Van groeitijger tot bedelaar

Het kleine Letland leefde op hele grote voet. Nu de zeepbel uiteen is gespat, moet het land bedelen om internationale steun. Maar er is meer nodig. Alleen Letten beseffen hun eigen ondeugd niet.

Eerst het goede nieuws uit Nizere. Het Letse gehucht, langs een verlaten weg ten zuiden van de hoofdstad Riga, heeft sinds een paar weken internet. „We hebben er vijf jaar op gewacht”, gromt melkboer Gundars Stelfs (49), terwijl hij een stuk zelfgemaakte komijnekaas naar binnen werkt. „We hebben zelfs Skype”, roept zijn jongste zoon Lauris (16). „Kent u dat?”

De internetverbinding komt als geroepen, want voorlopig is de computer, samen met de tv, het enige venster op de wereld van de familie Stelfs. Het is crisis in Letland en in Nizere is het alle hens aan dek om het boerenbedrijf te redden. Voor het afmaken van de opleiding van de oudste zoon Aigars (23) is geen geld meer. Hij studeerde in een nabijgelegen stadje voor veearts, maar slijt nu zijn dagen op de tractor om zijn vader te helpen met hooien. „Ach”, zegt hij, schouderophalend, „ik krijg hier tenminste goed te eten.” Maar zijn moeder Rasma (48) schaamt zich. „We stelen van onze kinderen”, zegt zij.

Letland kon lange tijd met zijn economie pronken, die als een Aziatische tijger groeide. Met jaarlijks ruim 10 procent economische groei was Letland (2,2 miljoen inwoners) de snelst groeiende economie van Europa. Maar dit jaar krimpt het bruto binnenlands product (bbp): met 20 procent, opnieuw een Europees record.

Letten ambieerden een westerse levenstijl. Met leningen uit het buitenland laafden ze zich aan luxe en comfort. Zweedse banken, op zoek naar nieuwe markten, bouwden gretig mee aan het luchtkasteel. Leningen konden per sms worden afgesloten. Nu de bubbel uiteen is gespat, is het land veranderd van een tijger in een bedelaar. Al maandenlang praat Letland met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de EU over financiële hulp. Moeizame gesprekken, omdat Letland minder wil bezuinigen dan door het IMF wordt geëist, wat weer tot wilde speculaties leidt over de val van de lat, de Letse munt die aan de euro is gekoppeld. En daarmee weer tot kapitaalvlucht naar het buitenland.

Als de druk onweerstaanbaar groot wordt, buigt Letland het hoofd. Het Letse parlement stemt schoorvoetend in met de eisen. Er komen extra bezuinigingen, de gevolgen zijn groot. Schoolleraren, gepensioneerden en werkende ouders krijgen liefst 50 tot 70 procent minder uit de staatskas, ambtenaren krijgen 20 procent minder loon. Voor veel ziekenhuizen en scholen dreigt sluiting. Een topfunctionaris van het IMF spreekt tevreden van „nogal heroïsche” stappen.

De internationale geldkraan richting hoofdstad Riga gaat open. (Zie kader). „Wij hebben bewezen dat we, sinds bijna twintig jaar vrijheid, niet voor onszelf kunnen zorgen”, zegt Raita Karnite, een Letse econoom die al jaren waarschuwt voor de gevolgen van wat zij de „economische onderontwikkeling” van Letland noemt. Een boodschap die de populistische politici in haar land nooit wilden horen. „En een mentaliteit verander je ook niet zomaar”, zegt Karnite, tijdens een gesprek in Riga.

Op zijn boerderij in het godverlaten Nizere prijst boer Stelfs zich gelukkig. Hij is verstandig geweest. Aan de horizon stijgt een stofwolk op, de staart van een eenzame auto op een onverharde weg. Ja, toen de melkprijzen hoog waren, verdrongen de banken zich hier om hem een mooie lening te verstrekken. Hij kon veel geld krijgen. De verleiding was groot. De kleine boer uit Nizere zou in één keer een grote boer worden. Maar dat betekende ook minder onafhankelijk zijn. Hij kreeg koudwatervrees. „Gelukkig maar”, zegt Stelfs, terwijl hij met grote, vuile handen het stof uit zijn haarbos strijkt. „Anders zou ik hier niet zitten.”

