Volksverleider

Italië blijft Berlusconi nog altijd trouw. Ondanks schandalen en beschuldigingen van corruptie. De G8-top volgende week in L’Aquila moet zijn gedeukte imago herstellen. ‘De wereld is een varkensstal.’

Boven Berlusconi met minister van Toerisme Michela Vittoria Brambilla. Italian Premier Silvio Berlusconi, right, and Tourism Minister Michela Vittoria Brambilla, a former beauty queen, react during a news conference on tourism, in Rome, Wednesday June 24, 2009. Berlusconi launched a new tourism campaign for Italy on Wednesday in hopes of rehabilitating the country's image which he said had suffered from his recent personal scandals. The premier said Italy's reputation abroad had first been damaged by a garbage crisis in Naples last year that saw tons of trash pile up on city streets. It's image has been further tarnished by what he said was a campaign against him in recent weeks "fueled by hatred and personal envy." (AP Photo/Sandro Pace) AP

‘Berlusconi is een grote’’, zegt kastelein Maria Teresa Meo. „Welk meisje zou niet met hem meegaan? Zelfs ik als getrouwde vrouw heb er misschien wel oren naar. De man is fascinerend, innemend, rijk, machtig. Ook buitenlandse staatshoofden vallen voor zijn charmes.”

Meo (45) is een fan. Toen Silvio Berlusconi zich in 1994 kandidaat stelde voor het leiderschap over Italië, stemde ze meteen op hem. Ze is een karakteristieke aanhanger van Berlusconi: vrouw van middelbare leeftijd, kleine zelfstandige, leest weinig kranten, volgt de tv-journaals.

Samen met haar man en broer runt ze al 25 jaar een birreria in de slagschaduw van het Vaticaan. Zij tapt en de mannen koken in de keuken. Op schappen langs de muren staan bierflesjes: Gulden Draak, La Trappe, Hoegaarden, Kwak. Het is de grootste collectie buitenlandse bieren van Rome, zegt de vrouw met het Germaanse uiterlijk.

Stefano Ferri (61) is ook een fan van Berlusconi. Er is geen alternatief, vinden Ferri en zijn zoon Emiliano. Samen runnen ze een administratiekantoor in een gehucht ten zuiden van Rome. Over hobbelige wegen, langs troosteloze palazzi, bereik je het slordig vol geparkeerde pleintje. In plastic plakletters staat op het etalageraam welke diensten ze leveren.

Zo rommelig als het buiten is, zo ordelijk zijn hun bureaus. Ondanks de hitte blijft de stropdas om. Dat Berlusconi telkens met nieuwe verklaringen komt om zich vrij te pleiten van de pikante affaires met jongedames en prostituees, deert Ferri niet: „Bestaat er een politicus die altijd hetzelfde zegt? Het hoort bij het spel van de politiek.”

Silvio Berlusconi, het idool van Meo en Ferri, is in opspraak. En dat terwijl deze week alle internationale schijnwerpers op hem zijn gericht. Hij wil gloriëren tijdens de G8-top, de bijeenkomst van de leiders van de grootste geïndustrialiseerde landen ter wereld.

Meteen na de aardbeving in april, waarbij 297 doden vielen en zestigduizend mensen dakloos raakten, besloot Silvio Berlusconi de G8-top te verplaatsen van het luxueuze Sardinië naar de vernielde stad L’Aquila. De aardbevingsslachtoffers wachten nog op het herstel van hun huizen. De wegen, het vliegveld en de politiekazerne waar de top wordt gehouden, kregen voorrang.

Berlusconi zal zijn internationale gasten door het kapotte stadscentrum van L’Aquila leiden, hopend op hun vrijgevigheid. De G8-top dient het herstel van Berlusconi’s geschonden imago. Hij wil zijn aanhang en zijn morrende coalitiegenoten laten zien dat de machtigen der aarde hem ondanks alles respecteren. Obama, Poetin, Merkel, Sarkozy en Balkenende moeten Berlusconi’s macht opnieuw legitimeren, nu hij in opspraak is geraakt door zijn seksueel getinte feestjes en omgang met jonge vrouwen.

