Marokkanen blijken pragmatische moslims

Terwijl de religie steeds zichtbaarder is geworden in Marokko, heeft de islam in de praktijk van alledag eerder aan invloed op het gedrag ingeboet. Dat blijkt uit een onderzoek.

Het volume van de luidsprekers van de moskeeën in Marokko was te luid, zo liet de minister van sociale en familiezaken Nouzha Skalli enkele maanden geleden in de ministerraad weten. Vooral de oproep voor het gebed van de dageraad, ergens rond een of vier in de vroege ochtend, leek steeds luidruchtiger vanaf de minaretten getoeterd te worden en duurde bovendien steeds langer. Slecht voor de nachtrust van de kinderen en ook slecht voor het toerisme. Werd het niet tijd de zaak wat terug te brengen, zo vroeg de minister zich af.

De woedende reacties vanuit de moskee lieten niet lang op zich wachtten. In Casablanca sprak een imam bij het vrijdaggebed de hoop uit dat God de minister zou treffen met een verlammende hersenbloeding. Andere voorgangers spraken van een aanval op de islam en noemden Skalli, voormalig communiste en fervent feministe, onwaardig als minister van een moslimland.

Maar het recht op een goede nachtrust won het van de geloofsijver: volume en lengte van de oproepen voor het vroege ochtendgebed zijn inmiddels stevig teruggeschroefd. Dat lijkt opmerkelijk in een land waar 91 procent van de bevolking zich akkoord heeft verklaard met het gebruik van luidsprekers om de gelovigen in de vroege ochtend naar de moskee te roepen.

Dat laatste gegeven komt uit een uitgebreide enquête naar de ‘islam van alledag’ van de Marokkaanse onderzoekers Mohammed el-Ayadi, Hassan Rachik en Mohammed Tozy. Het is de eerste maal dat er een dergelijke studie verschijnt. „Veel onderzoek wordt gedaan naar de extreme vormen van islam; wij hebben ons juist gericht op de manier waarop de meer alledaagse islam wordt beleefd.”

Het onderzoeksresultaat wijst op een geloofspraktijk vol tegenstrijdigheden. Zo is volgens 60 procent van de ondervraagden een persoon die zich niet aan de vasten van de Ramadan houdt geen moslim (tegen 28 procent die dat niet vindt) en wil 83 procent alle restaurants en bars overdag tijdens de Ramadan sluiten.

Het dragen van een hoofddoek wordt door 83 procent als positief gezien, maar 75 procent beschouwt vrouwen zonder hoofddoek ook als goede moslima’s. Van de ondervraagden vindt 29 procent dat religie een rol moet spelen in de politiek. Maar bijna evenveel beschouwen dat als een persoonlijke zaak; de rest heeft er geen mening over.

Met bidden en moskeebezoek blijkt het ook ingewikkelder gesteld dan het heersende cliché van een algemene islamisering van de samenleving. „Een van de verrassingen voor mij was dat 15 procent van de Marokkanen nooit bidt”, zegt onderzoeker Mohammed Tozy. Een ander opmerkelijk detail: maar 16 procent van de Marokkanen bezoekt regelmatig een moskee. Het vrijdagmiddaggebed, de belangrijkste gebedsbijeenkomst van de week, wordt door 37 procent nooit bezocht. En het vroege ochtendgebed weet maar vijf procent van de gelovigen in de moskee te brengen.

Terwijl de Marokkaanse autoriteiten via de imams de greep op de gelovigen proberen te versterken, kampen deze met een slinkende invloed. De televisie, vooral de Arabische zenders, geldt als belangrijkste informatiebron over de islam. „De Marokkaanse islam is niet meer concurrerend”, concludeert Tozy. De godsdienstkennis is beperkt: drie van de vier Marokkanen hebben geen flauw idee van de verschillende stromingen binnen de islam, bijna 60 procent heeft de koran nooit gelezen en weet geen van de kaliefen te noemen die de profeet opvolgden. Het volksgeloof – anathema voor vooral de strikt Arabisch georiënteerde moslims – tiert daarentegen welig: 85 procent gelooft in djins (geesten) en magie en 91 procent houdt rekening met het ‘Boze Oog’.

In morele opvattingen lijkt de bevolking de religie vooral als conservatief richtsnoer te gebruiken. Meer dan de helft is tegen gemengde stranden (maar drie kwart niet tegen gemengde scholen), bijna de helft is voor polygamie, 87 procent van de vrouwen is op religieuze gronden tegen abortus.

De onderzoekers concluderen echter dat terwijl de religie steeds zichtbaarder is geworden, de islam in de praktijk van alledag eerder aan invloed op het gedrag heeft ingeboet. „Bij de jongeren zie je dat de islam wel een grotere rol speelt om hun eigen identiteit te definiëren. Religie als ideologie is sterk aanwezig”, aldus Tozy. „Maar als het aankomt op de religieuze praktijk is de invloed een stuk minder.” De onderzoekers zien dit als een vorm van secularisering. „Niet in de zin van scheiding tussen kerk en staat, maar eerder bij het doen van concessies in het gedrag. De Marokkaan heeft geen probleem met een lening met bankrente, kijkt naar Europese films en drinkt zijn wijn.”

Tozy definieert het liever als een vorm van pragmatisme dan als immoreel gedrag. „In de praktijk zijn de dogma’s van het geloof voor 90 procent van de moslims onderhandelbaar. Veel gelovigen volgen uiteindelijk hun eigen belang en zien dat als een zaak tussen hen en God. Dat is een onvermijdelijke ambivalentie. Alleen extremisten eisen totale navolging. U moet niet vergeten: ook in de islam staat altijd de mogelijkheid open voor het vergeven van de zonden.”