Stelfs produceert met dertig koeien zeshonderd liter melk per dag, net zo veel als toen de melkprijs hoog was. Hij koos voor een kleine lening, om een melkkoeler aan te schaffen, en alleen die lening al voelt als een molensteen om zijn nek. Van zijn maandelijkse omzet gaat een kwart naar de bank. En zijn omzet daalt. Krimpende export en groeiende binnenlandse concurrentie doen de melkprijs dalen. „Hier in de buurt zijn nog maar drie andere boerenbedrijven”, zegt Stelfs. „Dat waren er twintig.”

De melkprijzen staan overal in Europa onder druk, maar de klap in Letland is groter, omdat de boeren hier op minder Brusselse subsidies kunnen rekenen. Een Poolse boer krijgt bijna vier keer zoveel. „Er is slecht onderhandeld toen Letland in 2004 lid werd van de EU”, zegt Stelfs. „Poolse politici vochten als leeuwen voor hun boeren. De onze dronken toen champagne.”

Econoom Karnite legt de oorzaak van alle problemen in het begin van de jaren negentig, toen werd besloten om van Letland een financiële dienstverlener te maken, een Zwitserland aan de Oostzee. Industrie en landbouw werden bewust verwaarloosd, vastgoed, handel, banken en bouwbedrijven op een voetstuk gezet. Karnite schat dat die sectoren voor 75 procent bijdroegen aan de ‘Chinese’ groeicijfers van het land. Zij zweepten de lonen omhoog, lokten ongebreidelde consumptie uit en creëerden de illusie van welvaart gebaseerd op een gevoel, op optimisme, op grenzeloos optimisme. In buurlanden Estland en Litouwen gebeurde dat ook, maar minder extreem.

Al jarenlang importeert Letland twee zo veel als het exporteert (zie grafiek). Dat is volgens Karnite de essentie van de Letse crisis. „We hebben structureel gekozen voor het gemakkelijke, snel verdiende geld, als halfdode vissen die met de stroom mee zwemmen. Maar sterke vissen zwemmen stroomopwaarts.”

Dat laatste deden wel Polen en Tsjechië. Die economieën groeiden langzamer en trokken nieuwe industrieën aan, niet alleen maar geld. De voorwaarden om geld te lenen bij de bank waren daar ook strenger. Nu het crisis is, blijkt hun economische basis stevig. Vooral Polen verbaast de wereld: de groei daar remt af, maar is, anders dan in de rest van de EU, nog steeds positief. De werkloosheid ligt onder het EU-gemiddelde en daalt er.

Op de markt van Iecava, een dorp niet ver van Nizere, zitten de verliezers en winnaars van de Letse crisis tegenover elkaar. Aan de ene kant van het dorpsplein zit groenteboerin Aija, die over haar omzet niets te klagen heeft. „Door de crisis eet iedereen veel meer groente”, zegt zij vanachter haar marktkraam. „Er is vooral veel vraag naar onze goedkoopste aardappels.” Aan de andere kant van het dorpsplein zit Valentina. Zij verkoopt vlees, tegenwoordig een luxeartikel. „Vroeger kochten we elke dag vers vlees in”, zegt ze. „Nu alleen nog maar op vrijdag, voor het weekeinde.” Midden op het plein brengen Letse burgers zelfgeplukte bosbessen of zelfgekweekte augurken aan de man.

Letten zijn boos over de crisis, maar gelaten. In januari bekogelden demonstranten het parlement in Riga met stenen, kort daarna reden boeren met hun tractoren de hoofdstad in, sindsdien is het rustig. De woede wordt in toom gehouden door de angst voor een val van de lat, het schrikbeeld van tienduizenden Letten die in betere tijden hypotheken hebben afgesloten in buitenlandse valuta, vooral bij Zweedse banken.