Een van deze vrouwen, de prijzige prostituee Patrizia D’Addario, verklaarde in kranten en bij de rechtbank van Bari dat ze Berlusconi twee keer heeft bezocht in zijn ambtswoning. Ze heeft daarvan geluidsopnames gemaakt. De eerste keer, toen ze duizend euro kreeg, kwam ze in een zaal waar twintig meisjes waren. „Het leek wel een harem.” In detail deed ze verslag van de tweede „slapeloze nacht” met de onvermoeibare Berlusconi die haar herhaaldelijk uitnodigde onder een ijskoude douche. Op een oudejaarsfeest in Berlusconi’s vakantievilla op Sardinië was de toen minderjarige Noemi Letizia te gast. Dit voorjaar was hij op haar achttiende verjaardag. Het meisje verklaarde Berlusconi ‘papi’ te noemen en zei dat Berlusconi haar zou helpen met haar carrière.

Op 3 mei meldde de linkse krant la Repubblica dat Berlusconi’s vrouw Veronica Lario van hem wilde scheiden: „Ik heb geprobeerd mijn man te helpen”, zei ze in de krant. „Ik heb degenen die hem omringen, gesmeekt hetzelfde te doen, zoals je zou doen met een persoon met wie het niet goed gaat. Het is zinloos geweest.”

Schandalen hebben Berlusconi altijd al omringd. Ze weerhielden hem er niet van voor de derde keer premier te worden. „Ik slaag erin om de mensen van me te laten houden”, heeft hijzelf vaak gezegd.

Aanhangers zoals horecaondernemer Meo en kleine zelfstandige Ferri bleven in hem geloven. Ze steunden hem toen hij in 1994 als zakenman de politiek in ging en een half jaar premier was. Ze gaven hem het voordeel van de twijfel toen hij in opspraak kwam wegens belastingontduiking en het vermeend omkopen van de financiële politie. Ze wimpelden de kritiek weg dat een premier niet ook de grootste ondernemer van het land kan zijn en drie televisiestations mag bezitten.

Er waren geruchten over contacten met de maffia, over omkoping van rechters. Twee van Berlusconi’s naaste medewerkers werden ervoor veroordeeld. Maar Berlusconi niet. Vorig jaar april behaalde hij opnieuw een grootse verkiezingsoverwinning. Zelfs nu hij onder vuur ligt, haalde Berlusconi’s partij bij de Europese verkiezingen van vorige maand 35 procent van de stemmen. Zijn Volk van de Vrijheid blijft met afstand de grootste partij.

Voor kastelein Meo blijft Berlusconi een held. Wat telt is niet zijn persoonlijke integriteit, maar dat hij een selfmade man is die schatrijk wist te worden. Sluwheid is een eigenschap die veel Italianen waarderen. Ze vinden dat de verrotte politiek een gehaaide superondernemer als Berlusconi nodig heeft. Meo: „Binnen een maand heeft Berlusconi het vuilnis in Napels opgeruimd. De ander (ze wil de naam van de vorige premier, de linkse studeerkamergeleerde Romano Prodi, niet eens noemen) heeft niets gedaan. Links praat, ruziet en basta.”

Berlusconi’s aanhang is breed en divers. Hij is te vinden onder de miljoenen kleine zelfstandigen, die zo min mogelijk bemoeienis van de staat willen. De werklozen in het zuiden menen dat alleen een sterke leider als Berlusconi hun lot kan verbeteren. En veel laagopgeleide katholieken stemmen op hem op voorspraak van de kerk. De kerk is bang dat de ‘communisten’ euthanasie, stamcelonderzoek en reageerbuisbaby’s zullen toestaan.

Maar zijn grootste aanhang is televisiekijkend Italië. Hoe meer een Italiaan tv kijkt, hoe groter de kans dat hij op ‘il Cavaliere’ (de Ridder) stemt. Wie naar de zenders van Berlusconi kijkt, is nog meer geneigd op hem te stemmen. Niet alleen, omdat Berlusconi tijdens verkiezingscampagnes veel vaker op tv is dan zijn opponenten, maar ook omdat hij de droom van rijkdom, beroemdheid en luxe personifieert die zijn commerciële tv-stations al twee decennia promoten, stelt Berlusconibiograaf Alexander Stille in zijn boek The Sack of Rome. Volgens Stille presenteert Berlusconi zichzelf als representant van het anti-establishment, ook al maakt hij er al decennia deel van uit. Met zijn grappen en soms vulgaire taalgebruik weet hij een groot deel van het volk te overtuigen dat hij een van hen is. „In Berlusconi’s wereld van showpolitiek bestaat slechte publiciteit niet”, zegt Stille. „De kijkcijfers tellen.”

