Spugen

Terug in het vaderland zette ik de radio aan, en het eerste wat ik hoorde was het reclamespotje van de Stichting Ideële Reclame, Sire, waarin we worden gemaand ons wat aardiger tegen elkaar te gedragen. Toen nog even naar het laatste nieuws op Nu.nl gekeken. Een 23-jarige man uit Gouda was onvoorzichtig overgestoken. Daar kwam een bus aan. De 33-jarige chauffeur toeterde, misschien om deze oversteker een waarschuwing achteraf te geven, een ‘doe dat niet meer’. Dit had de 23-jarige niet gepikt. Hij begon de bus met zijn vuisten te bewerken. Op zijn beurt pikte de chauffeur dit niet. Hij stapte uit en gaf de jongeman een klap. Het niet-pikken escaleerde. De jongeman sloeg terug en spuugde de chauffeur in zijn gezicht. Politie erbij, het eigentijdse drama was voltooid.

Heeft ooit iemand u in het gezicht gespuugd? Mij wel. Het staat me in het geheugen gegrift. Ik was een jaar of twaalf, kreeg op de hoek van de Laan van Nooitgedacht en de Kralingseweg in Rotterdam ruzie met een klasgenoot die Polletje heette. Er waren nog geen klappen gevallen. Plotseling kreeg ik een klodder spuug in mijn gezicht. Nooit zal ik de helse woede vergeten die zich toen van me meester maakte. Dat is de uitdrukking die je gesteldheid nauwkeurig weergeeft. Je bent jezelf niet meer meester, je hebt je van het ene ogenblik op het andere aan een vreemde meester uitgeleverd, je tomeloze woede. Ik zal niet uitweiden over wat er daarna is gebeurd.

Spugen, je in het openbaar met grote kracht van een zekere hoeveelheid speeksel ontdoen, is in de meeste beschavingen een openbaar affront. Non sputare nella carrozza. Nicht in den Wagen spucken. Défense de cracher. No smoking, no spitting, no radio playing. Verboden te spuwen. Dat was een internationaal gebod. In het internationaal openbaar vervoer heb ik nooit iemand gezien die het had overtreden. In mijn jeugd had je de openbare hoekspugers, mannen die pruimden, dat wil zeggen op een ‘tabaksstang’ kauwden en dan van tijd tot tijd een bruine straal kwijtraakten. Ze stonden voor het stempellokaal te wachten op hun steun. Dat was in de vorige grote crisis, jaren dertig. Ik merk dat het wel een onsmakelijk verhaal is, maar dit is nu eenmaal het onderwerp. Die haveloze, vermoeide mannen zijn verdwenen.

Ik denk dat in het laatste decennium van de vorige eeuw het ongericht op straat spugen weer in de mode is gekomen. Meestal waren het jongens, tussen de 15 en 25. Je zag zo iemand voor je op de stoep lopen. Een normaal straatbeeld, niets bijzonders, niets dat je ergernis kon wekken. En dan opeens: floep. Daar had hij op straat gespuugd. Waarom? Nare smaak in zijn mond? Iets verkeerds gegeten? Klein bewijsje van minachting voor de hele wereld? Dat kan je op die leeftijd overvallen. Van dit soort spugen kijkt nu niemand meer op, of doet alsof, want iets ervan zeggen kan levensgevaarlijk zijn.

Hier gaat het om de nieuwe Nederlandse trend, het koelen van je woede op het openbaar vervoer. Ongeveer een half jaar geleden heb ik daarvan een sterk staaltje gezien, in Amsterdam op de hoek van de Paulus Potterstraat en de Van Baerlestraat. Een keurig uitziend jongmens, een jaar of 22, wilde in lijn 2, maar de bestuurder had de deur al dicht gedaan en wachtte tot het licht op groen zou gaan. Dat kan vervelend zijn als je nog buiten staat, maar over tien minuten komt er weer een tram. Deze jongen begon tegen de deur te schoppen. Het licht sprong op groen, tram reed weg, jongen erachteraan, bleef op de zijkant beuken tot hij het niet meer bij kon houden.

Daar kwam lijn 2 van de andere kant. Tram blijft tram. Dan maar deze geschopt en geslagen. Een huiveringwekkende razernij. De bestuurder was zo verstandig de deuren dicht te houden en de politie te bellen. Binnen een paar minuten waren er twee autootjes met agenten ter plaatse en even later kwamen er ook nog twee agenten te paard. De schuimbekker werd geboeid en per auto afgevoerd. Ik moet erbij zeggen: hij heeft niet gespuugd. Uitzonderlijk. Althans, uit het dagelijks gemengd nieuws krijg je de indruk dat het bespugen van personeel van het openbaar vervoer en de ambulance zich als een gewoonte begint te vestigen.

Wat doen we eraan. Strenger straffen! Dat is een gemakkelijk antwoord. Hoe komt het? Wat zijn je motieven om iemand die je een dienst verleent, zo te willen beledigen en vernederen dat je hem in het gezicht spuugt? Slecht opgevoed? Een oeverloze behoefte aan wraak? Waarvoor? Ik vind dat iedere spuger zich aan een psychiatrisch onderzoek moet onderwerpen.

    • S. Montag