Amerikaanse economen als Nobelprijswinnaar Paul Krugman en zwartkijker Nouriel Roubini dringen aan op het loslaten van de koppeling van de lat aan de euro. Volgens hen maakt het IMF dezelfde fout als tijdens de Argentijnse crisis, in 2000 en 2001. De onwil om te devalueren maakte de crisis daar alleen maar erger en het economische herstel duurde daardoor langer dan nodig. Het IMF, zeggen zij, verspilt tijd en vooral geld om de koers van de lat hoog te houden.

Econoom Karnite vindt dat onzin. Devaluatie, zegt ze, zal de deur wagenwijd openzetten voor speculanten. Die zullen de lat verder omlaag speculeren en er plezier aan beleven, maar de Letten zelf niet. „Het zou de sociale ramp die zich nu al voltrekt alleen nog maar erger maken”, zegt Karnite. „Het afbetalen van hypotheken zal duurder worden, de rente hoger. De banken zullen lijden, maar niet eens zo veel, want veel van de internationale hulp is toch al voor hen bedoeld.”

Devaluatie zou Letse producten goedkoper maken en zo de concurrentiepositie van Letland versterken. De export en dus de economie zouden ermee worden aangezwengeld. „Maar wij produceren veel te weinig”, zegt Karnite. „Hoezo export? Ik snap Krugman en Roubini niet, maar ik weet wel dat we in het verleden naar buitenlandse adviezen en naar buitenlandse banken hebben geluisterd en dat Letland daar weinig mee is opgeschoten.”

Armands Artihovics, een jonge dertiger uit Tukums, zet grote ogen op als de mogelijkheid van devaluatie ter sprake komt. „Daar denken we liever niet aan”, zegt de marketingbaas van de Letse zuivelfabrikant Baltais, marktleider op het gebied van yoghurttoetjes. „Het zou onze productie duurder maken, want we importeren veel uit het buitenland, zoals confituren, bacteriën en schoonmaakmiddelen. Dat betalen we in euro’s.”

Baltais is een typisch Lets bedrijf: het is klein (omzet 34 miljoen euro), het exporteert minder dan 5 procent van zijn producten, naar de dichtstbijzijnde buurlanden. Maar het is ook flexibel: om concurrerend te blijven verlaagde het onlangs met veel tamtam al zijn prijzen met 20 procent. Die reclamestunt was mogelijk dankzij een bijna net zo grote verlaging van de lonen binnen het bedrijf. „Iedereen accepteerde dat zonder protest”, zegt Artihovics. „Ik denk dat veel Letten heel goed weten dat de loonsverhogingen van de afgelopen jaren niet realistisch waren. Omdat ze toen te veel hebben gevraagd, is het nu ook niet zo moeilijk om een stap terug te doen.”

Die buigzaamheid is de redding van Letland, zo betoogde de Zweedse econoom Anders Aslund onlangs in de Financial Times. Anders dan Argentinië is Letland een zeer open en flexibele markteconomie, zegt hij. Dankzij de massale en breed geaccepteerde loonsverlagingen, zowel in de publieke als in de private sector, is de concurrentiepositie van het land al hersteld. Riga hoeft volgens hem niet te devalueren. Bezuinigingen gelden als een pijnlijk, langgerekt proces. Maar in Letland werkt het al, zegt Aslund. Karnite beaamt dat, maar nuanceert: officieel worden ambtenarensalarissen verlaagd, maar in de praktijk gaat dat moeilijk, omdat vaak langlopende contracten zijn afgesloten. „Daarom richt de regering zich ook zo op gepensioneerden en werkende gezinnen”, zegt ze. „Die kunnen niet naar de rechter stappen.”

Dat is ook meteen de grootste zorg van Karnite: dat de regering op de verkeerde wijze bezuinigt. Het ambtenarenapparaat is een waterhoofd en een veel groter probleem dan pensioenen. Bovendien gaan de bezuinigingen tot nu toe niet gepaard met structurele hervormingen, zoals eerherstel voor industrie en landbouw.

„Het modewoord is snijden”, zegt Karnite. „Maar niemand zegt iets over economische opbouw. Dat je iets niet begrijpt is niet erg. Maar het probleem van de Letten is dat ze zelfs dat niet doorgronden.” En dat is, zegt zij, een uitstekend recept voor de volgende zeepbel.