De grootste schandalen weet Berlusconi als eigenaar van drie commerciële stations en controleur van staatszender Rai van het scherm te houden. Zijn motto is: „Iets bestaat pas als het op tv is geweest.” Wordt de kritiek van justitie en journalistiek op hem te heftig, kiest Berlusconi steevast voor de aanval. Dan appelleert hij aan het wantrouwen dat de ‘gewone Italiaan’ koestert ten opzichte van staat en instituties.

Beter dan deskundigen kunnen Meo en Ferri uitleggen waarom zij in Berlusconi blijven geloven en waarom hij de beste leider voor Italië is.

Het is nog vroeg in de avond als Meo op het terras van haar kroeg over de democratie komt te spreken. De democratie, zegt ze, functioneert niet. „Neem de immigratie, de buitenlanders zijn al met meer dan wij. De bandeloze jeugd, de school, het niveau van de lessen. Ik ben voor de harde aanpak, de vuist. Berlusconi slaagt daar nog onvoldoende in.’’

Berlusconi erkent dat. Hij vindt ook dat hij te weinig kan. Maar hij wijt dat aan de beperkte macht die een premier in Italië volgens hem heeft. Direct na de G8 en de zomervakantie, zo heeft hij aangekondigd, zal hij wetsvoorstellen presenteren die de bevoegdheden van het parlement, de president en de rechterlijke macht beperken en de invloed van de premier vergroten. Als iemand kritiek heeft op zijn beleid, op het uitblijven van het door hem beloofde economische wonder, op de snelwegen die er niet kwamen, dan wijst hij op de stroperigheid van de bureaucratie en de beperkingen die de EU oplegt.

In het kantoor van Ferri rinkelt de telefoon doorlopend. Over zijn bureau buigt zich een klant die wil weten of het lukt om zijn auto in te voeren. De belangrijkste bezigheid van de Ferri’s is voor klanten in de rij staan bij de totaal vastgelopen rijksdienst voor het wegverkeer. Particulieren staan machteloos tegenover de ambtenaren die vaak pas in actie komen als er een envelop met inhoud is gepresenteerd. „Dat doe ik nooit”, haast Ferri zich te zeggen. Hij is meer van de harde hand. Hij heeft al eens de carabinieri op een ambtenaar afgestuurd. Toen dat niet werkte, stelde hij de onwillige ambtenaar een nachtelijke ontmoeting met een knokploeg in het vooruitzicht.

Boven Ferri’s hoofd hangen een kruis, familiefoto’s en een aquarel van een zeiljacht. De bureaucratie is ziekmakend, zegt Ferri. Een effectieve, via internet bereikbare overheid is zijn toekomstdroom. Als het wat rustiger is, pakt hij de krant erbij. Al vier meisjes zeggen dat ze tegen betaling naar Berlusconi’s feesten gingen. Hij kijkt op: „Ik vind het deprimerend dat hij wordt aangevallen op deze amoureuze avonturen en zijn omgang met minderjarigen. Willen ze zeggen dat hij een pedofiel is?’’

Ferri gelooft niet dat Berlusconi gebruikmaakt van prostituees. „Hij is baas van grote bedrijven, hij heeft miljarden. Zo iemand hoeft toch niet te betalen voor liefde?” Ook Meo reageert boos op de aanvallen op Berlusconi. Ze wijst op de klanten in haar bar. „Hier in de kroeg zit het vol met mannen die overspel plegen. De ene dag komen ze met vrouw en kinderen binnen, de volgende dag met hun maîtresse.”

De kwestie is volgens haar volstrekt niet interessant. Het enige wat ze Berlusconi verwijt, is dat hij zich heeft laten betrappen. „Zeker in de aanloop naar de Europese verkiezingen had hij voorzichtiger moeten zijn.”

Dat Berlusconi zich altijd heeft gepresenteerd als een familieman, botst volgens Meo niet met de recente ontboezemingen over zijn overspel. „Blijkbaar is het niet goed gegaan in de familie. We moeten weten of het waar is wat men van mevrouw Berlusconi zegt.” Berlusconigezinde kranten suggereren dat ze een affaire met haar lijfwacht heeft gehad.

Sprekend over de maffia en de contacten van medewerkers van Berlusconi met de georganiseerde criminaliteit begint Meo zachter te praten. Ze heeft er wel iets over gehoord. Maar, zegt ze nadrukkelijk: „Bij hem is niks ontdekt. Hij zal zijn gebreken hebben. Hij was een kleine ondernemer. Nu is hij groot. Hij zal kruiwagens hebben gebruikt.”

