Pompeï in de woestijn

Tentoonstelling: Izaak Zwartjes, Exodus. T/m 13 sept in het Cobra Museum, Sandbergplein 1, Amstelveen. Inl: www.cobra-museum.nl ****

Plotseling zit daar een vlinder. Een kleine vlinder, doodgewoon oranje met zwart. Maar als toeschouwer van de tentoonstelling Exodus in het Cobramuseum besef je meteen dat kunstenaar Izaak Zwartjes het beestje met veel zorg moet hebben uitgekozen. In deze grote installatie, die minstens enkele tientallen vierkante meters beslaat, is de vlinder namelijk zo ongeveer het enige element van kleur. Verder is alles in Exodus grauw en grijs, jute, zand en vermolmd hout: de verlaten en vervallen schuurtjes, de bundels oude planken en niet te vergeten de acht mensfiguren die erbij zitten en liggen of ze lang geleden zijn gestorven door een ramp. Nu heeft de tijd ze verhard, vermolmd, getransformeerd tot hetzelfde oude vervallen bouwmateriaal als waar hun omgeving uit bestaat. Je denkt bijna vanzelfsprekend aan Pompeï, maar dan in een woestijn: zanderig, grauw, illusieloos. Op die ene vlinder na dan, die er in deze omgeving zo misplaats bijligt dat hij iets kitscherigs krijgt.

Daarmee verbeeldt die ene vlinder precies het dilemma waarin Izaak Zwartjes (1974) zich heeft gemanoeuvreerd. Zwartjes is een jonge, talentvolle kunstenaar, die nog maar een jaar geleden afstudeerde aan de KABK in Den Haag. Daar viel hij op met een installatie die hij The Laboratory of Life had genoemd en waaruit al duidelijk werd dat Zwartjes er geen opwekkend mensbeeld op na houdt: het werk was somber, onheilspellend en vervuld van dood en verval, en precies die elementen komen nu in Exodus ook weer terug. Zwartjes heeft een duidelijke voorkeur voor ‘vervallen’ materialen: niet alleen gebruikt hij graag oud hout, zand, verroest ijzer en purschuim (waarmee zijn werk wel wat doet denken aan collega-apocalypticus Folkert de Jong), hij benadrukt dat verval ook door zijn beelden vergaand de ‘deconstrueren’. Vooral bij zijn mensfiguren werkt dat goed: hoewel die op schijnbaar provisorische wijze zijn opgetrokken uit purschuim, klei, spijkers en oude stukken hout, accepteer je ze meteen als vervallen mensen waar de tijd overheen is getrokken – Zwartjes schept een prachtige balans tussen materiaal en verval. Tegelijk prikkelt hij zijn publiek slim door niet te veel weg te geven: als je door Exodus loopt, wordt je fantasie aan het werk gezet zonder dat je onmiddellijk grip krijgt op Zwartjes’ verhaal. Misschien is dat er wel helemaal niet.

Toch zit daarin ook het nadeel aan deze werkwijze: Zwartjes’ wereldbeeld is zo somber (zie de twee gehangenen in de installatie, semi-weggerot, bungelend aan een touw, hun nekken net te ver naar achteren geknakt) dat de spanning van zijn werk dreigt weg te glippen in eenzijdigheid. Wie Exodus ziet kan nog te gemakkelijk zijn schouders ophalen en mompelen dat de wereld inderdaad volkomen kut is. Zwartjes onderkent dat gevaar, maar is nog net te veel vervuld van zijn eigen vorm om er afstand van te kunnen nemen – wat vervolgens leidt tot kleine, pathetische kunstgrepen als de verdronken vlinder of een pluchen aapje op een vat. Maar juist dat kleine defect maakt Exodus extra intrigerend: zie de jonge, talentvolle kunstenaar die nog een probleem moet oplossen om werkelijk geweldig te worden. Als toeschouwer wil je graag weten hoe Zwartjes dat gaat aanpakken.

    • Hans den Hartog Jager