Andreu, een oud-ploeggenoot van Armstrong die dat jaar epogebruik bekende. Vaughters vertelde dat Floyd Landis over foto’s beschikte van motorkoeriers die de ploeg van The Boss tijdens de Tour van materiaal voor bloedtransfusies voorzagen. „Ja, ik was even roddeltante. Helaas schreef de vrouw van Frankie het allemaal op en vertelde het voor de rechtbank. Het was zomaar een verhaal dat ik had gehoord, meer niet.”

De machtige toorn van Armstrong was gewekt. Direct na de aankondiging van zijn comeback haalde hij het grootste Amerikaanse wielertalent, Taylor Phinney, weg bij de ploeg van Vaughters en begon rond hem een eigen jeugdploeg. „Ach, er is zoveel talent.” Kwaad? „Okee, het was niet leuk.” Machtsvertoon? „Weet ik niet. Als renner heeft Lance meer publiciteit en macht om zaken naar zijn hand te zetten. Maar ik weet ook dat je geen wielrenner kunt blijven tot je vijftigste.”

Liever dan over Armstrong praat Vaughters over zijn eigen Garminploeg. „Wij hebben een revolutie in gang gezet, de stap gemaakt naar de moderne tijd. Het klinkt zwaar maar het is echt zo: wij leven samen en sterven samen. Sport moet plezier zijn en teamspirit is daarbij heel belangrijk. Wij hoeven geen 85 wedstrijden per jaar te winnen. Op onze manier scoren we meer publiciteit dan Columbia, dat meer wint.”

Voor de Tour rekent Garmin (waar ook de Nederlandse trainer Adrie van Diemen werkt) op kopman Vandevelde, hersteld van een val in de Giro. „Ik hoop vooral dat de Tour weer een sportevenement wordt. Zonder incidenten. Dat is honderd keer belangrijker dan wie wint.” Zelf staat hij sinds dit jaar middenin het strijdgewoel, als voorzitter van de vereniging van profploegen. Vaughters bracht de kemphanen ASO (Tourorganisatie) en UCI terug aan de onderhandelingstafel. „Dat beschouw ik tot nu toe als mijn grootste verdienste. Jarenlang schreeuwden we alleen tegen elkaar via de media. Nu wisten de media niet eens dat onze gesprekken plaatsvonden.”

De ploegen moeten volgens hem één lijn trekken. Bij conflicten, zoals rond de deelname van Tom Boonen, is het oordeel aan de rechter. „De wielersport is volledig uit balans. De organisatoren nemen de teams niet meer serieus, door de constante problemen met doping. Dat is terecht. Wij hebben de sterren van deze sport, dat geeft de teams macht. Maar als we blijven ruziën en niets doen, ruïneren we het businessmodel.”

De Garmin-ideologie van schoon en transparant voor het hele peloton? „Ik wil anderen niets opleggen. Maar door ons eigen gelijk te laten zien, komen ze beetje bij beetje in onze richting. Onze hele filosofie is er op gericht om de toekomst te veranderen. Ik geef toe: it’s a big ship. Het zal nog moeite genoeg kosten. Ik hoop dat we de Titanic keren voordat we de ijsberg raken. Dan kunnen we jonge wielrenners een stabiele omgeving bieden, waarin het weer leuk is om sporter te zijn.”