Ze draait even opzij en vraagt haar serveerster of ze moet helpen. Dan vervolgt ze: „Het maakt me wel bang. Als iemand contacten met de maffia heeft, betekent dit dat hij ten koste van alles vooruit wil. Ik weet niet of het waar is, maar als het waar is, ben ik het er niet mee eens.”

In het kantoor van Ferri neemt zoon Emiliano het woord als het over de maffia gaat. „Artikel 1 van de grondwet stelt dat de Italiaanse democratie is gefundeerd op arbeid. Dat is onjuist. De Italiaanse democratie is gebaseerd op de maffia. Zonder de hulp van de maffiabazen was het de Amerikanen nooit gelukt om in de Tweede Wereldoorlog Sicilië en vervolgens Italië te heroveren. De maffia is daarvoor terugbetaald en ontleent daaraan haar macht.”

Voor vader Ferri zijn de rijkdom van Berlusconi en zijn vermeende contacten met de maffia geen geen bezwaar. „Wie alleen maar werkt, wordt nooit rijk. Ik wil niet zeggen dat Berlusconi zijn geld gestolen heeft, maar het is duidelijk dat hij capaciteiten heeft.” Over de wetten die Berlusconi veranderde om onder juridische vervolging uit te komen, oordelen zijn aanhangers mild. De teneur van hun verweer is: cosi fan tutti (Iedereen doet het).

Over Berlusconi’s mediamacht zegt Ferri dat oud-Fiat-eigenaar Agnelli ook in de politiek zat (hij was enkele jaren senator) en hij had ook een uitgeverij en kranten. Meo wijst er op dat Berlusconi de commerciële tv-stations al bezat voor hij de politiek in ging. Volgens haar heeft Berlusconi zijn zenders bij de laatste verkiezingen niet gebruikt om reclame voor zichzelf te maken. Ze heeft gemist dat Berlusconi’s grootste zender Canale 5 is berispt door de autoriteit die toeziet op evenwichtige berichtgeving. De zender had Berlusconi 50 minuten lang geïnterviewd en oppositieleider Dario Franceschini 10 minuten.

Luister, zegt Meo als de vragen haar te veel worden. „Italianen laten zich niet voor de gek houden. De Italiaan oordeelt op basis van de feiten.” Even later blijkt dat ze niet heeft gehoord van de prostituee Patrizia D’Addario die beweert dat zij een nacht met Berlusconi doorbracht. Het nieuws is wereldwijd door alle kranten en tv-stations gebracht, maar drie zenders van Berlusconi en de twee grootste Rai-zenders zwegen. Ze reageert verbaasd. „Iedereen zegt hier op tv wat anders. Niemand brengt feiten. Het zijn allemaal opinies, dat is het probleem.” De rechterlijke macht die de zaken zou moeten onderzoeken, is volgens haar ook niet meer te vertrouwen. Rechters zijn links en politiek actief.

De geloofwaardigheid van onafhankelijke controle-instanties als de pers, de rechterlijke macht en de parlementaire onderzoekscommissies, is uitgehold door Berlusconi, stelt zijn biograaf Alexander Stille. „Alles is gepolitiseerd. Als een bepaald orgaan tot een conclusie komt die als negatief wordt ervaren, dan wordt dit orgaan als vijandig geëtiketteerd.’’ Volgens Stille is dit niet typisch Italiaans, maar bestaat die neiging in het hele Westen. Feiten worden zeldzamer, opinies nemen toe en twijfel en onzekerheid bij het publiek groeien.

Twijfel is er. Zelfs bij Ferri en Meo. Meo is het „maar voor de helft eens” met het feit dat Berlusconi immuniteit voor zichzelf regelde. Ook heeft ze twijfels over de aanstaande wetswijziging die het afluisteren bemoeilijkt van personen die van corruptie worden verdacht. Ferri stemt nog wel op Berlusconi’s partij, maar bekent inmiddels meer vertrouwen te hebben in tweede man Gianfranco Fini.

Meo verheft haar stem aan het einde van het gesprek. Als om zichzelf te overtuigen. „Zeker heeft hij gezag. Waarom niet? Omdat hij misschien met een hoer meeging. Omdat hij als bouwondernemer politici omkocht om vooruit te komen? Omdat hij een rechter liet omkopen? Berlusconi wil alleen het goede voor Italië. Slechter dan nu kan het niet gaan.’’

Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen, citeren de twee Berlusconisympathisanten Jezus Christus. Meo: „Waar vind je een politicus die niet de wet heeft overtreden? De wereld is een varkensstal. Mamma Mia. Laten we elkaar niet voor de gek houden. We draaien rond in de drek.”