Nu de feiten: moslims zijn wél geïntegreerd

Tegenover het verbale geweld jegens moslims kan het geen kwaad wat feiten op een rij te zetten. Wilders en Holman verspillen hun energie, zegt Jean Tillie.

In het verhitte debat rond de multiculturele samenleving is iedereen het waarschijnlijk over één ding eens: Nederlandse moslims liggen onder vuur. Minimaal 15 tot 20 procent van de autochtone Nederlandse bevolking vindt dat er geen moslim meer het land in mag, dat een knieschot tegen ‘straatterroristen’ is toegestaan en dat iedere Nederlandse moslim die een overtreding begaat het land moet worden uitgezet. Verder vinden ze dat reflecteren over de sharia voldoende reden is iemand Europa uit te zetten en dat het leger moet worden gemobiliseerd als jongeren met een moslimachtergrond problemen veroorzaken op een buurtpleintje.

Niet alleen politici of hun kiezers richten hun pijlen op de Nederlandse moslims. Ook gerenommeerde columnisten dragen hun steentje bij. Zo pleitte Theodor Holman enige tijd geleden in Het Parool voor de vernietiging van zijn religieuze ‘vijanden’. Niet door geweld, maar door een proces van natuurlijke verzwakking middels het bevorderen van het neven- en nichtenhuwelijk onder Nederlandse moslims.

Tegenover dit verbale geweld kan het geen kwaad eens wat feiten op een rijtje te zetten. Feiten die allemaal één richting op wijzen: Nederlandse moslims zijn politiek volledig geïntegreerd.

Sinds 1994 doe ik onderzoek naar de politieke participatie van Nederlandse moslims. Politieke participatie is een belangrijke indicator van politieke integratie. Als men gaat stemmen bij een verkiezing, moet men zich op de hoogte stellen van het Nederlandse partijenstelsel en diverse partijstandpunten. Dit resulteert in identificatie met die samenleving en tot het onderschrijven van de in Nederland dominante democratische normen en waarden. Dit is niet alleen theoretisch het geval, maar ook empirisch vastgesteld. Verder heb ik veel onderzoek gedaan naar radicaliseringsprocessen onder Nederlandse moslims. Hoeveel moslims zijn vatbaar voor radicalisme en extremisme? Waarom worden sommige moslims radicaal en keren zij zich af van de Nederlandse samenleving? De belangrijkste resultaten uit deze studies, die allemaal raken aan de grote angst van de PVV-kiezers, kunnen als volgt worden samengevat:

Tussen de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 en 2006 is de opkomst onder Nederlandse moslims gestegen. Er zijn wel verschillen tussen Nederlandse steden. De opkomst in Rotterdam blijkt sinds 1994 bij elke verkiezing te stijgen, in Amsterdam sinds 2002. In Arnhem is er vergeleken met 1998 een stijging te constateren, waarbij de stijging onder Marokkaanse Nederlanders zeer sterk is: van 18 naar 52 procent. Er is dus sprake van politieke mobilisatie.

Een overgrote meerderheid van de Nederlandse moslims heeft in 2006 op de PvdA gestemd. Van de Turkse Nederlanders stemde 84 procent op de sociaal-democraten, van de Marokkaanse Nederlanders 78 procent. Bij de Turkse Nederlanders bleken veel PvdA-kiezers van het CDA en de VVD te komen. Veel Marokkaanse Nederlanders hadden in 2002 Groenlinks gestemd en waren in 2006 overgestapt naar de sociaal-democraten. In het stemgedrag van Nederlandse moslims was dus zeker geen sprake van verwijdering van de Nederlandse samenleving. Men stemde keurig op een grote politieke partij.

Uit mijn onderzoek onder met name Amsterdamse moslims blijkt het met radicalisme en extremisme reuze mee te vallen. Slechts 2 procent van de Amsterdamse moslims was gevoelig voor radicalisme en extremisme. Zij combineerden orthodox-religieuze opvattingen met een bereidheid om op basis van deze opvattingen politiek actief te worden.

Veel (met name jonge) moslims hebben talrijke organisaties opgericht die werken aan de politieke integratie van hun leden. Een voorbeeld is de in 2007 in Amsterdam opgerichte Poldermoskee. De Poldermoskee richt zich vooral op jongeren en wil teruggrijpen naar de – in hun visie – oorspronkelijke functie en het oorspronkelijke doel van een moskee: midden in de samenleving staan en een proactieve houding aannemen ten opzichte van de omgeving. Preken worden in de Nederlandse taal gehouden, het vrijdaggebed wordt voorgegaan door jonge imams. Bovendien wil de Poldermoskee ontmoetingen tussen moslims en niet-moslims stimuleren. Dit soort organisaties zijn een teken van voorbeeldig burgerschap. Men richt zich op de Nederlandse samenleving en werkt aan de politieke integratie van hun achterban.

Kortom, Nederlandse moslims zijn meer gaan stemmen, ze stemmen op reguliere politieke partijen en ze radicaliseren niet of nauwelijks. Verder zetten zij zich in voor de Nederlandse samenleving door het oprichten van organisaties waarin de democratische normen en waarden centraal staan.

Zelfs met betrekking tot het aantal dodelijke slachtoffers bij een aanslag op Nederlandse bodem leggen Nederlandse moslims het af tegen de seculiere inwoners van dit land: acht (Volkert van der G. en Karst T.) tegen één (Mohammed B.).

Ik zal Geert Wilders en Theodor Holman niet overtuigen met deze resultaten, maar ik hoop dat het tot de hoofden van een deel van het Nederlandse electoraat doordringt dat zij tegen fantasieën vechten. Dat mag, maar het is eigenlijk zonde van de energie.

Jean Tillie is bijzonder hoogleraar Electorale Politiek aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Jean Tillie